

Coalitie oneens over referendum






Door onze redacteur ROB SCHOOF


DEN HAAG, 19 MAART. Tussen de regeringsfracties is onenigheid ontstaan
omdat de VVD het kabinetsvoorstel voor de invoering van het correctief
wetgevingsreferendum dreigt te verwerpen.


De VVD-fractie wenst niet dat 'besluiten' van een gemeentebestuur
onderwerp van een referendum kunnen worden, zoals het kabinet wil.

Als het aan de VVD ligt valt daarmee ook een referendum zoals vandaag in
Amsterdam over IJburg wordt gehouden af. ,,Wij zullen tegen het
referendum stemmen als dat zo blijft'', zegt het Kamerlid Te Veldhuis.
,,Anders zouden wij verder gaan dan we in het regeerakkoord hebben
afgesproken.'' Het Kamerlid Scheltema (D66) vindt dat Te Veldhuis het
gemeentelijke referendum ,,ondergraaft''. ,,Ik zie het als een poging om
het hart uit het lokale referendum te halen'', aldus Scheltema.

In het regeerakkoord zijn afspraken gemaakt over de invoering van een
correctief wetgevingsreferendum. Die houden in dat de bevolking bij een
landelijk referendum een wet kan tegenhouden nadat deze door het
parlement is aangenomen. Bij lokale referenda moet de bevolking 'besluiten' van 
het
gemeentebestuur kunnen terugdraaien, vindt het kabinet. De VVD vindt dat
begrip echter veel te ruim en kiest voor alleen 'verordeningen', het
gemeentelijke equivalent voor wetgeving. Besluiten over een autovrije
binnenstad of de aanleg van een woonwijk zijn nooit algemene
verordeningen. ,,Het zijn besluiten'', aldus Te Veldhuis. Scheltema
vindt dat er te veel onderwerpen worden uitgesloten als alleen
verordeningen, zoals politie-verordeningen, referendabel kunnen worden.

Dat was ook de redenering van het kabinet. ,,Als de bevolking zich niet
over zaken als IJburg kan uitspreken heb je geen serieus referendum
meer'', zegt Scheltema. Ook Rehwinkel (PvdA) verwacht dat er dan veel
onderwerpen buiten de boot zullen vallen. De Raad van State vindt, zo
schrijft het in zijn advies, dat het referendabel maken van alle
gemeentelijke besluiten ,,inconsistent'' is. Bovendien zou, aldus de
Raad van State, het referendabel maken van ,,maatschappelijk
noodzakelijke projecten die op weerstand stuiten bij delen van de
bevolking de slagvaardigheid van het bestuur ernstig kunnen aantasten''.

Te Veldhuis heeft er nooit een geheim van gemaakt dat de VVD tegen de
invoering van het referendum is. De fractie ziet het als
eacute;&eacute;n van de ,,prijzen'' die in 1994 moesten worden betaald
om een 'paars' kabinet mogelijk te maken. ,,Wij houden ons aan het
regeerakkoord, maar gaan niet verder dan dat.''

Scheltema en Rehwinkel zijn het er in de aanloop naar het referendum
over IJburg wel over eens geworden dat de drempel voor het houden van
een referendum moet worden verhoogd, bijvoorbeeld door burgers naar
stadhuis of bibliotheek te laten gaan om hun handtekening te zetten en
het aantal benodigde handtekeningen te verhogen. ,,Het referendum is een
ingrijpend middel'', zegt Scheltema. ,,Het is heel gemakkelijk om op een
markt veel handtekeningen te verzamelen. Men moet er een beetje moeite
voor doen.'' Te Veldhuis constateert dat PvdA en D66 met hun standpunt
,,in de richting van de VVD zijn opgeschoven''.

Ook bij het landelijk wetgevingsreferendum speelt nog steeds een
discussie over de onderwerpen voor een volksstemming. Besluiten over grote proje
cten als de Betuwelijn, Schiphol of de
hogesnelheidslijn, vaak betwist door grote groepen burgers, zijn alle
planologische kernbeslissingen (pkb's) en geen wetten. Het kabinet heeft
daarom pkb's niet opgenomen bij de onderwerpen voor een referendum. Te
Veldhuis: ,,Bij pkb's bestaat een hele lange
inspraakprocedure voor burgers. Als je die ook nog eens aan een
referendum kan onderwerpen gaat het veel te lang duren. Het is inspraak
vooraf of achteraf, maar niet allebei.'' D66 vindt dat pkb's wel tot de
onderwerpen van een referendum moeten behoren. Scheltema denkt dat
inspraak vooraf en een referendum achteraf geen
,,uitrekking'' van de procedure hoeft op te leveren.

Vermoedelijk zal minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) nog voor de
zomer met de Tweede Kamer debatteren over het wetsvoorstel. In het
voorstel van het kabinet over het landelijk wetgevingsreferendum zijn
een aantal onderwerpen uitgezonderd: wetgeving over het koningschap, het
koninklijk huis, de rijksbegroting en de Nederlandse wetgeving voor
internationale verdragen en Europese richtlijnen. Voor de invoering van het refe
rendum dient de Grondwet te worden
gewijzigd. Daartoe is in zowel Eerste als Tweede Kamer een meerderheid
van tweederde nodig. Na de verkiezingen van volgend jaar komt het
wetsvoorstel voor een 'tweede lezing' nog eens aan bod in beide Kamers.










