

Generatiekloof te groot voor Pfrommer






Door onze redacteur WARD OP DEN BROUW


HEERENVEEN, 19 MAART. Ook al plaatst de winter een laatste offensief,
voor de meeste schaatsers en coaches is het schaatsseizoen verleden
tijd. Leen Pfrommer daarentegen stond vandaag in Thialf weer op het ijs,
net als gisteren en eergisteren. Want als iemand het niet kan maken om
weg te blijven op de 'Leen Pfrommer recordwedstrijden', is hij het wel.
Bij het driedaagse evenement in Heerenveen staat een trotse man op het
ijs. De recente successen van Timmer, Bos en Wennemars zijn ook die van
Leen Pfrommer.


Straks begint hij aan zijn laatste seizoen als trainer, een vak dat hij
al sinds het seizoen 1965-'66 uitoefent, met passie en vakmanschap als
handelsmerk. Maar aan alles komt een eind. De generatiekloof met de
schaatsers is naar de zin van de voormalige beroepsmilitair te groot om
na Nagano '98 door te gaan. ,,Mijn normen en waarden zijn die van de
jaren vijftig, zestig en zeventig. Ik neem het niemand kwalijk dat hij
andere normen en waarden heeft, maar ik geef de mijne niet prijs.''

Hoewel hij nadrukkelijk stelt dat zijn vertrek geen verband houdt met de
schaatsers uit zijn 'kernploeg opleiding sprint', stoort hij zich wel
aan ,,het stappen'' van zijn schaatsers als ze daarbij de belangen van
hun vak uit het oog verliezen. ,,Dat laat ik merken en dat roept wel
eens irritaties op. Ik ben de oudste en dan ben ik degene die maar weg
moet gaan.''

In de loop van het seizoen maakte Pfrommer zijn voornemen om te stoppen
binnenskamers bekend, zodat de bond tijdig op zoek kon
naar een opvolger. ,,Zoals ze zich ook moeten beraden op de opvolging
van een bondscoach als Henk Gemser, die ook al in de vijftig is.''
Lachend spreekt Pfrommer van ,,ouwe knarren''. Toch leveren deze twee
coaches het bewijs dat een respectabele leeftijd en succes hand in hand
kunnen gaan.

Pfrommer werd in het voorjaar van 1968 bondscoach van de mannenkernploeg
en leverde in 1970 met Ard Schenk zijn eerste wereldkampioen af. Kees
Verkerk had een jaar eerder Pfrommers eerste Europees- eacute;n
wereldkampioen kunnen worden, als hij maar naar de wijze woorden van de
coach had geluisterd. ,,Op de eerste dag van het EK van 1969 in Inzell
wilde Kees op de 5.000 meter niet in de eerste groep van twaalf man
starten, omdat hij bang was dat iedereen zich op zijn tijd zou gaan
rijden. Ik raadde hem af in de tweede groep te starten, omdat er voor
later op de dag slecht weer was voorspeld. Toen hij aan de beurt was,
regende het zo hard en was het ijs zo slecht, dat hij bijna het
klassement uit reed en bijna de volgende dag niet mocht starten op de
tien kilometer.

,,Hij reed 7,47 minuut, terwijl de snelste tijd 7,31 was. En ik kreeg
natuurlijk de schuld'', herinnert Pfrommer zich. ,,Kees zei dat ik hem
had moeten dwingen in de eerste groep te starten. Maar de sporter zelf
moet die keuze maken. De volgende dag won hij de 1.500 meter en reed hij
dat schitterende wereldrecord op de tien kilometer van 15.03,6. Maar
Fornaess werd Europees kampioen.'' In het uit 1969 daterende boekje
Heya Keessie geeft Verkerk de weergoden de schuld: ,,Het lot had
nu eenmaal beslist dat het moest regenen.''

Ook tegen het advies van Pfrommer in ging Verkerk bij het WK van 1969 in
Deventer op de afsluitende tien kilometer als een gek van start. ,,Hij
ging onverantwoord hard weg, terwijl ik hem had gezegd rustig te
beginnen. Dat kostte hem de wereldtitel en dat was niet nodig.'' Naar
eigen zeggen reed Verkerk de laatste ronden op de 10.000 meter met kauwgom onder
 zijn schaatsen. Opnieuw werd Fornaess lachend
eerste.

Inmiddels heeft Leen Pfrommer twee seizoenen als sprintcoach achter de
rug. In het laatste jaar had hij aanmerkelijk meer plezier. Vorig
seizoen werkte hij met zes vrouwen en dat viel hem zwaar. ,,Hoewel het
wat prestaties betreft goed ging, was het mentaal
gezien en qua sfeer een heel moeilijk jaar met die zes meiden. De sfeer
was zo rot dat ik me afvroeg of ik niet wegmoest uit de schaatserij.
Maar ik wilde niet met een rotgevoel afscheid nemen. Toen vroeg de bond
of ik de tweede sprintploeg, achter die van Mueller, wilde coachen.''

Mueller kreeg de beste sprinters van dat moment
toebedeeld, Pfrommer kneedde de reserves tot de nationale toppers die
gaandeweg wereldtoppers werden. In een ,,heel prettige sfeer'' werden
fantastische prestaties neergezet. De sprinters van Pfrommer stelden die
van Muellers ploeg in de schaduw. In Warschau bij de WK afstanden was
Marianne Timmer op de 1.000 meter tien dagen geleden de laatste
wereldkampioen die Pfrommer afleverde.

De laatste schaatser die hem aangenaam verraste, was Erben Wennemars. Na
seizoenen zonder wezelijke hoogtepunten brak de 21-jarige Drent zondag
in Calgary het Nederlands record op de 1.500 meter. Pfrommer omschrijft
de student fysiotherapie uit Dalfsen als een opgewonden standje, het
prototype van een sprinter. Geen Jan Bos, die vlak voor een race rust
uitstraalt maar van binnen kookt. ,,Zelfs als hij praat, praat hij
zichzelf voorbij, ook eten moet snel bij hem.''

Het lid van ijsclub Stokvisdennen mocht in 1995 met Pfrommers Jong
Oranje mee naar het WK junioren in Finland. Wennemars zag op zijn eerste
internationale toernooi Bob de Jong de wereldtitel winnen, zelf kwam hij
niet verder dan de twintigste plaats. Sinds Calgary geldt hij als een
topper, tenminste op de 1.500 meter. Net als zijn ploeggenoten putte
Wennemars motivatie uit de wijdverbreide opvatting dat ,,de echte
sprinters'' in de ploeg van Mueller zaten. ,,Wij wilden wel eens laten
zien dat wij ook hard konden rijden.''

Olympische medailles voor Nederlandse schaatsers zouden een mooi
afscheidscadeau zijn voor Pfrommer. ,,Maar succes kun je nooit plannen.
Op de WK afstanden wonnen we vorig jaar negen medailles, waarvan vijf
gouden. Dit jaar wonnen we dertien medailles, waarvan vier van goud. Dan
denk je, wat moet dat volgend jaar op de Spelen worden. Ik zou willen
dat we daar net zo domineren als in de laatste jaren.''









