De Vos is een eenling in ploeg veldrijders
Door onze redacteur JAAP BLOEMBERGEN 
OOSTERHOUT, 31 JAN. De
verstrengelde belangen zijn het fascinerende aan een
wereldkampioenschap. Wielrenners die 365 dagen bij een concurrerende
sponsor onder contract staan, mogen elkaar gedurende eacute;&eacute;n
uur en eacute;&eacute;n volle ronde niet in de wielen rijden. Aan de
vooravond van het WK pleegt de bondscoach de ploegentactiek door te
nemen. Achter zijn rug lonken de managers van de verschillende sponsors
met een vette winstpremie.
In Muuml;nchen krijgt het traditionele steekspel in het Nederlandse
kamp een extra dimensie. Adri van der Poel en Richard Groenendaal rijden
voor de rijke Rabobank, tevens shirtsponsor op het nationale tricot. Wim
de Vos wordt betaald door het bescheiden VKS, een asbestsaneerder. Van
der Poel en Groenendaal slapen morgenavond in dezelfde hotelkamer. De
Vos ligt in een belendende kamer. De 28-jarige De Vos vreest het
ploegenspel van zijn landgenoten. ,,We rijden in hetzelfde shirt, maar
die twee zijn natuurlijk wel mijn grootste concurrenten. Iedereen rijdt
in principe voor zijn eigen kansen. Ik heb respect voor wat die twee
hebben gepresteerd, maar een angsthaas ben ik niet. Ze houden me lekker
scherp. Ik laat niet met m'n kloten spelen.
,,Ik sta te boek als een eerlijke en sportieve coureur, maar ik ga
mezelf niet zonder slag of stoot 'wegsteken'. Als ik voor Adri of
Richard moet remmen, omdat ze die dag betere benen hebben, wil ik wel
geld zien. Daar moeten we goede afspraken over maken. Ik word liever
derde achter twee Nederlanders dan vijfde achter vier buitenlanders.
Alleen moet daar een vergoeding tegenover staan. Ik ben niet gierig, wel
zuinig op m'n centjes. Ik hoef geen miljonair te worden, maar ik denk
aan m'n gezin. ''
Drie weken geleden werd De Vos tot veler verrassing Nederlands kampioen.
Hij doorbrak de hegemonie van Groenendaal en Van der Poel. Na afloop van
het NK was er de ontlading, de vreugde van zijn vrouw, de tranen van
zijn oudste zoon. De winnaar was van ver gekomen. Begin december lag hij
nog ziek thuis in Oosterhout. Hij keek naar de tv-beelden van een
veldrit in Gieten, waar Van der Poel en Groenendaal met gebalde vuisten
zegevierend over de finish reden. ,,Op die middag heb ik de grootste
stimulans gekregen. Hun arrogantie heeft mij Nederlands kampioen
gemaakt.''
De Vos vestigde de aandacht op zich bij het WK'93 in het Italiaanse
Corva, waar hij een bronzen medaille won. Hij verkeerde in een zegeroes
en vroeg na de huldiging spontaan zijn vriendin ten huwelijk. In 1994 en
1995 behaalde hij belangrijke overwinningen, maar hij stelde ook teleur
en reed in de schaduw van Groenendaal en Van der Poel.
Afgelopen jaar kampte hij met buikklachten. De maagklep sloot niet goed
af, waardoor het maagzuur via de slokdarm terug in de mond keerde. Hij
moest veel spugen en kreeg last van keelontstekingen. Artsen spraken van
een bacterieuml;le infectie. Een antibiotica-kuur hielp hem na twaalf
maanden op de been. Heel langzaam kreeg hij zijn oude vorm te pakken.
,,Er waren nachten bij dat ik niet eens mijn bed kon uitkomen van de
pijn. Ik werd er op het laatst echt strontziek van. Een gewoon mens
schijnt ook wel eens met zulke kwalen rond te lopen, maar bij een
wielrenner valt het eerder op. Wij kunnen niet ongestraft aan de
medicijnen. Dan word je meteen maanden teruggeworpen.
,,Na vier maanden kreeg ik een ontslagbrief van mijn sponsor. Omdat je
door ziekte je programma niet kunt rijden, word je keihard op straat
gezet. Sponsors zien je als object. Ze negeren het menselijke aspect. Ze
gaan over lijken.
,,Wat had ik nog te verliezen? Bij een normale baas ga je de ziektewet
in. In de wielrennerij loop je veel startgeld en prijzengeld mis.
Gelukkig vond ik een nieuwe sponsor. 'Het gaat om de mens Wim de Vos',
hebben ze steeds gezegd. Maar beter word je er niet van. De koersen
waren een martelgang. In december heb ik aan gedacht aan afstappen. Ik
werd sjagrijnig en schoot thuis ook tekort.''
Na de laatste antibiotica-kuur is De Vos aan de beterende hand. Toch
maakt hij zich zorgen over zijn sportieve toekomst. ,,Na de diagnose was
ik opgelucht en bang tegelijk. Je voelt aan je lichaam waar de rem zit,
maar je houdt de angst dat het terugkeert.'' De Vos kwam laat in
aanraking met de wielersport. Eerst deed hij aan motorcross. Nadat zijn
broertje om het leven was gekomen bij een verkeersongeluk, verzocht zijn
moeder hem een minder gevaarlijke sport te kiezen. Op zijn vijftiende
kreeg hij ,,een Wehkamp-fietsje'' van zijn tante.
,,Ik haalde de spatborden en de verlichting eraf en deed de volgende dag
mee aan een 'wilde wedstrijd'. In de eerste bocht vlogen de ventielen
eraf, kon ik meteen afstappen. Ons pa stond langs de kant en heeft
meteen een goeie crossfiets gekocht. Als brakske lag ik elke week in de
kreukels. Links waren de korsten nog niet opgedroogd of ik kreeg rechts
een nieuwe schaafwond. ,,Toen ik met mijn gezondheid sukkelde, heb ik
vaak aan pa gedacht. Hij heeft mij leren knokken. Hij was zelf altijd
ziekelijk en is veel te vroeg overleden. Op het WK in 1993 zat hij in
een rolstoel bij de finish, hoewel hij nog nooit in het buitenland was
geweest. Zag ik hem in een keer opstaan en naar me toe lopen. Een
gigantisch gevoel. Die bronzen medaille heb ik later in zijn graf
gegooid. Ik had dat ding aan hem te danken.''
Volgens De Vos hangt zondag een verrassing in de lucht. Van der Poel en
Groenendaal lijken over hun hoogtepunt heen. De derde Nederlander zet
zijn geld op de Italiaan Pontoni, maar wenst zijn eigen kansen niet uit
te vlakken. ,,Ik moet zo lang mogelijk aanklampen en in de laatste ronde
een enorme snok geven. Het parcours is op mijn lijf geschreven:
technisch en veel tempowisselingen. In 1985 werd ik er derde bij het WK
voor junioren. Alleen die trap baart me zorgen. Kom je met lood in de
poten aan, moet je nog 25 treden klimmen!''
Als 'droogweerspecialist' is De Vos niet gebaat bij regen of sneeuw, die
zijn voorspeld in het zuiden van Duitsland. ,,Ik heb een hekel aan
blubber. Laat het maar lekker kouder zijn. De laatste dagen was het drie
graden en zwaarbewolkt in Muuml;nchen. Heb ik nagekeken in de krant. Je
moet op alles voorbereid zijn.''
