

Dromen van maan en ster op de borst






Door Hans Klippus


Ze groeiden op in Nederland en spreken beter Nederlands dan Turks. Toch
hebben alle Nederlandse voetbaltalenten van Turkse komaf een grote
droom: spelen in het Turkse nationale elftal, spelen in het shirt met de
maan en de ster op de borst. Daar verlangden ze als kind al naar. Salih
Yildiz, een 18-jarige verdediger die bij Ajax is opgeleid, mocht onlangs
in Ankara een week meetrainen met de selectie van Jong Turkije. Hij
speelde ook in een oefenwedstrijd tegen een clubteam. ,,Ik heb dat shirt
dus aan gehad'', klinkt het trots. ,,Ik was heel emotioneel, kreeg er
kippenvel van. We verloren met 5-1, maar dat maakte me niets uit.''


Kenan Durmusoglu speelt bij AZ in Alkmaar. Hij is een van de drie Turken
in de Nederlandse eredivisie. Hij droomt van een uitverkiezing in een
vertegenwoordigend Turks elftal. ,,Ik denk dat ik helemaal gek zou
worden als ik voor de nationale ploeg wordt uitgenodigd. Dat shirt, het
volkslied, een vol stadion: wat zou ik trots zijn!''

Het lijkt zo mooi, een Turks talent dat zijn voetbalopleiding in
Nederland krijgt en later furore maakt bij een Turkse topclub en de
Turkse nationale ploeg. Meestal draait die droom echter uit op een
nachtmerrie. Met trieste en soms verbijsterende verhalen keren de
spelers terug naar Nederland. Ze kunnen niet wennen aan het type voetbal
in Turkije. Bovendien worden ze vaak onheus bejegend door hun
landgenoten. Turken die in het buitenland zijn opgegroeid, worden
beschouwd als verraders. ,,Ik werd regelmatig uitgemaakt voor kaaskop.
Mijn beste vriend noemde me eens een varkenskop'', vertelt de 26-jarige
Ali Topsan, oud-speler van Eindhoven.

Topsan wil jonge landgenoten voor dezelfde ellende behoeden. Daarom
heeft hij een stichting opgericht die sinds januari Turkse talenten
begeleidt en adviseert. ,,Er is veel werk te doen. Bij elke grote club
speelt wel een Turkse jongen in het hoogste jeugdelftal'', zegt Topsan,
wiens eigen loopbaan door een chronische liesblessure is afgebroken.
,,Ik kan zelf niets meer bereiken, maar hoop anderen op weg te helpen.
Ik heb zelf vroeger altijd een goede adviseur gemist.''

In zijn ontwikkeling als voetballer werd Topsan nadelig beiuml;nvloed
door zijn vader. In Turkse gezinnen is vaders wil nu eenmaal wet.
Topsans vader was een fanatieke voetbalfan. Hij was in zijn geboortestad
Bolu beheerder van het stadion en droomde van een succesvolle
carriegrave;re voor Ali ,,Mijn zoon wordt voetballer, zei mijn vader
altijd. Ik hoefde van hem ook niet naar school. Dat vond ik zo raar.
Iedereen moest naar school, behalve ik.''

Het beoogde contract bij Boluspor, de club van zijn vader, bleek voor
Topsan niet haalbaar. Hij kon wel aan de slag bij het kleinere
Duuml;zcespor, maar dat wilde zijn vader weer niet. Die beschouwde het
als een afgang als zijn zoon daar zou gaan spelen. ,,Achteraf gezien had
ik het wel moeten doen. Misschien had ik via Duuml;zce wel de top
kunnen bereiken.'' Toen later ook een overgang naar Galatasaray niet
doorging, voelde de jonge Topsan zich ontredderd. Hij had geen toekomst
meer en raakte bekneld tussen twee culturen. ,,Ik voelde me Turk, maar
ik gedroeg me als een Nederlander. Nergens was ik thuis. Daar heb ik het
heel moeilijk mee gehad.''

In tegenstelling tot Topsan hebben de meeste Turkse jongeren te maken
met desinteresse van hun vaders. Die willen dat hun kinderen snel geld
gaan verdienen om de familie te ondersteunen. Ze worden ook vaak
vroegtijdig uitgehuwelijkt. Zo trouwde Kenan Durmusoglu van AZ op jonge
leeftijd met een meisje uit Turkije. Na terugkeer in
Nederland hield zijn huwelijk slechts zes weken stand.

