Van wonderkind tot kampioen
Door onze redacteur REMMELT OTTEN 
ROTTERDAM, 8 JULI. Alle 24 jaren van
Richard Krajiceks leven zijn gericht geweest op het winnen van een
grand-slamtoernooi. Als baby van acht maanden joeg hij al met een
pollepel de tennisballen door de kamer. Als kleine jongen stuurde zijn
vader hem vier tot zeven uur per dag de baan op, ook als hij geen zin
had. En na de scheiding van zijn ouders jakkerde zijn moeder met 180
kilometer per uur van Den Haag naar Amsterdam om op tijd te zijn voor de
training.
Het wonderkind Krajicek heeft zich altijd verplicht gevoeld zijn talent
volledig te ontplooien. Die keuze werd eerst voor hem gemaakt door zijn
ouders. Maar toen hij op zijn zestiende zelf mocht beslissen, volhardde
hij met overtuiging op de ingeslagen weg. Na de vierde klas atheneum
verliet hij het Haagse VCL en werd hij prof in het Jong-Oranjeteam van
de tennisbond.
Krajicek is van nature verlegen en neerslachtig, maar hij is de enige
van de huidige uiterst succesvolle generatie Nederlandse tennissers die
de afgelopen jaren hardop durfde te dromen van een zege op Wimbledon of
op Roland Garros. Hij gedroeg zich, alsof hij dat zou kunnen. Terwijl
Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en Jan Siemerink in het dubbelspel hun
salaris verdubbelen, weigerde Krajicek consequent zich te laten
afleiden. Echte toppers als Ivan Lendl en Boris Becker speelden immers
ook nooit dubbel.
,,Ik heb ambitie. Ik wil later geen schuldgevoel krijgen dat ik alleen
het geld achterna ben gereisd'', zei Krajicek in 1994 in deze krant.
,,Ik verdien nu al goed en als ik succes heb, wordt het zoveel dat het
niets meer uitmaakt.''
Hij wilde winnen. De halve finales in 1992 in Australieuml; en in 1993
in Parijs hadden hem nog hongerig gemaakt. ,,Ik ben een roofdier dat
bloed heeft geproefd'', zei Krajicek. ,,In het leven,
in het sportleven, telt alleen nummer eacute;&eacute;n. Als je de
finale wint van een grand-slamtoernooi heb je iets bereikt dat niemand
meer van je zal afnemen. Als je verliest ben je nummer twee. Dat is het
gewoon net niet.'' Met zijn zege op Wimbledon, waar hij zowel Stich
(winnaar in 1991) als Sampras (winnaar in 1993, '94 en '95) versloeg,
schaart hij zich onder de grootsten in het tennis.
Stap voor stap ontwikkelde hij zich de afgelopen jaren tot een complete
speler. Hij omringde zich - voor 40 procent van zijn bruto-inkomsten -
met een gesloten hofhouding van trainers, begeleiders en adviseurs in de
overtuiging dat ooit het moment zou komen waarop hij
kon oogsten. Krajicek verbrak de samenwerking met zijn maatje Siemerink,
omdat hij de Australische coach Rohan Goetzke niet langer met hem wilde
delen. Hij liet zich kneden door haptonoom Ted Troost - de goeroe van
Marco van Basten en Ruud Gullit - tot hij twee jaar geleden vond dat hij
was uitgeleerd. Hij offerde in 1994 een half jaar van zijn
carriegrave;re om een knieblessure volledig te laten genezen. En leerde
tijdens die rustperiode en passant een topspin-backhand die de afgelopen
twee weken in belangrijke mate bijdroeg aan zijn overwinning. Toen al
zei hij dat hij dit jaar wilde 'toppen'.
Krajicek is slechts zijdelings een produkt van de
tennis-boom uit de jaren zeventig, toen tennis in Nederland zich
explosief ontwikkelde van een elitair bitterballengebeuren tot een
vrolijke vrijetijdsbesteding voor de middenklasse. Krajicek is een zoon
van eerste generatie immigranten, maar Krajiceks talent vond in
Nederland wel een vruchtbare voedingsbodem.
Richard Krajicek is geboren in Rotterdam, op 6 december 1971. Zijn
ouders, Petr en Ludmilla, waren met zijn acht jaar oudere zusje Lenka
gevlucht uit het communistische Tsjechoslowakije, een land met tien keer
zoveel tennishistorie als Nederland. Ze waren op weg naar Zweden maar
bleven hangen bij kennissen in Nederland, omdat Petr, een geologisch
ingenieur, meteen werk vond. Krajicek woonde de eerste jaren in De Lier.
Het gezin verhuisde naar Den Haag toen Richard vier was. Zodat hij in
Scheveningen kon trainen bij de Tsjech Marian Laudin, destijds een van
de beste spelers van Nederland.
Vader Krajicek had een uitgesproken mening over de opvoeding van zijn
zoon. ,,Ik vind dat het in Nederland de kinderen te veel naar de zin
wordt gemaakt'', vertelde Krajiceks vader in 1992 aan HP/De Tijd.
,,Heb je geen zin? Nou, dan niet. Veel kinderen heb ik volkomen
doelloos zien rondhangen, altijd maar niksen. TV-kijken, een video'tje,
nergens echte belangstelling voor. Ik vond als ouder dat het anders
moest. Ook voor mezelf gold: als je iets doet, doe het dan goed. Als
Richard geen zin had om te trainen, moest hij toch. En wij gingen mee.
