

Het bestel blijft grotendeels intact






Door een onzer redacteuren


DEN HAAG, 26 JUNI. Het bestaande bestel van
de publieke omroep in Nederland zal goeddeels intact worden gelaten. Dat
is de strekking van het vanochtend in Den Haag gepresenteerde rapport
van de 'Commissie Publieke Omroep'.


De zogenoemde commissie-Ververs, die zich in opdracht van
staatssecretaris Nuis heeft gebogen over een blauwdruk voor de
Nederlandse publieke omroep in de toekomst, stelt als voornaamste
vernieuwend element 'omroepverkiezingen' voor. Het huidige stelsel,
waarbij omroepen zendtijd krijgen toegewezen op grond van
ledenaantallen, zou door deze verkiezingen worden vervangen. De zendtijd
over drie televisiezenders en vijf radiozenders -
 de commissie ziet geen noodzaak tot inkrimping van het aantal zenders
van de publieke omroep - zou naar rato van de verkiezingsuitslag moeten
worden verdeeld. In voorlopige reacties van de fracties van politieke
partijen in de Tweede Kamer is weinig enthousiasme te beluisteren voor
het idee van omroepverkiezingen. Zowel uit de regeringspartijen PvdA en
VVD, als van het CDA werden kritische geluiden gehoord. De regering zal
pas na het zomerreces van de Kamer met een eigen standpunt komen. Aan de
huidige wijze van financiering van de publieke omroep - een mengeling
van omroepbijdragen en reclameinkomsten - zal in de gedachtengang van de
commissie-Ververs geen verandering komen. De NOS (Nederlandse Omroep
Stichting) zal worden vervangen door de SON (Stichting Omroep
Nederland), die binnen het hervormde bestel de bundelende kracht zou
moeten zijn. De SON - waarvan het budget ten opzichte van de huidige NOS
gedecimeerd zou worden - zou niet alleen twintig procent van de
programma's leveren, maar ook verantwoordelijk zijn voor de concrete
verwezenlijking van de door de wetgever aan de publieke omroep opgelegde
quota voor verschillende programmagenres, en de coouml;rdinatie binnen
de verschillende televisie- en radionetten.

De commissie stelt voor een aantal bestaande zendgemachtigden zonder
leden (zoals de RVU) te laten verdwijnen en hun taken door de SON te
laten vervullen.

Om deel te nemen aan de omroepverkiezingen zouden omroepverenigingen
over ten minste '100.000 agrave; 150.000 leden' moeten beschikken, die
elk ten minste 25 gulden per jaar zouden moeten bijdragen.
Omroepverenigingen die een quorum van tien agrave; vijftien procent van
de uitgebrachte stemmen niet halen zouden van uitzending worden
uitgesloten. De Wereldomroep zou in haar huidige vorm ophouden te
bestaan en zich uitsluitend nog met uitzendingen voor Nederlanders in
het buitenland bezighouden. Alle uitzendingen  in talen andere dan het
Nederlands komen te vervallen.











