

HET AFSCHEID VAN TWEE KONINGEN






Door Mark Hoogstad en Hans Klippus


Wie van jullie twee is de beste hockeyer?
Ze kijken elkaar aan en lachen. ,,Ik'', zegt Floris Jan Bovelander dan.
,,Nee hoor, ik vind het moeilijk om te vergelijken. Dat is altijd zo.
Was Ties Kruize de beste? Kon Paul Litjens het hardste slaan? Was
Maradona beter dan Van Basten? Wij zijn allebei goed en bepalend in ons
spel. We kunnen allebei een ploeg leiden. Marc is wel technischer, denk
ik. Ballen aannemen en afschermen, daar is hij heel goed in. Ik ben een
ander soort midden-midden. Ik ben verdedigend weer iets sterker.''


Marc Delissen: ,,Ik las laatst de biografie van Cruijff en daarin zegt
hij dat Swart en Keizer een betere voorzet hadden en Neeskens weer beter
kon koppen. Zo is dat met de hockeyers ook. Van den Honert is weer veel
technischer, Bovelander kan die corner er inschieten en kan fysiek goed
het vuurtje aansteken. Je kan niet zeggen wie de betere is. Er is geen
hockeyer die al het goede van ons drieeuml;n in zich heeft en ook nog
de 100 meter in tien seconden loopt.''

Het zijn, om hockeytaal te gebruiken, allebei Koningen.
Bovelander en Delissen. Oftewel Flop en Dellis. Hockeyende
Steenbokken. Ze waren toonaangevend in een voor Nederland zeer succesvol
verlopen tijdperk dat een wereld- en een olympische titel opleverde.
Beter kon bijna niet. Ze zijn, zoals dat hoort in het hockey, echte
clubmensen. Bovelander is Bloemendaal, Delissen HGC, maar die rivaliteit
verstoorde nimmer hun relatie.

Bovelander: ,,Er waren bij Oranje weleens problemen binnen het elftal,
maar dat gold niet voor ons. We wisten wat we aan elkaar hadden. Bij ons
was een blik al genoeg om elkaar te stimuleren.'' Delissen: ,,Ik was een
speler die in het veld weleens schold, een keer godverdomme zei, maar
niet tegen hem.''

Ze hadden zo hun eigen rol in het hockey. Delissen (261 interlands, 98
doelpunten), de aanvoerder, was de regisseur, de man van de beslissende
passes. Bovelander (241 interlands, 216 doelpunten) had vooral zijn
verwoestende strafcorner. Het maakte hem vooral in hockeylanden als
India en Pakistan beroemd, Boem Boem Bovelander. Delissen: ,,Hij
was het boegbeeld van het Nederlandse hockey. Want hij was de man van de
corner. Daar ben ik nooit jaloers op geweest. Het enige dat ik wil, is
winnen. En het was zo mooi om iedere keer weer die corner er in te zien
gaan.'' Na 1990 stopte Delissen bij Oranje de ballen voor Bovelander.
,,Het blijkt dat dat heel moeilijk is'', zegt de schutter. ,,Er zijn
maar weinig hockeyers die die ballen echt goed voor je kunnen
neerleggen. Oog voor de bal hebben is een talent, een gevoel. Het moet
een samenspel zijn. Je moet bij de strafcorner met z'n drieeuml;n een
eenheid vormen. Met de een lukt dat wel, met de ander niet. Met Marc had
ik het perfecte ritme. Hendrik Jan Kooijman stopte ook ongelooflijk
goed.''

Wat was jullie beste strafcorner?

Delissen: ,,Ik denk die tweede in de olympische finale tegen Spanje. Die
zat wel zo verschrikkelijk hard en zuiver op de plank. Keihard! Daardoor
kwamen we met 2-1 voor en wisten we dat we die wedstrijd in de tas
hadden.''

