

Europese topambtenaren adviseren hardere aanpak misdaad






Door onze redacteur ROB SCHOOF


DEN HAAG, 14 APRIL. De Europese Unie moet zichzelf beter teweerstellen
tegen de internationale georganiseerde misdaad. De lidstaten reageren te
langzaam op grootschalige criminele activiteiten. Ze lopen ,,bijna
altijd een stap achter''.


Dit schrijft de 'High Level Group', een groep van Europese topambtenaren
van Justitie, in een Actieplan tegen de georganiseerde misdaad.
De groep, onder leiding van de Nederlandse directeur-generaal van
Justitie J. Demmink, doet dertig aanbevelingen voor een
efficieuml;ntere criminaliteitsbestrijding. Het document moet in juni,
tijdens de EU-top in Amsterdam, worden aangenomen.

De lidstaten moeten tal van maatregelen nemen tegen witwassen, fraude,
corruptie en de bewegingsvrijheid van criminelen, menen de ambtenaren.
,,Criminaliteit wordt steeds meer een bedreiging van de maatschappij.''
De regeringen van de Unie maken zich ernstige zorgen over de toename van
de grensoverschrijdende, zware criminaliteit.

De topambtenaren vinden dat moet worden onderzocht in hoeverre de
wetgeving in de EU-lidstaten kan worden geharmoniseerd, zodat de misdaad
op min of meer vergelijkbare wijze wordt aangepakt. Tot dusverre voelden
de EU-landen daar weinig voor. Maar, zo stellen de ambtenaren, ,,fraude
en corruptie nemen zeer ernstige proporties aan''.

De EU-landen moeten wetgeving krijgen die het 'kaalplukken' van
criminele groeperingen mogelijk maakt. Dat houdt in dat criminele winsten worden
 afgenomen. Dergelijke wetgeving bestaat al
in Nederland, maar nog niet in alle EU-lidstaten. Ook moet het
'lidmaatschap van een criminele organisatie' in alle landen strafbaar
worden gesteld zodat criminelen, ongeacht waar zij zich in de Unie
bevinden, kunnen worden gestraft. Verder moeten de lidstaten maatregelen
nemen die de contante betaling van ,,exceptionele'' bedragen voor dure
goederen, zoals auto's, onmogelijk maken. Ongebruikelijke transacties
bij geldinstellingen, vaak gedaan om geld wit te wassen, moeten in de
Unie worden bemoeilijkt. In Nederland bestaat al een meldpunt voor
dergelijke transacties.

Zij willen dat de georganiseerde misdaad minder kans krijgt in de
'bovenwereld'. Personen die connecties hebben met de georganiseerde
misdaad, moeten worden uitgesloten van aanbestedingsprocedures voor
publieke werken. Voor ,,kwetsbare beroepsgroepen'' als de advocatuur, het notari
aat en
de accountancy moeten in alle landen gedragscodes komen om de misdaad
buiten de deur te houden. De fraudebestendigheid van het gewone en het
elektronische betalingsverkeer moet worden verbeterd. ,,Technologische
innovaties als Internet en elektronisch bankieren blijken een zeer
comfortabel transportmiddel voor het plegen van criminaliteit en het
witwassen van crimineel geld'', aldus het rapport van de justitietop.

De High Level Group vindt verder dat in alle EU-landen onderzoek moet
worden gedaan naar georganiseerde criminaliteit, zoals in Nederland in
1995 en 1996 is verricht door de parlementaire enquecirc;tecommissie
opsporingsmethoden. Minister Sorgdrager (Justitie) uitte vorig jaar
kritiek op een aantal EU-landen, waaronder Italieuml; en Frankrijk, die ,,op een
 A4-tje'' een beschrijving gaven van de
georganiseerde misdaad. Zij kon toen al schermen met het rapport-Van
Traa over de georganiseerde misdaad in Nederland.

Elk land zou een centraal orgaan moeten creeuml;ren dat
verantwoordelijk is voor de coouml;rdinatie van de bestrijding van de
zware georganiseerde criminaliteit. In de meeste landen is de informatie
versnipperd over het openbaar ministerie, de politiekorpsen en de
douane. De informatie van deze nationale organisaties, zoals de Centrale
Recherche Informatiedienst (CRI) in Nederland, moet zodanig worden
gestandaardiseerd dat zij beter uitwisselbaar is.

Een belangrijke rol is weggelegd voor de politie-organisatie Europol in
Den Haag, onder meer voor een analyse van gegevens. De ambtenaren
dringen aan op een snelle ratificatie van het Europol-verdrag en andere
verdragen voor samenwerking tussen de EU-landen. Ook verdragen over de
uitlevering van verdachten en de douane-samenwerking zijn nog niet
overal aan het parlement voorgelegd.

De Europese ministerraad moet nog voor de toetreding van
kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa een pact sluiten over
samenwerking in de strijd tegen de georganiseerde misdaad.