Net als Durmusoglu heeft Fuat Usta, speler van Fortuna Sittard, het
aardig getroffen met zijn vader. ,,Ik mocht zelf kiezen wat ik wilde
gaan doen'', vertelt Usta. Durmusoglu is zijn vader dankbaar voor het
zetje dat hij kreeg toen hij nog in de jeugd van Heracles speelde. ,,Ik
was in die tijd een beetje gemakzuchtig. Toen heeft mijn vader me een
keer op zaterdag meegenomen naar zijn werk, een textielweverij. Daar
moest ik schoonmaken, acht uur lang. Nou, nou, dat was zwaar. Wat wil
je, vroeg mijn vader daarna: hier werken of voetballen? Toen wist ik het
wel.''

Topsan adviseert jonge voetballers een goede schoolopleiding te volgen.
,,Ik heb genoegen genomen met LTS. Dat is niks.'' Topsan en zijn
collega's praten niet alleen met de spelers zelf, ook met hun ouders. De
stichting begeleidt momenteel onder anderen Salih Yildiz. Hij speelde
vierenhalf jaar in de jeugd bij Ajax en was zelfs
aanvoerder van het A1-elftal. Onlangs werd hij echter geroyeerd door de
Amsterdamse club, omdat hij zijn studie had verwaarloosd. ,,Ik kreeg een
brief van Ajax van vijf regels, dat was het. Mijn ploeggenoten wisten
het toen al twee weken, die hadden het van de trainer in de kleedkamer
gehoord.''

Topsan heeft Yildiz proberen op te vangen. ,,Salih dacht er zelfs aan
helemaal met voetbal te stoppen. Om hem er weer een beetje bovenop te
helpen, hebben we geregeld dat hij met Jong Turkije mocht meetrainen.''
Na een weekje Ankara is Yildiz weer vol goede moed. Deze week tekende
hij een contract bij Vitesse. De geboren en getogen Amsterdammer had ook
in Turkije kunnen gaan voetballen, maar daar voelde hij zelf niets voor.
Yildiz schrok zich rot in het trainingskamp van de Turkse nationale
jeugdselectie. ,,Qua speelstijl lopen ze daar heel ver achter.
Individueel zijn het stuk voor stuk fantastische voetballers, beter nog dan hier
. Tactisch was het een rotzooi.''

Yildiz maakte ook buiten het veld rare dingen mee. ,,Mijn medespelers
negeerden me, ze konden me blijkbaar niet uitstaan. Ze waren jaloers. Ik
kom uit Europa, ik had Ajax achter mijn naam staan. Zoiets steekt. Zelfs
mijn schoenen werden gestolen door een ploeggenoot. Een paar uur later
kwam hij me dat zelf vertellen. Ik heb hem die schoenen toen maar
geschonken.'' Op het veld merkte Yildiz dat sommige spelers hem bewust
niet aanspeelden. Hagenaar Ahmet Keloglu, die elf jaar lang in de Turkse
competitie voetbalde: ,Ik weet niet of ze dat expres doen. Ik dacht dat
eerst ook. Maar het gaat Turkse spelers alleen om het passeren van
tegenstanders. Ze lopen allemaal te pingelen. Pas op het laatste moment,
als ze dreigen de bal te verliezen, geven ze 'm een keer af. Ik denk dat
Turken in het algemeen niet zo geschikt zijn voor teamsporten. Ze zijn
eigenwijs, volgen hun hart en zijn moeilijk te
sturen.''

