

De laatste klimmer met souplesse






Door onze redacteur JAAP BLOEMBERGEN


De Vlaming Lucien van Impe (50) is Tour-commentator voor de Belgische
televisie. Hij won de Ronde van Frankrijk in 1976. Bij thuiskomst was
het cafeacute; van zijn ouders geel geschilderd. Later kwamen daar rode
bollen bij, toen hij het bergklassement had gewonnen. 'Ik was een fier
coureurke.'


Grote donkere krullen boven een klein verfijnd lichaam. De bruine
ogen twinkelen als Lucien van Impe vertelt over zijn fascinatie voor de
Tour de France. Hij reed de ronde vijftien keer op de fiets en zeven
keer met de wagen. Hij droomt nog wekelijks van een etappe uit het
verleden. Hij krijgt tranen in de ogen als hij wordt herinnerd aan de
grootste teleurstelling in zijn carriegrave;re. Toen hij als virtueel
leider Alpe d'Huez beklom en door een volgauto in de berm werd gereden.
De televisiebeelden van de wanhopig zwaaiende Belg staan op het netvlies
van elke wielerliefhebber.

Van Impe is nooit als eerste aangekomen in Alpe d'Huez. Maar de liefde
voor de 21 haarspeldbochten zal nooit verdwijnen. Vanmiddag zit hij aan
de buis gekluisterd, als hij op typisch Vlaamse wijze commentaar geeft.
Hij geniet van zijn nieuwe rol in de karavaan, maar het liefst zou hij
de cols op de fiets beklimmen. De sensatie van de pure klimmer zal hij
nooit vergeten.

,,Alpe d'Huez was mijn col. De bochten zijn gemaakt voor een klimmer. Ik
was extra nerveus als ik daar moest klimmen. Ik wilde per se winnen,
maar het was meestal een Hollander die me daar vooraf ging. In 1977 werd
ik omvergereden door een wagen. Ik zat volledig in de put. Ik wilde naar
huis. Ik was kwaad op iedereen, vooral op mezelf. Ik was vergeten goed
te eten en voelde dat ik onderweg de klop van de hamer zou krijgen. Als
je dat voelt is het al te laat.

,,De andere cols in de Alpen lagen mij minder goed dan de
Pyreneeeuml;n. Daar is het meestal veel warmer en minder winderig. De
cols zijn korter maar steiler, meer geschikt voor de echte klimmer. De
bochten liggen heel scherp in de Pyreneeeuml;n. Dat hebben we kunnen
zien met de ontsnapping van Ullrich. Ik heb direct gezien dat hij de
binnenkant van de bocht nam. Alleen de echte klimmers kunnen dat. Ik
voelde wat hij toen voelde.

,,Veel renners zeggen dat je de buitenbocht moet nemen, maar als je echt
goed bent, moet je de kortste weg naar boven nemen. Als ik alleen was,
nam ik vaak de middenkant. Dan sneed ik de bocht en lanceerde ik mezelf.
Als ik moest demarreren nam ik altijd de binnenkant. Dan keek ik door
mijn armen of er iemand kwam. Dan liet ik hem terug op het wiel komen en
ging ik in de volgende bocht weer aan de binnenkant bij hem weg. Dat kun
je als klimmer drie of keer op een col. Ullrich heeft dat ook laten
zien.

,,Wat een prachtig gezicht zoals hij in Andorra naar boven reed: met de
handjes op het stuur en heel regelmatig trappen. De laatste twee
kilometer begon hij een klein beetje te wiegen. Maar dat is de grootste
kampioenen overkomen. Deze jongen moet de ronde meer dan
eacute;&eacute;n keer kunnen winnen. Ik hoop dat hij niet gaat zweven
zoals Didi Thurau. Van hem hebben ze iets te veel verwacht. Maar van
Ullrich mogen we iets verwachten.

,,Veel mensen zijn bang voor een nieuwe patron, een nieuwe kannibaal. Ik
zeg u dat de ronde een veel mooiere vorm krijgt door een coureur als
Ullrich. De klimmers staan nu weer met beide benen op de aarde. Pantani
en Virenque geloofden dat ze de ronde konden winnen, maar dat lukt hen
in geen honderd jaar. Met Ullrich als patron gaan de klimmers
zich weer richten op hun taak: sensatie maken in de cols.