Bovelander had er op zijn beurt geen moeite mee dat Delissen aanvoerder
was. Hij vond het eigenlijk wel prima zo. ,,Die aanvoerdersband is vaak
meer een last. En op het moment dat ik als speler belangrijk moest zijn,
was ik dat toch wel. Ik ben trouwens wel ongeslagen als aanvoerder van
het Nederlands team. Eeacute;n keer was ik het, we hebben toen tegen
Duitsland de Super Pokal gewonnen.'' Delissen kreeg in 1990 de zwarte piet toege
schoven voor het ontslag van
bondscoach Rob Bianchi. Zeven internationals drongen destijds aan op het
vertrek van de ex-voetballer, maar de Hagenaar moest als aanvoerder en
woordvoerder de klappen opvangen. ,,Op zo'n moment ben je dus heel blij
dat je geen captain bent'', stelt Bovelander. ,,Daarna werd er extra
kritisch op Marc gelet. Als hij even iets minder speelde, werd er meteen
van alles geroepen.''

Bijna zijn hele carriegrave;re werd Delissen bij tijd en wijlen
bekritiseerd. Hij werd  vooral te traag genoemd. Delissen haalt er zijn
schouders over op. ,,Ik weet niet hoe het komt. Leuk is zoiets
natuurlijk niet. Je hebt liever dat mensen positief over je zijn. Maar
iedereen die dergelijke dingen riep, had dus geen verstand van hockey.
En daar zaten echt mensen bij die dachten dat ze bondscoach konden
worden.''

Bovelander: ,,Ik heb Marc jarenlang moeten verdedigen omdat mensen tegen
mij zeiden: jij moet midden-midden staan en
niet Delissen. Nee, die gedachte heb ik zelf nooit gehad. Voor mij was
Marc altijd een van de beste midden-middens van de wereld. Zelf bij het
WK van 1994 was er nog kritiek, terwijl we toen toch wereldhockey
speelden.''

De enige momenten dat Bovelander zelf minder positief in het nieuws
kwam, waren toen hij met zijn strafcorners tegenstanders verwondde. Zijn
hardste ballen hadden een snelheid van zo'n 150 kilometer per uur,
letterlijk en figuurlijk een dodelijk wapen. ,,Ik hield de bal altijd
wel laag. Maar als zo'n bal toch omhoog schiet en een speler krijgt hem
vol op zijn pan, dan kunnen er lullige dingen gebeuren. Ik heb er
weleens aan gedacht wat ik zou doen als ik iemand zou dood slaan. Ik
denk dat ik dan zou zijn gestopt. Eigenlijk onterecht, want het hoort
bij de risico's van het hockeyspel.

,,Het is goed dat de bal bij de corner tegenwoordig
buiten de cirkel moet worden gestopt. Vroeger stond je echt op vijf, zes
meter van de keeper die dan voor je ging liggen. En het materiaal was
toen ook niet altijd even goed. De Pakistaanse keepers droegen een soort
rubber matje. Dat waren ook niet de stevigste jongens en als je die goed
op hun ribbenkast zou raken, dan knakken er wel een paar ribben.''

De specialist geeft toe dat hij vroeger bij strafcorners van de
tegenstander niet altijd gerust op de lijn stond. ,,Dat was in de tijd
van Patrick Faber van Amsterdam en Carsten Fischer. Die gasten schoten
zo hard en dan sta je daar voor Jan Lul. Ik ging net iets naast de paal
staan en hoopte dat die bal niet in mijn hoek zou komen.'' Delissen:
,,Het is wel zo dat bij een corner juist iedereen heel erg
geconcentreerd is. In het veld kan je weleens hebben dat je een beetje
loopt te pitten en zo'n verdwaalde bal niet ziet aankomen.''

Ze hockeyden altijd puur voor hun plezier. Hun
prestaties met bal en stick leverden hen weliswaar naam en faam op, maar
financieel werden ze er niet beter van. Toch dachten ze soms aan een
vette bankrekening en verbaasden ze zich over de bedragen die in andere
takken van sport omgingen. ,,Maar we zijn er nooit echt happig op
geweest'', zegt Bovelander. ,,Het komt nu wel, langzaam. Als in
Nederland toernooien worden georganiseerd waar tonnen binnenkomen, dan
mogen de betrokkenen, de spelers, daar toch ook van profiteren? Waarom
zouden we nog voor een boekenbon of een fles wijn naar Enschede rijden
voor een demonstratie? Wat dat betreft zijn wij in onze tijd wel heel
makkelijk geweest.''