Het heeft ons enorm veel inspanning en geld gekost. Maar we wilden niet
dat Richard ons later zou verwijten: wat hebben jullie eigenlijk met
mijn kinderjaren gedaan?''
Tot zijn veertiende was Krajicek een klein, iel ventje dat zijn
wedstrijden won met eindeloos geduld en slappe boogballen. In 1982, '83
en '84 was hij Nederlands kampioen in zijn
leeftijdsklasse. De weekbladen verwonderden zich over het supertalent.
Schoolreisjes en verjaardagsfeestjes moesten wijken voor de training.
Het deerde niet dat Richard af en toe met tranen in zijn ogen thuiskwam
van de training. Zijn vader zei in de Haagse Post: ,,Stel dat
Mozart opeens op zijn elfde of twaalfde zou hebben gezegd: 'ik wil nu
stoppen'. Dat zou toch onvoorstelbaar zijn?''
De verhalen plaatsten Krajicek buiten het Nederlandse tenniswereldje.
Hij was het wonderkind, de slaaf van zijn vader. En bijdehand: ,,Ik wil
proftennisser worden en als dat niet lukt tandarts, dan word ik ook
rijk'', zei hij op zijn tiende. ,,Als het goed gaat, komen ze naar je
toe en bieden ze je cola en een Mars aan'', vertelde hij op zijn
zestiende in Het Binnenhof. ,,Maar als het wat minder gaat, zie
je niemand meer.''
Twee jaar geleden vertelde zijn moeder op televisie over de opofferingen
die het gezin zich destijds getroostte. ,,Achteraf was er ook veel
ellende'', zei Ludmilla tegen Paul Witteman. ,,Als hij op trainingen
niet presteerde naar de zin van zijn vader, moest hij direct naar bed en
mocht er niemand met hem praten. Later verweet mijn dochter me: het was
altijd Richard, Richard.''
Krajicek heeft nooit geklaagd over de strenge opvoeding. Hij was lui,
hij had een harde hand nodig, zegt hij nu. Hij is zijn ouders dankbaar
voor het leven dat hij nu leidt. Zijn moeder, die bijna nooit bij
wedstrijden is, was gisteren in het stadion. Ook met zijn vader, die hij
na de scheiding een paar jaar niet wilde zien, is het contact weer goed.
Zijn vader is hertrouwd. Krajiceks vijfjarig halfzusje kan al aardig
tennissen.
Krajicek heeft voortdurend moeten voldoen aan hoge verwachtingen. Tot
zijn veertiende won hij alles wat er te winnen viel. Maar daarna was het
over. Door de scheiding van zijn ouders en een groeispurt van twintig
centimeter in twee jaar, stokte zijn ontwikkeling. Hij wilde stoppen met tennis,
 maar besloot, hoewel hij eigenlijk niet goed
genoeg was, aan bondscoach Stanley Franker te vragen of hij in Jong
Oranje mocht.
Drie jaar lang kon hij rijpen. Daarna was Siemerink de eerste van de
huidige generatie die een toernooi won en de top-25 haalde. Maar
Krajicek volgde met een zege in 1991 in Hongkong en haalde in 1992 de
laatste vier op het grand-slamtoernooi in Australieuml;. Dat was geen
Nederlander meer gelukt sinds Tom Okker op Wimbledon in 1978.
In Australieuml; '92 werd Krajicek op pijnlijke wijze op zijn
tekortkomingen gewezen. Hij kon de halve finale niet spelen wegens een
schouderblessure. Hij heeft ook last gehad van zijn enkels, van
ontstoken knieeuml;n, van zijn rug. Zijn lange lijf (1.96 meter en 89
kilo) is kwetsbaar en vraagt veel onderhoud. Hij slaat iedere service
met een geweld dat bij een ongetrainde schouder het bot zou kunnen
breken. Door zijn lengte is zijn opslag bijzonder effectief, maar daar
staat tegenover dat hij heel vaak diep door zijn knieeuml;n moet zakken
om een lage bal terug te kunnen slaan.
Dit jaar in januari in Australieuml; was Krajicek een week lang van de
kaart toen hij in de derde ronde van de Australian Open voor de
zoveelste keer in zijn carriegrave;re een wedstrijd moest opgeven. Een
verschoven rugwervel veroorzaakte pijnstoten. ,,Krajicek raakt al
geblesseerd als hij aan tennis denkt'', schamperde Andre Agassi.
,,Misschien is het wel psychosomatisch'', aarzelde Krajicek zelf met
holle ogen van reddeloosheid. Hij vroeg zich af hoelang hij het
tennisleven nog zou kunnen volhouden.
Agassi was niet de enige die kritiek leverde op Krajicek, op zijn
moedeloos makende lichaamstaal. Krajicek is een perfectionist en werd
neerslachtig van ieder misser. Na de rugpijn in Australieuml; besloot
hij zichzelf minder eisen te stellen. ,,Vroeger wilde hij altijd mooi
winnen'', vertelde vriendin Daphne Deckers deze week. ,,Nu kan hij zich
er bij neerleggen als het even wat minder gaat. Als hij maar wint.''
Binnen een half jaar kwam de beloning.
