Politie zegt vertrouwen in korpschef Rotterdam op
Door een onzer redacteuren
ROTTERDAM, 28 APRIL. Drie politievakbonden en de ondernemingsraad van
het politiekorps Rotterdam-Rijnmond hebben vanochtend het vertrouwen
opgezegd in de korpschef, voormalig generaal J.W. Brinkman.
Daarmee is het sinds januari sluimerende conflict tussen Brinkman en de
ondernemingsraad van het korps tot een uitbarsting gekomen.
Korpsbeheerder en burgemeester van Rotterdam A. Peper zou vanmiddag een
verklaring afgeven.
De drie bonden (ACP, ANPV en NPB) stellen de vorig najaar benoemde
Brinkman verantwoordelijk voor de ,,onherstelbare verstoring van de
verhoudingen'' in het korps. De ondernemingsraad stelt in een verklaring
dat ,,er geen vertrouwen is in de wijze van leiding geven van de
korpschef''.
De drie vakbonden, die negentig procent van het georganiseerde
politiepersoneel in Rotterdam en omgeving vertegenwoordigen, verwijten
Brinkman solistisch optreden met betrekking tot de voorgenomen
reorganisatie van het politiekorps en gebrek aan vakinhoudelijk visie.
Met de ondernemingsraad doen ze een beroep op korpsbeheerder Peper en op
minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) ,,stappen te ondernemen die
leiden tot een structurele oplossing''.
De ondernemingsraad spreekt zich uit voor benoeming van een nieuwe
korpschef ,,die in staat is het korps op inspirerende wijze te leiden''.
Binnen het korps is geen draagvlak meer voor Brinkman, aldus de
ondernemingsraad, die vorig jaar negatief adviseerde over de voorgenomen
benoeming van Brinkman, die door minister Dijkstal en Peper als enige
kandidaat naar voren was geschoven.
De overgrote meerderheid van de 21 leden tellende ondernemingsraad wijst
ook een nieuwe bemiddelingspoging af. Zaterdag voerde burgemeester Peper
in het Rotterdam Airport Hotel een lang gesprek met de vakbonden en de
ondernemingsraad dat zonder resultaat bleef. ,,Hij stelde nog voor hij
kennis had genomen van de inhoudelijke argumentatie van de OR dat de
korpschef zou blijven zitten'', aldus de OR. Vorige week liet Peper de
bonden en de OR weten dat hij ,,niet mee zal doen aan vergroezeling of
verkruimeling van verantwoordelijkheden''.
Brinkman liet in januari in zijn nieuwjaarsrede scherpe kritiek horen op
het functioneren van het korps en van de OR. ,,Hij vond dat de OR
onnodig vertraagde en frustreerde. Door deze opstelling heeft de
korpschef de OR geschoffeerd'', aldus de ondernemingsraad in zijn
verklaring.
De OR verwijt Brinkman dat hij zich niet gebonden acht aan het zogeheten
instemmingsrecht bij belangrijke reorganisaties dat de OR met Brinkmans
voorganger Hessing was overeengekomen.
