

Curatoren pleiten top Fokker vrij






Door een onzer redacteuren


AMSTERDAM, 15 JULI. De curatoren van de vorig jaar maart failliet
verklaarde vliegtuigfabriek Fokker stellen het bestuur van Fokker niet
aansprakelijk voor de ondergang van het bedrijf en voor het ontstane
financieuml;le tekort.


Dit laten de curatoren weten in een vandaag gepubliceerd rapport naar
aanleiding van een onderzoek dat zij hebben ingesteld naar de oorzaken
van Fokkers ondergang. Volgens de curatoren kan het bestuur van Fokker
niet worden verweten dat het zijn taak zodanig onbehoorlijk heeft
vervuld dat aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het
faillissement.

De belangrijkste oorzaken van Fokkers definitieve ondergang vormen
volgens de curatoren de ongunstige uitgangspositie van Fokker als kleine
vliegtuigbouwer en het feit dat de vliegtuigbouwer aan het begin van de
beoordeelde periode van drie jaar financieel was uitgehold.

De slechte economische omstandigheden worden door de curatoren als
belangrijkere oorzaken van het faillissement gezien dan een aantal
tekortkomingen bij de pogingen van de grotendeels vernieuwde raad van
bestuur van Fokker en van de commissarissen om de kosten van de
vliegtuigfabriek tijdig te verlagen. Het rapport van de curatoren wijst
er op dat de raad van bestuur onder buitengewoon moeilijke externe
omstandigheden moest opereren, maar  wel reorganisaties heeft uitgevoerd
die wat betreft de vermindering van het personeel naar Nederlandse
begrippen diep in de organisatie ingrepen.

De onderhandelingen over de inkoopprijzen bij de voornaamste
toeleveranciers Rolls Royce (motoren), DASA (rompen) en Shorts
(vleugels), de grootste kostencomponent bij het voormalige Fokker, zijn
pas in 1995 hard genoeg aangepakt, vinden de curatoren. Vanaf september
1995 leverde deze prijsverlaging aanzienlijke resultaten op. Wel is er
kritiek op de raad van bestuur dat het de reorganisatie van de
managementlaag bij Fokker nauwelijks heeft aangepakt.

De curatoren hebben ook kritiek op de overheid. Zij zeggen dat het er op
lijkt dat de staat en DASA in twee onderhandelingsbesprekingen in
november '95 vrijwel uitsluitend hebben gesproken over de verbetering
van de balans en van de liquiditeit van Fokker en over de wenselijke
Europese samenwerking in de vliegtuigbouw. Ontwikkelingen binnen het
bedrijf en binnen de markt zijn tijdens de bespreking tussen premier Kok
en minister Wijers enerzijds en Juuml;rgen Schrempp en Manfred Bischoff
namens Daimler-Benz anderzijds, kennelijk niet ter sprake geweest.