Delissen: ,,Als het bondsbeleid er na het WK '90 echt op gericht was
geweest ons te betalen, dan hadden wij een ton of anderhalve per jaar
kunnen verdienen.Daar ben ik heilig van overtuigd.'' Bovelander: ,,Ik
heb een mooi leven gehad,heb lang kunnen studeren. Uiteindelijk wil
iedereen toch bij de kampioen spelen en dat autootje, die stageplaats of
die 10.000 gulden zijn toch bijzaak.Je wilt in het Nederlandse elftal
spelen, je wilt olympisch kampioen worden, je wilt wereldkampioen
worden. Of je er nou geld voor krijgt of niet.'' Ze willen hun kennis en
ervaring graag doorgeven aan de volgende generatie. ,,Als ze aanmodderen
zoals wij toen, verdienen ze niets'', zegt Bovelander. Delissen
behartigt de zaken van zijn ploeggenoot en cornerspecialist Bram Lomans.
,,Hij is nu al een fenomeen'', zegt Delissen. Bovelander over zijn
opvolger: ,,Zijn corner is briljant, wat kan ik er meer over zeggen?''
Teun de Nooijer, ploegmaat van Bovelander, is een andere nieuwe held.
,,Hij wordt beter dan Shahbaz. Als je ziet wat Teun met een bal kan,
zoacute; mooi. Ik ben ook niet bezorgd over de toekomst van het
hockey'', zegt Bovelander.

Ze stoppen precies op tijd, zeggen Bovelander (31) en Delissen (32). Ze
hebben afgelopen seizoen diverse malen naar het einde gesnakt en
verheugen zich er op straks geen hockeyverplichtingen meer te hebben.
,,Het is heerlijk om je hoofd leeg te kunnen maken.'' Toch zijn ze blij
dat ze na de Olympische Spelen nog even zijn doorgegaan. Meteen stoppen
na de finale in Atlanta was te abrupt geweest. En het echte afscheid
hoort bij hun clubs plaats te vinden. Bloemendaal-HGC als finale van de
play-offs zou voor beiden een gepast slot betekenen.

In dat geval zouden ze nog twee of drie keer tegenover elkaar komen te
staan. Ook als tegenstanders kennen ze elkaar door en door. Delissen:
,,Tegen Bloemendaal maken we bij HGC altijd speciale afspraken. Dat komt
omdat maar een paar hockeyers in Nederland echt in de gaten hebben wat
er op het veld gebeurt. Flop is er daar een van. Het lijkt soms
wel of hij niet meedoet, maar hij heeft alles in de gaten.'' Bovelander:
,,We namen laatst tegen HGC een corner en ik gaf heel even met mijn pink
aan dat de bal naar Teun de Nooijer zou gaan. Maar Marc had dat meteen
in de gaten en moest lachen. Mooi, hegrave;?''

Ze zeggen het hockey niet helemaal vaarwel. Beiden gaan in een lager
elftal spelen, bij oude makkers. En ze zullen demonstraties blijven
geven. Bovelander,die in november zijn studie biologie hoopt af te
ronden, heeft daarvoor een eigen bedrijfje. Delissen zal zich vooral
concentreren op zijn werk als jurist bij een Haags adcocatenkantoor.
Ongetwijfeld beide spelers nog eens terug als coach. ,,Er komt een
moment dat de bond ons vraagt iets te doen'', weet Delissen. Bovelander
lachend: ,,Hebben ze jou dan nog niet gevraagd?'' Delissen: ,,Jawel,
maar ik mag het nog niet vertellen.''

Wat als jullie clubs straks in de problemen zitten en een dringend
beroep op jullie wordt gedaan?



Delissen: ,,Er zouden echt zeven rolstoelen langs de kant moeten staan,
of HGC moet zwaar in degradatiegevaar verkeren. Voor iets anders kom ik
echt niet terug.'' Bovelander: ,,Er moeten inderdaad hele rare dingen
gebeuren. Maar er valt altijd over te praten. Daarvoor zijn we
clubmensen.''









