

'Het is een feest om met een jongen als Jan te werken'






Door onze redacteuren JAAP BLOEMBERGENen WARD OP DEN BROUW


SAINT-ETIENNE, 21 JULI. In een donker hoekje van een viersterrenhotel
met uitzicht op een golfbaan zit een Duitser in gebleekt spijkerpak. Hij
bestelt een bord spaghetti met tomatensaus en een glas cola - westerse
luxe is aan een oude Ossi niet besteed.


De 58-jarige Peter Becker vertelt met een indringende blik over het
wielerleven van de 23-jarige Jan Ullrich. Met een gebalde vuist slaat
hij hard en razendsnel in zijn andere hand. ,,Mijn ideeeuml;n en
theorieeuml;n heb ik in het wielrennen en in de bokssport gestopt.
Zolang ik trainer ben, al sinds 1964, zweer ik bij veelzijdige training.
Een wielrenner moet ook hardlopen, veldrijden, hij moet goed op de baan
kunnen rijden en hij moet zwemmen. Dat houdt de spieren elastisch.''

Aan gedrevenheid heeft Becker, tot 1991 verbonden aan de sportschool van
Dynamo Berlin, in al die jaren niet ingeboet. Zijn fanatisme hielp de
minstens zo gedreven Ullrich naar de wereldtop. Sinds het wielertalent
Ullrich de sportschool van Dynamo Berlin verliet, krijgt Becker geen
pfennig meer voor de uren dat hij met hem traint. ,,Hij geeft me een
kilometervergoeding en dat is meer dan genoeg'', zegt Becker. Als
Ullrich hem nodig heeft, stapt hij in de auto en rijdt hij vanuit zijn
woonplaats Berlijn naar het Zuid-Duitse Merdingen am Kaiserstuhl, waar
Ullrich tegenwoordig woont. Het dorpje in de buurt van Freiburg ligt
achthonderd kilometer van Berlijn. ,,Nur acht Stunden mit dem Wagen,
klar.''

Aanvankelijk maakte Becker veel testen met Ullrich. ,,Hij moest snel
zijn op de baan: 200 meter sprint, 2.000 meter tijdrijden, 15 kilometer
hardrijden op de weg. Ik merkte meteen dat hij heel goed presteerde. Dan
praat je met hem en denk je, Mensch, dat is een slimme jongen,
die weet wat hij wil. En dan is het natuurlijk ernst. Je hebt ook
jongens met een gemene blik in de ogen, jongens die doortrapt en
oneerlijk zijn. Maar als er dan een jongen komt als Jan, met een
heldere, intelligente oogopslag, die van alles het fijne wil weten, dan
is het een feest om met zo'n knaap te werken.''

Drie dagen voor het begin van de Tour de France onderwierp Becker zijn
'Ulli' aan een laatste test. Jan was op dat moment
Weltspitzenklasse, zegt Becker. Met de boodschap ,,Jij hoeft van
niets en niemand bang te zijn'' stuurde hij Ullrich de Tour in. Hoewel
de twee elkaar al meer dan tien jaar kennen, mag de leerling zijn leraar
pas sinds dit jaar tutoyeren. ,,Er is geen enkele reden meer voor hem om
u tegen me te zeggen. Jan is geen kleine, domme jongen meer.''

Becker ontdekte Jan Ullrich in Rostock, in november 1986, vlak voor zijn
dertiende verjaardag. Een jaar later verruilde Ullrich zijn ouderlijk
huis voor het internaat bij de sportschool van Dynamo Berlin. Op de
vraag wat voor soort jongen Ullrich was, zegt Becker: ,,Eeacute;n meter
60 groot, 49 kilo zwaar.'' Nee, zijn haar had toen nog niet de
peentjeskleur van nu. ,,Het was eerder donkerbruin. Later is het rood
geworden.''

Veel trainen en altijd willen winnen, zo herinnert Becker zich zijn
eerstejaars-pupil. Al gauw zag de trainer dat hij een bijzonder talent
onder zijn hoede had. ,,Ik zag dat aan de manier waarop hij op de fiets
zat. Hij kon ongelooflijk hard trappen, was zeer gedisciplineerd en
wilde altijd hogerop. In het nationale team, bij het baanrijden, bij
WK's en Olympische Spelen. Het was toen al een strebertje. Maar als zo'n
jongen twaalf jaar is kun je nog niet zeggen dat hij ooit wereldkampioen
wordt of de Tour de France zal uitrijden. Dat is Quatsch.''

Dat Ullrich, kind van gescheiden ouders, al op jonge leeftijd voorgoed
van huis ging, was volgens Becker volkomen normaal. ,,Voor ouders in de
DDR was het normaal dat je kind naar een sportschool ging. Daar konden
ze eten, kregen ze fietskleding, daar hadden ze materiaal en trainers.
Ouders konden bellen, ze konden die jongens bezoeken en als het je niet
beviel kon je ze zo van school halen. Dat heeft allemaal niks met dwang
te maken, het is een vrijwillige beslissing.''

