Zakenman kocht topbankiers om
Door onze correspondent STEVEN ADOLF 
MADRID, 2 JULI. De Franse top van de voormalige Credit Lyonnais Bank Nederland (
CLBN) is in 1988 omgekocht
door de Italiaanse zakenman Giancarlo Parretti. Dat onthult het
Amerikaanse zakenblad Fortune in een uitgebreide reportage die deze week
verschijnt.
Parretti en diens zakenpartner Florio Fiorini leenden in totaal meer dan
twee miljard dollar van de Rotterdamse CLBN, waarmee onder meer de
overneming van de Amerikaanse filmstudio MGM werd bekostigd. Mede door
de desastreuze afloop van de zakelijke avonturen van het Italiaanse duo,
nu vijf jaar geleden, bevindt het Franse Creacute;dit Lyonnais, een van
Europa's grootste banken, zich financieel aan de rand van de afgrond.
Uit processtukken rond de afwikkeling van de kwestie blijkt dat De
Nederlandsche Bank jarenlang door de top van CLBN een rad voor ogen werd
gedraaid.
De omkoping van de banktop zou volgens een in Fortune gepubliceerde
verklaring onder meer hebben plaatsgehad tijdens een groots feest in de
villa van Parretti in Hollywood eind 1988. Op kosten van Parretti waren
Georges Vigon - voormalig CLBN-bestuursvoorzitter, lid van de raad van
commissarissen en gepromoveerd naar het hoofdkantoor in Parijs - en
Jacques Griffault - binnen CLBN ingebracht om de filmfinanciering te
leiden - met hun families overgevlogen naar Los Angeles. Tijdens het
feestgedruis werden beiden apart genomen en kregen vervolgens een
envelop aangeboden met een pakket aandelen en warrants van een
onderneming van Parretti. CLBN-bestuursvoorzitter Jean-Jacques Brutschi,
die niet op het partijtje aanwezig was, zou eenzelfde
gift over de post toegestuurd hebben gekregen. De waarde van het pakket
aandelen was op dat moment tussen de 100.000 en 200.000 dollar, aldus
Fortune. Parretti had echter grootse plannen met de houdstermaatschappij
in kwestie, 21st Century Distribution. Volgens een der getuigen schetste
hij tijdens de feestelijke bijeenkomst een toekomstige waarde van het
pakket aan effecten tussen de 18 en de 24 miljoen dollar. Een en ander
zou tot stand moeten komen met een kredietgarantie van 50 miljoen dollar
van CLBN. Op deze wijze zouden de CLBN-bankiers de waarde van hun
aandelengift op kunnen krikken door middel van het verstrekken van
kredieten.
Fortune citeert uit nog geheime processtukken waarin Griffault en
Brutschi erkennen dat zij het cadeautje van Parretti hebben ontvangen.
Beiden beweren evenwel dat zij geen idee hadden van de waarde van de
aandelen en warrants en de gift uitsluitend accepteerden om hun klant
niet voor het hoofd te stoten. Georges Vigon, die zich volgens de
publicatie door Parretti eveneens op vakantietripjes liet fteren en
kunstwerken ontving, gaf nog geen commentaar op de beschuldigingen. Het
is niet duidelijk of het OM in Rotterdam mogelijk tot vervolging
overgaat. In totaal zouden Parretti en Fiorini voor minstens twee
miljard dollar aan kredieten via CLBN ontvangen. Een groot deel hiervan
werd benut voor de overneming van MGM en het op de been houden van de
sukkelende filmstudio, die vanaf het begin af aan een financieel
bodemloze put bleek. Miljoenen dollars van de CLBN-leningen verdwenen
evenwel in het niets.
Uit processtukken die inmiddels in de Verenigde Staten circuleren blijkt
dat de bankiers in Parijs en Rotterdam er slaagden de toezichthouders
van De Nederlandsche Bank (DNB) langdurig aan het lijntje te houden. Al
begin 1989 maakte de DNB zich grote zorgen over de leningen van Parretti
en Fiorini bij CLBN, die op dat moment al waren opgelopen tot 660
miljoen dollar.
De schuldenlast vormde toen al ,,een onderling samenhangend en naar onze
mening exorbitant risico'', zo schrijft DNB-directeur Arnoud Wellink in
een brief gedateerd 12 februari 1990 aan Jean-Yves Haberer, de
toenmalige bestuursvoorzitter van Creacute;dit Lyonnais in Parijs. De
DNB eiste begin 1989 dan ook een garantiestelling vanuit Parijs, maar
trok deze eis weer in na de plechtige belofte vanuit de CLBN-top in
Rotterdam dat het krediet binnen afzienbare tijd voor een belangrijk
deel zou worden afgelost.
