Top politie tegen voorstellen kabinet
Door onze redacteur MARCEL HAENEN 
DEN HAAG, 4 MAART. De
politiecommissarissen en korpsbeheerders vinden de wetgevingsplannen van
het kabinet voor de toepassing van bijzondere opsporingsmethoden veel te
strikt.
Dit blijkt uit een brief die namens de raad van hoofdcommissarissen en
het korpsbeheerdersberaad vorige week is verstuurd aan minister Dijkstal
(Binnenlandse Zaken). De wetsvoorstellen die als gevolg van de
IRT-affaire opsporingsbevoegdheden als observatie, inkijken en
infiltratie regelen, laten bovendien ,,te weinig ruimte voor in de
toekomst te ontwikkelen opsporingsmethodieken'', aldus de politietop en
burgemeesters. Zij vinden dat het kabinet de nieuwe bepalingen van het
Wetboek van Strafvordering al te zeer afstemt op de aanpak van de zware
georganiseerde criminaliteit en daarom te strenge voorwaarden stelt die
het hele politiewerk zullen belemmeren.
Nu het kabinet eist dat bepaalde opsporingsmiddelen alleen mogen worden
ingezet als ,,een ernstige inbreuk op de rechtsorde dreigt'' zal dat tot
gevolg hebben dat ,,de lokaal ernstige en middelzware criminaliteit uit
het zicht blijft''. Als voorbeeld noemen de hoofdcommissarissen dat het
in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn jeugdige delinquenten te
observeren ,,om zodoende in overeenstemming met het huidige beleid
criminele carriegrave;res vroegtijdig een halt toe te roepen''.
Ook de aanpak van voetbalvandalisme en rechts-extremisme zal worden
bemoeilijkt als de voorgestelde wetgeving wordt aangenomen.
Bij de voor dit advies geconsulteerde recherchechefs van de politie
leeft het gevoel dat het kabinet met de plannen te veel bezig is geweest
de gaten te dichten die de parlementaire enquecirc;tecommissie
opsporingsmethoden heeft vastgesteld. ,,Alle bevoegdheden worden straks
keurig geregeld, maar niemand maakt ons duidelijk hoe de uitvoering van
bijzondere opsporingsmiddelen er in de praktijk mag uitzien'', aldus een
recherchechef. ,,We mogen straks infiltreren, maar hoe je iemand een
geloofwaardige cover geeft, blijft ongeregeld.''Een algemeen bezwaar bij
korpsbeheerders en de politie is dat het kabinet veel te veel macht
toekent aan het openbaar ministerie. Over de toepassing van bijzondere
opsporingsbevoegdheden beslist de officier van justitie. ,,Daarmee wordt
de directe betrokkenheid van het OM bij de opsporing aanmerkelijk
vergroot.''
Volgens de politie is deze rol van de officier van justitie in de
praktijk onwerkbaar, omdat het schort aan ,,de bereikbaarheid en
daadwerkelijke beschikbaarheid voor spoedeisende gevallen bij het OM''.
In het advies wordt voorgesteld ook een politieman, als hulpofficier van
justitie, de bevoegdheid te geven toestemming te verlenen voor gebruik
van speciale methoden.
Politie en burgemeesters pleiten in hun schrijven ,,voor een meer open
regeling'' van de opsporingsmethoden. ,,Met het oog op recente en
toekomstige ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld rond digitaal en
financieel rechercheren menen wij dat dit wetsvoorstel in te geringe
mate ruimte laat om snel en slagvaardig op deze ontwikkelingen te kunnen
reageren.''
De politie wil ook meer mogelijkheden om te kunnen infiltreren. In de
toekomst mag dit middel alleen worden gebruikt bij groepen personen die
zware misdaden beramen. De politie wil infiltratie ook kunnen inzetten
bij minder ernstige misdrijven, zoals bijvoorbeeld voetbalvandalisme, maar ook v
oor de aanpak van eenmansacties. Genoemd
wordt de ontvoering van G.J. Heijn.
Ook wil de politie met microfoons in woningen kunnen afluisteren, zodat
kan worden ,,voorkomen dat dit criminele vrijplaatsen worden. Een
dergelijke mogelijkheid lijkt zeer effectief te kunnen zijn bij de
aanpak van de zware, georganiseerde criminaliteit en brengt minder
risico's met zich mee voor de integriteit van het opsporingsapparaat''.