Voor de val van de Berlijnse Muur in 1989 mochten de jongens op het
internaat van de DDR-sportschool niet naar de westerse televisie kijken.
Dus moesten ze ook de beelden van de Tour de France missen. Maar Becker
weet dat de jongens 's avonds laat hun bed uitkwamen, de sleutel van de
tv-kamer bemachtigden en stiekem toch naar hun helden keken. Becker
herinnert zich dat Jan destijds verzuchtte dat het mooi zou zijn ook
zelf eens in het geel te rijden.

In de tijdrit van afgelopen vrijdag, toen Ullrich het gat met zijn
grootste concurrent Richard Virenque met ruim drie minuten vergrootte,
zag Becker de gele trui op de rug, vanuit de ploegleiderswagen van
Walter Godefroot. ,,Natuurlijk was ik trots. Maar ik heb Jan vaker zo
zien rijden. Bij Duitse kampioenschappen, bij het tijdrijden, in 1993 in
Oslo toen hij wereldkampioen bij de amateurs werd. Maar het is nu een
ander verhaal. Hij is nu de leider in de Tour de France.''Halverwege het
vraaggesprek krijgt Becker een mobiele telefoon aangereikt. Aan de
andere kant spreekt Peter Sager, de trainer van Ullrich uit diens
geboorteplaats Rostock. Een lach verschijnt op Beckers gezicht. ,,Was
hij niet waanzinnig goed?'' De trainer stelt tevreden vast dat de 84ste
Tour de France naar wens verloopt. ,,Die Plannung hat
gestimmt.''

Voorafgaand aan de Tour trainde Becker nog samen met Ullrich. ,,Weet je
wat zo bijzonder is aan Jan en mij? Dat wij al tien jaar met elkaar
samenwerken. Tien jaar! Van jaar tot jaar zag ik heel concrete
vorderingen. Dat is belangrijk. Je kunt niet tegen Jan zeggen: 'Je hebt
in 1996 veertigduizend kilometer getraind, goed gedaan jongen, doe het
in 1997 maar wat kalmer aan.' Als je dat doet, ga je op je bek. Je moet
het trainingsprogramma steeds weer aanpassen.''

Becker geeft toe dat hij soms met heimwee terugdenkt aan het
DDR-systeem. ,,Toen was alles strak geregeld. Je had de sportclubs, de
kennis in het trainingscentrum, de trainers en de sporters en daarmee
werd gewerkt. In elk jaar werden in de eerste klas van de sportschool
zeventig tot tachtig jonge getalenteerde sporters opgeleid. Zwemmen,
lopen, krachttraining, speciale krachttechnieken. Alle trainers gingen
veertien dagen per jaar naar Leipzig, om bijgeschoold te worden door
sportwetenschappers, artsen en professoren.''

Ullrich is volgens Becker eacute;&eacute;n van de laatste succesvolle
producten van het Oost-Duitse systeem. ,,Er rijden er nog een paar. Jens
Heppner en Erik Zabel, dat zijn de laatsten.'' Hoewel Becker de
voordelen van het Vrije Westen noemt, klinkt af en toe weemoed door in
zijn stem. ,,Het is beter 400 miljoen Mark in jeugd te investeren die
sport bedrijft, dan dat je zoveel geld moet uitgeven om te repareren,
door het drugsmisbruik onder jongeren te bestrijden.''

Becker zou graag een functie hebben in de ploeg van Telekom,
bijvoorbeeld als sportadviseur. Maar vooral renners uit het vroegere
West-Duitsland, zoals Udo Bouml;lts en Rolf Aldag, zitten niet op hem
te wachten. ,,Ik vind dat jammer'', zegt Becker. ,,Jan heeft gezegd dat
hij graag meer met mij zou willen.'' Meer dan voorheen moest Becker dit
jaar zijn psychologische vaardigheden aanspreken in de begeleiding van
Ullrich. ,,Neem het begin van de Tour. Jan is nummer twee, Bjarne Riis
nummer eacute;&eacute;n. Bjarne gaat als kopman de Tour in, men
probeert hem weer te laten winnen. Hij kan nog terugkomen, het is geen
wens van mij, maar het kan. Dan zeg ik: 'Jan, laten we nou eens praten
over wat er allemaal in de Tour kan gebeuren.' En Jan zegt: 'ja,
bitte schouml;n.' Een goede trainer moet dat concreet maken. Dus
vertel ik hem dat die journalisten je gek kunnen maken, zeker als je het
geel draagt. Er komt een waanzinnige stress op je af. Ik heb hem daar op
voorbereid.''

Onder mentale druk zal Jan Ullrich de komende week niet bezwijken, weet
Becker. ,,Dat is geen probleem. Hij is al zo vaak nummer eacute;&eacute;n
geweest, hij is al zo lang wielrenner, hij heeft zich al vaker moeten
bewijzen. Hij voelt zich goed en sterk genoeg om de Tour te winnen.''









