Ajax tast tevergeefs naar het ongrijpbare
Door onze redacteur GUUS VAN HOLLAND 
AMSTERDAM, 23 DEC. Het was
onaangenaam koud buiten. Een gure wind loeide rondom het stadion van
Amsterdam. De feeeuml;rieke verlichting waarmee het modernistische
bouwwerk de zwarte hemel versierde, deed denken aan een kerstboom. Ajax
en PSV, twee van de beste voetbalclubs van Nederland, speelden er hun
hun laatste wedstrijd van het jaar. De overwintering was begonnen. Voor
de ene club een periode van overdenking, voor de ander een periode van
feest. Ajax gaat na de 2-0 nederlaag met een achterstand van achttien
punten op PSV het nieuwe jaar in. Zelfs een helderziende zou een jaar
geleden deze situatie nauwelijks hebben kunnen voorspellen.
Ajax-PSV was geen krachtmeting met een kerstgedachte. Het was een
voetbalwedstrijd zoals we die kennen wanneer twee grote clubs elkaar de
macht betwisten. Het was eenvoudigweg spannend en deed al het gekissebis
omtrent zogenoemde supercompetities tussen de rijken van de
voetbalwereld vergeten. Gelukkig is er nog puur voetbal om zich over op
te winden. Al zullen Amsterdammers na de laatste maanden van Ajax-verval
daar anders over denken.
Het was in de windstille Arena aangenaam verkeren tussen mensen die zich
opwinden over fraaie manoeuvres, gemiste kansen, zware overtredingen en
dubieuze scheidsrechtersbeslissingen. Ver weg van de rekenaars in de
ereloges die de markt en de beurs als hun favoriete arena beschouwen.
Het was enerverend te ervaren hoe Ajax in de beginfase
van de wedstrijd PSV in het nauw bracht. Zoals Ajax al zijn sores met
blessures, schorsingen en mentaal ongemak probeerde te compenseren met
werklust. Dat was boeiend. Maar deze opmerkelijke opening kreeg geen
vervolg - en dat was geen verrassing.
Even was er hoop in de Amsterdamse kringen. Maar zoals zo vaak het
laatste half jaar werd die hoop snel teniet gedaan. Deels door onkunde,
deels door gebrek aan talent, deels door gebrek aan vertrouwen, deels
door een spelsysteem waarin alleen nog trainer Van Gaal gelooft. Zoveel
chaos is niet alleen terug te voeren op blessures en schorsingen. Zoveel
chaos is het antwoord op jaren van te strenge discipline, te ver
doorgevoerde systemen en te hoge verwachtingen van het voetbalspel en
van het menselijk vermogen.
Ajax wint niets - een fortuinlijke uitschieter tegen Grasshopper in
Zuuml;rich daargelaten. En het mag vrezen dat er voorlopig ook niet
veel meer gewonnen zal worden. In het nationale bekertoernooi is Ajax al
uitgeschakeld, voor het kampioenschap is Ajax volslagen kansloos. Zelfs
het bereiken van de tweede plaats, die recht geeft op deelname aan de
Champions League, is bijna onmogelijk geworden met vijftien punten
achterstand op Feyenoord, de nummer twee van dit moment. Verstokte
Ajacieden dromen verder en menen dat Ajax in de Champions League nog wel
een succesje zal boeken. Tegen die tijd is mogelijk al
bekend waar Van Gaal volgend jaar werkt en zal het vuur uit zijn.
En toch praten de Ajax-leiders over een Superliga, of nog erger een
Europese supercompetitie met Juventus, Real Madrid, Bayern Muuml;nchen,
Barcelona en zo verder. Alsof Ajax daarin per definitie thuishoort. En
ze praten over het opleiden van eigen trainers, alsof dat het hoogste
goed is. Naiuml;ever kan bijna niet. Ajax is een cultclub, met veel
aanhangers, maar veel van die volgelingen zijn blindgangers en
verdwijnen als het dit jaar niet goedkomt met Van Gaal en zijn jongens.
Want zo opportunistisch is voetbalvolk.