,,Iedere grote coureur krijgt problemen in de eerste bergetappe. Je moet
in de laatste vlakke rit een tandje kleiner gaan rijden, meer op
souplesse. Dan kun je in de bergen de overgang van de grote naar de
kleine versnelling maken. Ik was ook zo. De echte klimmers doen dat
allemaal, ook al zeggen ze misschien dat het niet zo is. Ullrich reed
naar Pau minstens twee tanden kleiner. Hij rijdt met de hersenen.

,,Ullrich is een geboren rondecoureur. Hij doet me terugdenken aan de
hele groten in de wereld. In de tijdrit gaat hij groter duwen,
sjepappen noemen wij dat in Vlaanderen. Hij gaat mooi naar boven
draaien, zonder van zijn zadel te gaan. Hij zit misschien iets te
rechtop met tijdrijden, maar laat hem alstublieft zo rijden. Hij heeft
de ideale zit voor een klimmer.

,,De echte klimmers gaan nog altijd met dezelfde plateaus (tandwielen,
red.) naar boven als in mijn tijd. Ik maak voor de start altijd een
praatje met de renners en dan kijk ik altijd naar de versnelling. Dat
noem ik beroepsmisvorming. Als ik vroeger Alpe d'Huez opreed met 42-23,
dan is dat bijna hetzelfde als 39-21 waar ze nu mee rijden. Dat komt
normaal gezien overeen met mijn plateau.

,,Ullrich gaat altijd een paar treedjes lichter rijden als hij de bergen
nadert. De andere renners willen alleen maar records breken, maar voor
records moet je naar de piste en niet naar de Tour. Iedereen die te
groot rijdt, rijdt zijn lichaam kapot, is veel rapper versleten.
Hinault, Fignon, Roche: noem ze allemaal maar op. Ullrich zal niet rap
versleten zijn. We gaan nog zeker tien jaar last van hem krijgen.

,,Net als Pantani en Virenque was ik geen echte ronderenner. Ik kon de
ronde ook niet winnen toen Merckx erbij was. Iedereen verwachtte dat,
maar ik had nooit die uitspraken. Ik verloor vier of vijf minuten in de
tijdritten. Ik werd zot gedraaid op het vlakke. In de cols hadden ze van
mij altijd schrik. Ze waren content als ik weg was. Dan konden ze in hun
eigen tempo naar boven rijden. Anders ging ik ze allemaal pijn doen. Ik
kon altijd iemand de ronde doen verliezen.

,,Ik ben altijd in te zwakke ploegen geweest. Ik weet zelf niet waarom
ik nooit in een grote ploeg heb gereden. Er wordt van alles over
gefluisterd, dat ik te veel vroeg bijvoorbeeld. Maar wat ik vroeg ik
dan? Ik vroeg nooit iets. Ik had het liefst in een ploeg van Peter Post
gereden. Als ik daar tien jaar voor gereden had, zou ik niet kunnen
zeggen hoe vaak ik de ronde had gewonnen. In elk geval meer dan
eacute;&eacute;n keer. Dan zou mijn carri&egrave;re nog meer glans
hebben gekregen.

,,De Tour is een monument, dat torenhoog boven alle andere koersen
staat. De Tour heeft veel te danken aan Jean-Marie Leblanc. Die heeft
zoveel respect voor de renners en de journalisten, omdat hijzelf
gekoerst en geschreven heeft. Hij ziet koers, hij voelt koers. U heeft
alleen uw wagen over het parcours gereden. Dan kunt u niet voelen wat de
renner voelt. Daarom moet elke organisator op de fiets hebben gezeten.
M'n hoed af voor deze directeur. Hij mag nu binnenkomen en begint met
ons een praatje te maken. Goddet en Leacute;vitan hadden altijd maar
eacute;&eacute;n antwoord op alle vragen. 'Non, ce n'est pas
possible. Autre question s'il vous plaicirc;t.'

,,De Tour is een grote familie die iedereen moet kunnen bijwonen. Ik
vind het plezant om acht uur in een hok naar de koers te kijken. In de
bergen kan ik toch iets vertellen wat u niet weet. Dat horen de mensen
thuis ook graag. Ik ken de cols blindelings. Ik heb er ook gereden en
geleden. Ik vind het prachtig om voor BRT en VTM te werken. Waarom zou
dat niet kunnen? Het werk is ook heel anders. Voor VTM geef ik geen
commentaar, maar ben ik chauffeur. Zondag gaat mijn valies terug in de
andere wagen.

