Kabinet dwingt omroep tot keuze
Door een onzer redacteuren 
DEN HAAG, 9 NOV. Het kabinet wil de omroepen
laten kiezen tussen vergaand samenwerken of zelfstandig verdergaan, maar
dan als betaal-tv. Na het jaar 2000 krijgt de hele publieke omroep
eacute;&eacute;n uitzendconcessie, en niet meer per omroepvereniging
apart. Door de omroepen te dwingen zich in een publieke organisatie te
'voegen', zal er geen ruimte meer zijn voor ,,de geheel zelfstandige
beleving van hun eigen deelidentiteit''. Staatssecretaris A. Nuis, die
de plannen gisteren na afloop van het kabinetsberaad presenteerde, zei
dat traditionele omroepverenigingen niet langer op ideeuml;le grondslag
als 'kleine koningen' binnen het publieke omroepbestel kunnen opereren.
Hun besluitvorming vertoont de neiging in een 'Poolse Landdag' te
ontaarden. Er kijken steeds minder mensen naar de publieke tv, terwijl
het kabinet jaarlijks honderd miljoen tekort komt. Het kabinet wil door
het staken van de individuele zendmachtigingen de rol van de
omroepbesturen terugdringen, ten gunste van de programmamakers. Het
eerdere advies van de commissie-Ververs om in de toekomst
'omroepverkiezingen' te organiseren, neemt het kabinet niet over. Nuis
verklaarde de voorkeur te geven aan 'lichtere vormen' van inspraak bij
de verdeling van zenduren tussen de verschillende omroeporganisaties.
,,Welke dat moeten zijn, daar zijn we nog niet uit''. Mocht een
aanzienlijk aantal van de omroepverenigingen na 2000 kiezen voor de
eigen identiteit en daarvoor uit het publieke bestel treden, dan is
volgens Nuis een drastische inkrimping van het aantal netten denkbaar.
Overigens bleek Nuis er niet van overtuigd dat nog
binnen de huidige regeringsperiode de 'concessiewet' ingediend kan
worden. ,,We zullen proberen zover mogelijk te komen'', beloofde de
staatssecretaris. Al eerder stelde het kabinet voor meer gebruik te
maken van door de overheid benoemde bestuurders. Na het jaar 2000,
blijkt uit de verklaringen van Nuis, zal deze situatie worden
gecontinueerd. De omroepverenigingen moeten zich toeleggen op de
produktie van 'geprofileerde programma's' en 'samen met anderen' een -
in het regeringsstandpunt niet nader gespecificeerde - 'rol spelen' in
het bestuurlijk toezicht op de organisatie van de publieke omroep,
namens het publiek.
Binnen de omroep werd gisteravond in eerste instantie behoedzaam
gereageerd op het regeringsstandpunt. NOS-voorzitter A. van der Louw
liet via een voorlichter weten 'erkentelijk' te zijn dat de regering
voor de publieke omroep ook na het jaar 2000 een 'brede opdracht' ziet
weggelegd, waarin niet alleen ruimte is voor nieuws,
achtergrondinformatie, educatie en cultuur, maar ook voor wat in het
regeringsstandpunt 'ongecompliceerde verstrooiiuml;ng' wordt genoemd.
Van der Louw vindt het onduidelijk in hoeverre de omroepverenigingen in
de structuur die de regering voor ogen staat hun 'identiteit en
programma's kunnen bewaren'. Het dagelijks bestuur van de NOS wenst op
dit punt nader uitsluitsel van de staatssecretaris, met wie voor komende
dinsdag een ontmoeting is voorzien.
Een duidelijker reactie kwam gisteravond van de TROS, die
televisiezendtijd inruimde voor een al eerder gebruikt spotje, waarin
wordt betoogd dat 'eacute; &eacute;n omroep, g&eacute;&eacute;n omroep'
is, en de Nederlander op het gebied van de publieke omroep zijn
keuzevrijheid dreigt te worden ontnomen. Op de persconferentie verweerde
Nuis zich tegen de suggestie, dat het zijn streven zou zijn tot
eacute;&eacute;n nationale publieke omroep te komen. Weliswaar zal de
eenheid van de publieke omroep moeten worden bevorderd, maar daarbinnen
zal van 'veelvormigheid' sprake zijn. ,,De omroepverenigingen zullen een
stap terug doen, van bestuurders naar makers van pluriforme
programma's'', aldus de staatssecretaris. Overigens wil het kabinet zich
voor na 2000 niet vastleggen op het behoud van de bestaande drie
televisie- en drie radionetten voor de landelijke publieke omroep. De
gerechtvaardigdheid van deze infrastructuur zal, aldus Nuis, na 2000
bezien moeten worden, in de vorm van een periodieke toetsing.
