


Napels





EERDER DEZE WEEK had de Franse minister van Buitenlandse Zaken nog een
hoofse buiging naar Washington willen maken. In een bijdrage in de
International Herald Tribune, het blad voor Amerikanen overzee, had hij
de Franse claim op het zuidelijke, in Napels gevestigde NAVO-commando
losgekoppeld van het bevel over de in de Middellandse Zee opererende
Zesde Vloot. M. Herveacute; de Charette dacht zo het meningsverschil
met de VS te hebben opgelost. De Franse suggestie is in Atlantische
kwartieren met aan verbijstering grenzende verbazing ontvangen.


De lijst van Frans-Amerikaanse irritaties groeit met de dag. In Franse
en Amerikaanse media neemt een en ander langzamerhand het karakter aan
van een diplomatieke soap. Als Charette een conferentiezaal verlaat
terwijl secretaris-generaal Solana bezig is een toost uit te brengen ter
gelegenheid van het afscheid van minister Christopher, veroorzaakt dat
bijna een schandaal. De Franse ambassadeur neemt weliswaar de zetel van
zijn minister in, maar zet, met de rug naar het gezelschap gekeerd, zijn
conversatie met een assistent voort. Allemaal voorpaginanieuws in
dezelfde Tribune.

Het licht-oppositionele Parijse dagblad Le Monde somde deze week de
tegenstellingen op. In het Midden-Oosten liep in april Charette's
shuttle-diplomatie bewust parallel aan die van Christopher. Een
Amerikaanse diplomaat achteraf: het was alsof er een mug in je oor
zoemde. Voor de Fransman ging in Damascus de rode loper uit, de
Amerikaan wachtte tevergeefs in zijn hotelkamer. Franse kritiek dat zijn
reis deze zomer door Afrika alles te maken had met de
presidentsverkiezingen van afgelopen november pareerde Christopher met
een: de tijd van invloedssferen is voorbij.

 




OFFICIEEL WORDT het ontkend, maar de indruk is nu juist ontstaan dat in
het gebied van de Grote Meren een worsteling om invloedssferen op gang
is gekomen. De Amerikanen zouden Rwanda steunen, Parijs het Zaiuml;rese
regime en de Hutu-militanten. Het herinnert allemaal te veel aan lang
vervlogen tijden om al te ernstig te worden genomen, maar de tekenen
zijn er van een ouderwets machtsconflict, uitgevochten over de ruggen
van lokale contestanten.

De ruzie over de toekomstige inrichting van de NAVO is de riskantste. De
Fransen staan niet alleen in hun verlangen de Europese rol in de
Atlantische organisatie zichtbaarder te maken. Maar met hun greep naar
'Napels' scheppen zij een gevaarlijk precedent. De NAVO is geloofwaardig
bij de gratie van haar geiuml;ntegreerde militaire structuur, die weer
haar betekenis ontleent aan de overheersende positie van de Amerikanen.
Het zuidelijke commando bestrijkt een spanningsgebied vol risico's
waartegen Europa op eigen kracht niet is opgewassen. Morrelen aan de
Amerikaanse aanwezigheid daar kan slechts averechts uitwerken.











