


Partijen in nood





DE MEEST MINIMALE definitie van een Nederlandse partijvoorzitter is dat
deze persoon slechts hoeft toe te zien op de ledenadministratie. De
maximale uitleg is dat de partijvoorzitter kabinetten kan maken en
breken. Het is tekenend voor de ambivalentie die er binnen politieke
partijen rond de functie van de voorzitter bestaat. Een dergelijke
figuur wordt ograve;f als lastige horzel beschouwd - een opvatting die
volksvertegenwoordigers of kabinetsleden nog wel eens huldigen -
ograve;f als levende garantie voor het onaantastbare gedachtengoed van
de partij - een karakteristiek die het vooral goed doet bij het 'gewone'
partijlid.


In beide gevallen gaat het natuurlijk om karikaturen. De praktijk is
veelal dat de inhoud van het partijvoorzitterschap en het gezag dat er
aan vastzit conjunctureel wordt bepaald. Een politieke partij die in de
oppositie verkeert stelt andere eisen aan de voorzitter dan een partij
die regeringsverantwoordelijkheid draagt. Dat neemt niet weg dat er een
welhaast natuurlijke spanning bestaat tussen de voorzitter als
verlengstuk van de leden en de voorzitter als aanspreekpunt voor de
politieke vertegenwoordigers van de partij.

 




DIE SPANNING is een goede zaak. Het heeft te maken met het systeem van
'countervailing power'. Juist binnen politieke organisaties heeft macht
tegenmacht nodig. Bij voorbeeld om te voorkomen dat partijen in het
geval van kabinetsdeelname verlengstukken worden van het
regeringsbeleid. In die rol dreigen Tweede-Kamerfracties al te
vervallen. De partijvoorzitter is de eerst aangewezene om te voorkomen
dat de partij als geheel dezelfde 'fout' maakt.

Om die reden hebben de meeste partijen in Nederland dan ook terecht
gekozen voor een model waarbij de voorzitter niet ook deel uitmaakt van
de Tweede-Kamerfractie van zijn of haar partij. Een middel om de
voorzitter toch bij de politieke actualiteit te betrekken, maar met
behoud van afstand, is het lidmaatschap van de Eerste Kamer. Deze
oplossing is door veel partijen toegepast.

Het voortijdige vertrek van PvdA-voorzitter Rottenberg heeft deze partij
voor een acuut probleem geplaatst. Het betekent dat de PvdA op het
congres in februari, ruim een jaar voor de verkiezingen, een nieuwe
persoon moet benoemen. Met de kandidatuur van vice-fractievoorzitter
Adelmund voor het partijvoorzitterschap lijkt de PvdA nu te opteren voor
een vooral praktische oplossing: een ingewerkt politicus die enigszins
tot het 'kamp-Rottenberg' kan worden gerekend. De prijs die hiervoor
moet worden betaald is echter een hoge. Want de hele politieke top van
de PvdA wordt hiermee wel op het Binnenhof geconcentreerd. Waar de
algemene klacht over het politieke bedrijf toch al luidt dat er sprake
is van eacute;&eacute;ndimensionaliteit, is deze noodoplossing een zeer
discutabele.

 




TERWIJL DE PVDA nog in discussie was over de nieuwe functionaris, koos
D66 het afgelopen weekeinde een nieuwe partijvoorzitter. Het debat dat
aan deze benoeming voorafging, speelt ten dele ook in de PvdA. Bij de
PvdA wordt opgemerkt dat eacute;&eacute;n van de gunstige neveneffecten
van een benoeming van Adelmund is dat dit voor de partij tot een
kostenbesparing leidt. Als gevolg van haar Kamerlidmaatschap hoeft zij
namelijk niet meer bezoldigd te worden als partijvoorzitter. Het betaald
voorzitterschap was ook een punt van discussie binnen D66. Een voorstel
om het voorzitterschap als fulltimebaan te betalen haalde het onder meer
niet, omdat het hier ging om tien procent van het totale partijbudget.

Dit laat nog eens zien in welke benarde financieuml;le positie de
Nederlandse politieke partijen momenteel verkeren. De vraag is niet meer
alleen wie het meest geschikt is voor het voorzitterschap. Medebepalend
is wat de kandidaat de partij zal kosten. Als dit soort overwegingen een
rol spelen, is er iets fundamenteel mis. Het snel teruglopende
ledenaantal heeft veel partijen in problemen gebracht. Nu hierdoor
daadwerkelijk het functioneren van partijen in het geding dreigt te
komen, is het de hoogste tijd voor bezinning op de financieuml;le
middelen van politieke partijen.











