


Marcello





Marcello Mastroianni is niet meer. Dood. Verdwenen. En dat is nauwelijks
te verdragen, ook omdat met Mastroianni meer begraven dreigt te worden,
namelijk de Europese filmkunst. Plaats voor filmsterren in de wereld is
er meer dan ooit, in Hollywood maken ze zelfs de dienst uit. Waarom
maken ze in de VS in overvloed furore en bereiken hun collega's in
Europa nog niet een fractie van die adelstand? Vermoedelijk omdat een
Mastroianni-film als La dolce vita, in de jaren zestig op handen
gedragen, heden ten dage nauwelijks meer gezien zou worden door een
groot publiek.


Dat publiek heeft zich afgekeerd van zulke films, terwijl mediamagnaten
die er prat op gaan zo cynisch-commercieel mogelijk te handelen, er bij
voorbaat al van uit gaan dat 'de massa' - wie wordt daar toch altijd mee
bedoeld? - geen belangstelling kan hebben voor een bittere film over
'het zoete leven'. Nu en dan bedenkt de massa zich. Dan wordt zo'n
Europese, niet-Amerikaans gesproken en 'dus' als moeilijk te
klassificeren, film toch ineens een doorslaand succes. Dan blijkt dat de
enige mogelijkheid tot concurrentie met de Amerikaanse filmindustrie
gelegen is in nadrukkelijk Europese films, juist zoals Mastroianni ze
invulde onder regie van onafhankelijke denkers als Fellini, Visconti,
Comencini en Scola. Met elegantie en subtiliteit, melancholiek,
ondeugend, weergaloos en onweerstaanbaar. Met de argeloze flair die meer
dan dertig jaar lang al zoveel mensen gelukkig heeft gemaakt.

 




AFGELOPEN MAANDAG deed Europa weer een stap verder weg van de liefde
voor de cultuur waarvoor een acteur als Mastroianni het symbool is
geweest. In Brussel bleken vijftien cultuurministers in de Europese Unie
het niet eens te kunnen worden over een garantiefonds ten behoeve van de
Europese audiovisuele industrie, zelfs niet in een eigenlijk
onaanvaardvaar afgeslankte versie. Een fonds ten gunste van Europese
televisieprogrammering had het moeten zijn, om de overvloed van
Amerikaanse televisieprodukten te keren. Niet voor niets kreeg het plan
de warme steun van een alliantie van Europese filmproducerende
bedrijven: het televisiepubliek kijkt immers nog altijd het liefst naar
bioscoopfilms. Nu zijn dat voornamelijk Amerikaanse biscoopfilms, heel
goede soms, vaak ook slechte. Maar geloof in goede Europese films
bestaat bij te veel partijen slechts als die Europese films beloven
zoveel mogelijk te zullen lijken op Amerikaanse films. En omdat zo
langzamerhand overduidelijk is dat die belofte geen gestand gedaan kan
worden, was het garantiefonds kansloos.

De acteur Marcello Mastroianni zijn we kwijt, maar niet helemaal. Op
celluloid is hem een waardig tweede leven beschoren. In de films van
zijn tijd kan hij, voor eeuwig zelfs, ons blijven verleiden met zijn
snaakse charme. In de bioscoopzalen zullen wij hem blijven beminnen. Het
valt te hopen dat wij van zijn films zullen leren hoe zinvol film kan
zijn, hoe troostrijk, hoe vervuld van waarde.











