

Autocoureur Coronel in slipstream van 'Jos-effect'






Door onze redacteur REMMELT OTTEN 


HUIZEN, 4 JAN. Tim Coronel reed op
zijn dertiende al met een eigen auto in Huizen op acht hectare eigen
terrein van de vader van een vriendje. Hij bouwde ooit zelf een kart met
een brommerblokje. Maar hij hield zich lange tijd afzijdig van het echte
racen en studeerde. ,,Met racen was in de familie geen eer te behalen'',
zegt de 24-jarige Coronel. ,,Mijn broers racete, iedereen racete.''



Zijn vader Tom reed vroeger in Alfa Romeo's. Zijn broer Raymond maakte
een paar jaar geleden de circuits onveilig, tot hij een praktijk opende
als tandarts. En zijn tweelingbroer Tom reed het afgelopen seizoen
Formule 3 in Japan en verwacht de overstap te maken naar Formule 3000.
,,Ik kwam nooit op het circuit. Ik was meer met de meiden bezig. Maar in
1994 deed ik voor mijn studie een project in Zandvoort.'' Hij raakte
alsnog verslaafd. ,,En een afkick-centrum is er niet voor.''


Inmiddels is hij al drie seizoenen professioneel coureur. Buiten het
seizoen runt hij de fraaie kart-baan van de familie in Huizen. Hij praat
daar met een aanstekelijk enthousiasme over het racen. ,,Hard gaan is
passie, honderd procent inzet, honger om te winnen. Je moet een beetje
egoiuml;stisch zijn, of eigenlijk: je moet een ras-ego&iuml;st zijn.''


Hij vertelt over een wedstrijd op de Nuuml;rburgring. Hij startte van
pole-position, sloeg in de eerste ronde een gaatje van dertig
meter en liep iedere ronde tweetiende van een seconde uit op de rest van
het veld. Vijf ronden voor het einde had hij een voorsprong van vier
seconden. ,,Iets voorzichtiger, dacht ik. Ik had de race in mijn
broekzak. Maar ik gaf in eacute;&eacute;n ronde een volle seconde weg.
Toen drong het tot me door. Daar rijd ik niet voor. Ik moest de mensen
laten zien dat ik de beste was. Ik gaf weer gas. Helaas, drie rondes
voor het einde liep mijn wiel los. Maar ik besefte waarom ik race.
Wegrijden van de groep, net even sneller zijn. Tweetiende lijkt voor een
buitenstaander niet veel, maar is voor ons essentieel.''


In zijn eerste jaar won Coronel meteen het Nederlands kampioenschap in
de Citroeuml;n AX. Met Toms prijzengeld doorliep hij in de winter een
race-school in Engeland. Afgelopen twee jaar was hij redelijk succesvol
in de Opel Lotus met negen pole-positions en drie overwinningen.
Dit jaar hoopt hij het volledige Duits Formule 3 kampioenschap te kunnen
rijden, met ook races in Macau en Monaco.

,,De Formule I is de top. Daar willen we heen. Alle andere klassen zijn
een soort leerschool: van kart naar 1.600 cc, naar 1.800, naar Formule
Renault, naar Opel Lotus, Formule 3 (2 liter, zestien kleppen), Formule
3000, Formule I. Omdat ik zo laat begon, heb ik wat klassen moeten
overslaan. De snelheid zat er al snel in. Ik moest alleen nog leren
tussen de witte lijntjes te blijven. Maar zolang je leergierig bent, ga
je vooruit. We hadden het vroeger thuis aan tafel altijd over racen.
Daar heb ik indirect al heel veel geleerd. Ik anticipeer soms in races
op ontwikkelingen, waarvan ik me later afvraag hoe ik ze aan zag komen.
Dan blijkt dat ik het vroeger aan tafel al eens had gehoord. Het is
intuiuml;tie geworden.''


Hans Verkerk Keukens en Oceacute; zorgen voor het grootste deel van het
half miljoen dat Tim jaarlijks nodig heeft. Hij vond onderdak bij Dutch
Racing Promotions van Frits van Amersfoort, waar ook Jos Verstappen
begon. De avonturen van Verstappen in de Formule I helpen ook de
gebroeders Coronel. ,,Er is sprake van het 'Jos-effect', in de media en
bij sponsors. Ook al weet je dat Verstappen in de grindbak eindigt, heel
Nederland kijkt op zondag weer naar de Grand-Prix.''


Tim begon, net als zijn broers, bij de Rensportschool Zandvoort. Mentor
Huub Vermeulen liet ze zoeken naar wagenbeheersing: op de limiet van de
auto rijden. Voelen waar de limiet zit. ,,Je weet dan wanneer de
achterkant van de auto gaat komen, wanneer die gaat slippen. We hebben
daar heel veel auto's afgeschreven. We pakten meteen de limiet en gingen
er later pas tegenaan zitten.''


Racen is in het begin zoeken naar de ideale lijn van een circuit. ,,Die
heb je bij skieuml;n, bij zeilen, bij motorracen. De snelheidslijn moet
je aanhouden. In het begin, als je in een klasse rijdt waarin alle
deelnemers ongeveer dezelfde auto hebben, gaat het er om zo hard
mogelijk over die ideale lijn te rijden. In de Formule Lotus en de
Formule 3, waar er nauwelijks verschil is in de vermogens van de motoren
van de verschillende auto's, moet je vervolgens ook de auto naar je
zetten.''


Hij heeft daarbij steun van zijn meer ervaren broer. ,,Tom belt heel
vaak. Hij kent alle circuits. Hoe gaat het? In die bocht voelt de auto
een beetje zo, zeg ik dan. Zegt Tom: probeer die stabilisator wat te
veranderen, of doe wat met schokdempers, of pak een hardere veer. Door
het afstellen gaat de ene auto net twee kilometer per uur harder door de
bocht dan de ander. Michael Schumacher is daar een ster in.''


Coronel heeft bij de Rensportschool wel dertig motorblokken overgezet.
Maar als professioneel coureur sleutelt hij zelf niet meer aan zijn
auto. Hij mag zijn wagen niet eens meer poetsen. Afstellen doet een
coureur in samenspraak met de engineer. ,,Hij is de compagnon in
je bedrijf, belangrijker dan je vriendin. Je vertelt hem wat je voelt op
de baan, hij probeert de auto zo af te stellen dat hij snel is.''


Snel is niet altijd veilig, vertelt Coronel. ,,Ik wilde de auto nog wel
eens zo afstellen dat hij lekker en mooi door de bocht ging, maar dat
hoeft niet de snelste manier te zijn. Als je goed naar Schumacher kijkt,
zie je dat hij altijd met een beetje overstuur door de bocht gaat.
Volgens de theorie moet je juist een beetje onderstuur hebben. Maar
Schumacher weet zo het beste de pk's op de straatstenen te krijgen. Je
had vroeger elektronische traction-control, wat nu verboden is.
Ideaal was 13 procent wielspin. Schumacher zorgt daarvoor met zijn
voetje op de koppeling en het gas.''










