

Defensie wijst oude asbestclaims af






Door een onzer redacteuren


ROTTERDAM, 3 MEI. Het ministerie van Defensie wijst claims van
asbestslachtoffers af als de gedupeerden meer dan dertig jaar geleden
werden blootgesteld aan asbest. Volgens recente studies duurt het
gemiddeld dertig tot veertig jaar voordat de meest voorkomende
asbestziekten optreden.
Defensie beroept zich op de algemene verjaringstermijn voor
schadeclaims. Dit bevestigt een woordvoerder van Defensie.

Staatssecretaris Gmelich Meijling (Defensie) schreef vorige week aan de
Tweede Kamer dat Defensie het personeel in het NAVO-commandocentrum de
Cannerberg bij Maastricht onvoldoende heeft beschermd tegen asbest. Als
zich bij Nederlands defensiepersoneel dat in de Cannerberg heeft gewerkt
een ,,typisch aan asbest gerelateerde aandoening'' voordoet, zal
Defensie de aansprakelijkheid daarvoor erkennen, aldus Gmelich Meijling.

In de Cannerberg was van 1960 tot 1992 een commandocentrum gevestigd.
Naar aanleiding van een brand werden tussen 1967 en 1970
ventilatiekanalen voorzien van blauw asbest. Dit geldt als uiterst
schadelijk voor de gezondheid. De meest voorkomende asbestziekte,
mesothelioom (long- of buikvlieskanker), openbaart zich volgens
internationaal wetenschappelijk onderzoek gemiddeld dertig tot veertig
jaar nadat het slachtoffer in aanraking is gekomen met asbestvezels.
Reeds in 1971 toonde de arbeidsinspectie in het commandocentrum hoge
concentraties asbestvezels in de lucht aan.

Bij zijn erkenning van de aansprakelijkheid van Defensie kondigde de
staatssecretaris aan dat de regering zich nog zou
buigen over verjaarde vorderingen. De woordvoerder: ,,We blijven in alle
gevallen gewoon de normale verjaringstermijnen hanteren, totdat de
regering anders beslist.''

Het ministerie van Sociale Zaken heeft onlangs een onderzoek laten
verrichten waaruit blijkt dat Nederland de komende 35 jaar
veertigduizend gevallen van asbestgerelateerde ziekten kan verwachten.
De sterfte aan mesothelioom zal stijgen van jaarlijks driehonderd
gevallen nu tot zevenhonderd in de periode 2015-2021.

De Utrechts advocaat B. Ruers staat al jaren asbestslachtoffers bij en
heeft op dit moment tientallen clieuml;nten die in de Cannerberg hebben
gewerkt. In vrijwel al zijn asbestzaken tegen de overheid was het
ministerie van Defensie de wederpartij. Vooral de bouw van
marineschepen, onder meer op de rijkswerf in Den Helder, heeft veel
slachtoffers gemaakt.

Volgens Ruers beroept Defensie zich, als dat juridisch haalbaar is,
altijd op verjaring van de vordering. ,,Ze richten met die formele
houding een hoop ellende aan bij de slachtoffers en hun nabestaanden.''
Bij asbestclaims begint de termijn van dertig jaar direct nadat het
slachtoffer voor het laatst is blootgesteld aan de asbestvezels.

Asbestzaken verjaren bovendien, net als andere schadeclaims, vijf jaar
nadat de schade voor het eerst kenbaar is geworden. Bij
asbestvorderingen is dat het moment waarop de ziekte wordt
geconstateerd. Ook deze verjaringstermijn van vijf jaar wordt door
Defensie geregeld ingeroepen.

Sociale Zaken heeft voormalig minister van Justitie en van Defensie,
emeritus-hoogleraar J. de Ruiter van het Centrum Arbeidsverhoudingen
Overheidspersoneel in Den Haag om advies gevraagd. De Ruiter
presenteerde zijn advies over wat hij noemt de ,,jurische lijdensweg''
van asbestslachtoffers vorige maand. De Ruiter schrijft dat de
verjaringstermijn van dertig jaar een ,,voor het rechtsgevoel zeer
onbevredigende situatie'' oplevert. Hij dringt aan op een ,,snelle
bezinning op het geldend recht''.

Naar schatting tien procent van de slachtoffers is volgens De Ruiter in
dienst van de overheid blootgesteld aan asbest. De overheid zou bij de
behandeling van verjaarde asbestclaims ,,een voorbeeld kunnen geven''
door zich coulant op te stellen, aldus De Ruiter. ,,Na verjaring blijft
immers een natuurlijke verbintenis bestaan.''

Volgens een woordvoerder van Sociale Zaken zal het kabinet binnen enkele
weken naar aanleiding van het rapport van De Ruiter een standpunt
innemen. Volgens hem is niet te voorspellen of het besluit soelaas biedt
voor slachtoffers van wie de vordering reeds op grond van verjaring is
afgewezen.