Ajax en PSV speelden een zogeheten topper. Maar het veld was geen topper
waard. Er zijn dagen geweest dat Ajax en vooral Van Gaal hun neus
ophaalden voor zo'n slecht veld en erbij de scheidsrechter op aandrongen
de wedstrijd af te gelasten. Scheidsrechter Jol zal afgelasting nooit
hebben overwogen. Maar dat de grasmat op sommige plaatsen onbespeelbaar
was, zou hij moeten toegeven. Stellen we ons eens voor dat Ajax-PSV niet
was doorgegaan omdat de scheidsrechter het veld te slecht vond. Dat zou
weer een leuke rel in voetballand hebben veroorzaakt.
Dat PSV de wedstrijd zou winnen, werd naarmate de tijd vorderde, steeds
duidelijker. PSV manifesteerde zich als de ploeg die de ranglijst
aanvoerde: verbeten, zeker, compact en overtuigd van zijn talent en
overtuigd dat het geluk haar ten deel zou vallen. Ajax was aandoenlijk
ijverig, aandoenlijk zoekend naar de vorm van weleer, aandoenlijk tastend naar h
et ongrijpbare. Ajax was kwetsbaar met zijn
tiener-defensie, waarin de 18-jarige Ghanese debutant Kofey Mensah de
voorkeur had gekregen boven ervaren krachten als de Braziliaan Santos en
de Argentijn Juan. Gods wegen worden ondoorgrondelijk genoemd, maar die
van Ajax-trainer Van Gaal mogen er ook zijn.
Het spel van Mensah was plichtmatig. PSV-trainer Advocaat zag in de
opstelling van deze jeugdspeler een goede gelegenheid Ajax op zijn
kwetsbare plek te raken. Hij kende Mensah nog van zijn tijd als
bondscoach, toen de Ajacied deel uitmaakte van de Nederlandse
jeugdselectie, Hij wist dat Mensah weinig opbouwende kwaliteiten had.
Laat hem vrij, zei Advocaat tegen zijn spelers, en dwing hem de opbouw
te verzorgen. Mede daardoor werd Mensah een zwakke pion bij Ajax. Van
Gaal zag dat anders. Al was het alleen maar om zich te verdedigen tegen
de manier waarop hij Santos behandeld. Dat hij Santos uiteindelijk toch
in het veld moest sturen om de geblesseerde Melchiot te vervangen, was
onverwacht. Maar nog geen minuut later was Santos al weer uit het veld,
door een rode kaart wegens het vastpakken van de doorgebroken Nilis. Een
domme overtreding na een trage reactie op een domme ingooi van Mensah.
Maar Van Gaal zal de uitsluiting van Santos vieren als zijn gelijk.
PSV was de betere ploeg, had de beste kansen. Jonk scoorde vlak voor
rust na een afgemeten pass van Nilis 1-0. En dat de Ajax-defensie op dat moment 
zich enigszins chaotisch opstelde, zoals
Van Gaal zei, is inherent aan de manier waarop hij de defensie had
samengesteld. Tien minuten na rust moest Ajax met tien spelers verder.
En zoals vaker put de ploeg met een speler minder daaruit onvermoede
krachten. PSV was slimmer, met verdediger Stam als onwrikbare rots en
middenvelder Vink als de meest indrukwekkende middenvelder. Vink en
Petrovic misten enkele kansen en lieten zich de mogelijkheden op een
feestelijke kerst ontgaan. Pas kort voor tijd scoorde Nilis op aangeven
van invaller Zenden 2-0.
Wie zich niet kan verenigingen met de uitslag, is waarschijnlijk een
aanhanger van Ajax. Hij moet maar moed putten uit de manier waarop de
Ajacieden zich met overgave in de strijd gooiden. Voor de meeste
aanhangers is het nog steeds wennen dat Ajax niet meer zoveel geluk
heeft als de voorbije jaren. Die ongekende en onsportieve fluitconcerten
die door het stadion joegen wanneer een PSV'er aan de bal was, vormden
een grote dissonant. Frustraties kunnen hoog oplopen in kringen waar men
zich superieur waant. Misschien dat het kerstfeest deze Ajax-aanhangers
tot bezinning brengt. Misschien dat het besef doordringt dat voetbal
maar een spel is, opwindend maar niet geestverrijkend, aangenaam maar
niet zaligmakend. En vooral dat Ajax als kampioen niet het eeuwige leven
heeft.