Fuat Usta, vorig najaar teruggekeerd bij Fortuna Sittard, stuitte in
Turkije op andere problemen. Bij Besiktas, een van de grote drie clubs
in Istanbul, werd hij binnengehaald door de Duitse trainer Christoph
Daum maar die verdween vrij snel van het toneel. Daarom kwam Usta in
anderhalf jaar niet verder dan twee volledige wedstrijden en vier
invalbeurten. ,,In Nederland sta je in het elftal als je goed voetbalt,
in Turkije als je een vriend in het bestuur hebt.'' Volgens Ali Topsan
is alleen Mustafa Yucedag (30) als Nederlandse Turk in zijn vaderland
werkelijk geslaagd. De voormalige Ajacied speelde in een tijdsbestek van
zeven jaar voor vier Turkse clubs, waaronder Fenerbahce en Galatasaray.
Hij kwam vijftien keer uit voor de nationale ploeg. Topsan: ,,Ik ben
laatst met Mustafa in Turkije geweest en heb gezien hoe populair hij
daar is. Ongelooflijk. Een koning is hij! Overal wordt hij herkend.''
Zelfs Yucedag heeft gemengde gevoelens over Turkije en het Turke
voetbal. Zelfs een sterspeler werd niet door iedereen geaccepteerd. ,,De
meeste Turken hebben een droombeeld van Nederland'', vertelde hij twee
jaar geleden bij terugkeer in Nederland. ,,Ze denken dat het geld hier
aan de bomen hangt. Dat wekt jaloezie op.'' Ahmet Keloglu, oud-speler
van FC Den Haag, speelde in 1985 zijn enige interland voor Turkije. Hij
verloor met 8-0 van Engeland. Vervolgens werd de bondscoach ontslagen en
werd Keloglu niet meer uitgenodigd voor het nationale elftal. Toch hield
de Hagenaar het elf jaar vol in Turkije, vooral om financieuml;le
redenen. ,,Ik wilde al na drie maanden weg, maar ik had een contract
getekend. En wat ik daar kreeg, kon ik nooit in Nederland verdienen. Ik
dacht aan mijn toekomst.''

Keloglu vindt het onverstandig wanneer Turkse voetbaltalenten meteen op
een aanbieding van een Turkse club ingaan. ,,Laten ze eerst proberen in
Nederland het hoogste niveau te bereiken'', zegt de oud-prof. ,,Als dat
echt niet lukt, kunnen ze het alsnog in Turkije proberen. Je moet daar
aan alles wennen, niet alleen aan het voetbal. Als je niet bij een
topclub speelt, moet je soms twintig uur in de bus zitten voor een
uitwedstrijd. En mooie velden zijn er niet. We trainden bij Galatasaray
op een zandveld. Het leek net schuurpapier.''

Ali Topsan heeft ook zijn bedenkingen over een snelle carriegrave;re in
Turkije, maar zal een talent nooit de weg naar zijn vaderland
versperren. ,,Iedereen is vrij om te doen wat hij wil. Maar we
waarschuwen spelers voor wat ze kunnen verwachten. Natuurlijk zou het
mooi zijn als iemand het daar wel een keer zou redden.''

Topsan wil bewijzen hoe goed de in Nederland spelende Turken zijn. Hij
probeert van hen een elftal te formeren. Een wedstrijd tegen Nederlandse
Surinamers lijkt hem een aardig idee. De Turkse voetbalbond heeft zijn
medewerking al toegezegd. Alleen een sponsor ontbreekt nog. ,,Het zou
jammer zijn als we niet kunnen bewijzen hoe goed we zijn'', zegt Topsan.
,,Ik durf met dat elftal zelfs de strijd aan met Besiktas of
Galatasaray.'' De negatieve verhalen en adviezen kunnen de Nederlandse
Turken niet afschrikken. Het blijft hun grote wens in het vaderland
carriegrave;re te maken. ,,Ik moet het gewoon redden'', zegt Durmusoglu
vastberaden. Zelfs Usta hoopt op een tweede kans in Turkije. ,,Alleen
als je daar speelt, heb je een goede kans op het nationale elftal.
Verder dan de Turkse topclubs kijkt de bondscoach niet. Zelfs Murat
Yakin van Grasshoppers (doelpuntenmaker tegen Ajax in de Champions
League, red) kreeg geen kans.''

Ook Salih Yildiz, die voor zes jaar bij Vitesse heeft getekend, verwacht
nog eens in Turkije te voetballen. ,,Nu zeg ik nee, maar ik weet zeker
dat die drang later toch naar boven komt.'' De voormalige Ajacied heeft
het shirt waarin hij de oefenwedstrijd met Jong Turkije speelde, weer
moeten inleveren. ,,Ik heb niet gevraagd of ik het mee naar huis mocht
nemen. Dat durfde ik niet. Maar nu heb ik er spijt van.''