,,Als ik het nieuwe parcours in oktober mag bekijken, begint het al te
kriebelen. Vroeger bladerde ik alle koersboeken door en schreef ik ook
alles op. Zelfs als ik een col veertig keer had beklommen, reed ik hem
vlak voor de Tour nog een keertje over. Ik wilde het gevoel
terugkrijgen. Elke berg voelt anders. Ik schreef altijd op met welke
versnelling ik naar boven reed en hoe het weer was en hoe ik me voelde.
Tien jaar later had ik daar nog profijt van. Ik wist perfect met welke
versnelling ik moest rijden.

,,De voorbereiding is natuurlijk veel professioneler geworden. Vroeger
speelden we zelf doktertje. Onze soigneur had er ook niet voor
gestudeerd. Wij konden ijzer vragen bij de apotheker als we voelden dat
we ijzer tekort kwamen. Nu wordt een renner twee keer per week
onderzocht. De computer rekent uit hoe hij zijn grenzen kan verleggen.
Wij deden dat op ons gevoel. Wij moesten gokken, denken en hopen dat we
op tijd in vorm waren. Wij waren twintig jaar vooruit, daar ben ik zeker
van.

,,Ik ben ontdekt door mijn vader. Ik fietste al toen ik nog een
zuigertje in mijn mond had. Het probleem van tegenwoordig is het
verkeer. Vroeger was het niet gevaarlijk op de weg. Wij gingen allemaal
op de fiets naar school. Wij deden dat graag. Maar nu wordt een kind
omver gereden. Nu wordt hij met de wagen naar school gebracht. Dan
verleert hij het fietsen.

,,Noemt u mij een sport waar u als achtjarige niet aan een competitie
mee mag doen. Voetbal, tennis, volleybal: als kleine peuter kun je een
wedstrijd spelen. Mijn zoon heeft mij voor zot verklaard, toen ik nog
fietste. Hij heeft het nooit gewild. Waarom acht jaar wachten terwijl je
lekker tennis kan gaan spelen? De regels zouden moeten worden
versoepeld. Je kunt een kind van acht jaar een helling of een brug laten
oprijden en je ziet of hij aanleg heeft. Dan wordt er eerder
geselecteerd en komen de resultaten vanzelf.

,,Belgieuml; is nog altijd een wielerland. Waarom moeten we dan tegen
de Italianen opkijken? Die hebben gans het leven in mijn vuilbak gekeken
om te zien wat ik deed om een koers te winnen. Ze kwamen in ons valies
zoeken of we toch niks pakten dat zij niet hadden. Nu zouden wij zonodig
naar Italieuml; moeten gaan om te kijken hoe een koers in elkaar
steekt. Terwijl we toch genoeg namen in huis hebben. Merckx, Godefroot,
De Vlaeminck, Van Impe: waarom wordt er geen gebruik gemaakt van onze
kennis? Omdat de commissies zelf de macht in handen willen hebben.
Allemaal politiek.

,,Voor gans Belgieuml; is de hoop weggevallen op een goede Tour. Tom
Steels is over zijn toeren gegaan in de eerste ronde. Hij is een rustig
type, maar als hij begint te koken, kookt hij snel over. Ik heb zelf
meegemaakt wat het is om als kopman op de kamer van de ploegleider te
worden geroepen. Het begint te prikkelen in de ploeg als de zege
uitblijft. Ik heb de pijn gevoeld toen Steels met die bidon begon te
smijten. Ik ken hem al vanaf zijn vijftiende. Neemt u van mij aan dat
hij nog groter wordt dan Museeuw.

,,Alle ogen zijn nu gericht op Frank Vandenbroucke. Waar moeten wij
Belgen anders over schrijven? We vergeten dat hij nog geen enkele grote
ronde heeft uitgereden. Hij had nog geen ondervinding in de Tour. Hij is
een jongen die alles wil winnen. Hij ging in elke koers in de reserve
pompen, om te bewijzen dat hij klaar is. Dan kon hij op tafel bonken dat
hij meewilde naar de ronde. Ik heb hem gewaarschuwd voor te veel
inspanningen. Veeg uw voeten aan iedereen, leer van de groten in de
koers!''