Tot woede en verbijstering van de De Nederlandsche Bank bleek er echter
niets van afspraak terecht te komen. Integendeel: Parijs en Rotterdam
gingen onverminderd verder met het verstrekken van kredieten aan
Parretti en Fiorini. ,,Eind oktober 1989 werd duidelijk dat de leningen
waren opgelopen tot 1035 miljoen dollar'', aldus een ontzette Wellink in
zijn schrijven. ,,Het was duidelijk dat hier zo'n risico in het geding
was dat we meenden dat de Commission Bancaire (de Franse toezichthouder,
red.) op de hoogte gebracht moest worden.''
In zijn brief schrijft de DNB-directeur dat Creacute;dit Lyonnais in
Parijs inmiddels welliswaar een garantie heeft afgegeven, maar beklaagt
zich over het gevaar voor de goede naam van CLBN en het vrijwel volledig
ontbreken van overzicht aan uitstaande leningen binnen de bank. Zo toont
Wellink zich wantrouwend naar aanleiding van krantenpublicaties over de
verkoop van de Nederlandse en Britse Cannon-bioscopen door Parretti en
Fiorini.
Deze verkoop werd door het duo en CLBN gepresenteerd als een middel om
een deel van de schuld af te lossen. Maar de nieuwe eigenaar, het tot
dan toe onbekende Cinema 5 Europe, bleek de overneming eveneens met
geleend geld van CLBN te financieren. ,,We willen zeker weten dat de
nieuwe schuldenaars op geen enkele manier contractueel of financieel met
de oude schuldenaars zijn verbonden'', aldus Wellink, die volgens zijn
schrijven in de veronderstelling leeft dat Cinema 5 Europe een
houdstermaatschappij is van de Italiaanse media-tycoon Berlusconi.
Achteraf bleek Cinema 5 Europe slechts een van de vele sluipwegen van
Fiorini en Parretti om de leningen van CLBN binnen te sluizen.
Pas halverwege 1991, ruim anderhalf jaar later, werd Creacute;dit
Lyonnais gedwongen een aantal ingrijpende maatregelen te nemen bij CLBN.
Bestuursvoorzitter Brutschi werd uit zijn functie ontzet, nadat uit
ondermeer publikaties in deze krant bleek dat hij maandenlang de
aandeelhouders voorgelogen had over de mate van betrokkenheid van de
bank bij de zaken van Parretti en Fiorini. CL-topman Vigon, die als
hoofd Europa binnen de bank een centrale rol speelde in de
kredietverlening aan het Italiaanse duo, werd door de bank met vervroegd
pensioen gestuurd. Griffault bleef nog enige tijd in dienst bij de bank
om te helpen bij het in kaart brengen van de juridische en
financieuml;le chaos die achter was gelaten na het ineenstorten van het
imperium van Parretti en Fiorini.
In het artikel in Fortune wordt de filmbankier Frans Afman eveneens
beschuldigd van het aannemen van steekpeningen in de tijd voor CLBN de
filmdivisie leidde. Onder leiding van Afman groeide CLBN in de jaren
tachtig uit tot de belangrijkste financier van onafhankelijke
filmprodukties in Hollywood. Hij zou volgens een getuigenverklaring voor
een rechtbank in Los Angeles in 1983 op een jacht in Cannes een envelop
met een onbekend bedrag aan dollars hebben ontvangen in ruil voor het
verstrekken van een lening aan een Amerikaanse produktiemaatschappij.
Afman, die recentelijk werd benoemd tot voorzitter van de stichting
Nederlands Filmfestival, ontkent desgevraagd met klem de
beschuldigingen. ,,Ik ben misschien niet de slimste bankier'', aldus
Afman, ,,En ik weet ook niet precies hoe dat soort dingen in zijn werk
gaan. Maar het is wel bijzonder onwaarschijnlijk dat ik in het bijzijn
van zeker vijftig mensen een envelop met geld aan zou nemen.'' Volgens
de zakenman, die bij CLBN vertrok uit onmin met de zaken die met
Parretti en Fiorini werden verricht, onderzoeken zijn Amerikaanse
advocaten mogelijke juridische akties tegen Fortune. ,,Dit is me
absoluut te gortig'', aldus Afman. ,,Mensen die me kennen gaan hier
schouderophalend aan voorbij. Ik heb een te goede reputatie in
Hollywood.''
