


Gevaarlijke blokkades





DE STABILITEIT VAN Frankrijk wordt bedreigd door een sociaal conflict
met verregaande politieke implicaties. De CGT, de communistische
vakbond, probeert de blokkades van de routiers te doen escaleren in een
brede, politiek getinte beweging om de al zwaar aangeslagen
regering-Juppeacute; op de knie&euml;n te dwingen. Het personeel van
Air France en van de Franse spoorwegen gaven vandaag aan dat verlangen
gehoor door eveneens in staking te gaan.


De Franse vrachtwagenchauffeurs hebben eisen op de onderhandelingstafel
gelegd en dat is op zichzelf gerechtvaardigd. Uit het akkoord over de
verlaging van de pensioenleeftijd van de chauffeurs, dat vanmorgen vroeg
is bereikt, mag worden afgeleid dat de werkgevers in de transportsector
daarvoor een begin van erkenning tonen. Het Franse patronaat tracht
intussen een deel van de last op de regering af te wentelen, waardoor de
overheid een directe partij in het conflict is geworden.

 




ZEKER DE ACTIES bij Air France zijn daarentegen ingegeven door het
chronische verzet bij die zwaar gesubsidieerde onderneming tegen
stroomlijning en herstel van winstgevendheid, noodzakelijk geworden door
de liberalisering van het internationale luchtverkeer. Strijd tegen
sociale achterstand en verzet tegen de aantasting van privileges is niet
hetzelfde. Maar dat deert de CGT niet om van de sociale onvrede een
politiek zeer giftig mengsel te brouwen.

Dat wat betreft de motivatie van de acties. Iets heel anders zijn de
door de routiers aangewende middelen, de blokkades van Frankrijks
doorgaande wegen en brandstofdepots. Het stakingswapen zonder meer is de
vrachtwagenchauffeurs niet genoeg. Zij beschikken over mogelijkheden het
land te verlammen en zij maken daarvan gretig misbruik. Het publiek
wordt op die manier het slachtoffer van een geschil waaraan het part
noch deel heeft. Des te zwaarder weegt dat het ongemak niet tot
Frankrijk beperkt blijft. Frankrijk is, behalve leverancier en
afzetgebied van goederen, voor het Europese wegtransport een vitaal
transitoland.

De actieleiders stellen tevreden vast hoe belanghebbenden en regeringen
in omringende landen zich opmaken om de Franse regering op haar plicht
te wijzen het vrije verkeer en Europa's interne markt naar behoren te
laten functioneren. Dat was precies hun bedoeling. Pressie van buitenaf
moet volgens hun berekeningen de bereidheid van Parijs vergroten om een
akkoord, desnoods tegen een hoge politieke en maatschappelijke prijs, te
forceren.

 




DE REGERING-JUPPEacute; tracht wanhopig te redden wat er te redden valt, maar
heeft vrijwel geen armslag. Het perspectief van EMU en euro met zijn
eisen aan het overheidstekort beperken de financieuml;le
manoeuvreerruimte. Iedere concessie aan de chauffeurs zal zich vertalen
in eisen van andere sectoren waarvoor in de staatskas of sociale fondsen
geen geld is. Intussen bezorgen de acties het land enorme materieuml;le
en politieke schade. De Vierde Republiek - de zieke man van Europa met
zijn zwakke regeringen die in 1962 roemloos ten onder ging - komt in de
herinnering. Volgens de traditie worden in Frankrijk sociale conflicten
op het scherp van de snede uitgevochten. De regering is bovendien zo
impopulair dat het publiek iedere actie die haar in het nauw brengt
toejuicht, zelfs als de overlast ergerlijke vormen begint aan te nemen.

Het mag allemaal geen reden zijn Frankrijk te ontzien. De sociale onrust
in dat land heeft niet alleen externe gevolgen, er ontstaat een toestand
die een directe aantasting betekent van het vrije verkeer dat binnen de
Europese Unie is overeengekomen. Nu ook in Denemarken chantage op Europa
als wapen in sociale conflicten school maakt, is er voldoende aanleiding
voor Europees verweer. Het is op zichzelf intrigerend dat ontsporingen
in Frankrijk en Denemarken, twee landen die in sterke mate vanuit een
perspectief van nationale soevereiniteit denken, Europees handelen
noodzakelijk maken.











