


Tragedie in Afrika





OPNIEUW VOLTREKT ZICH een humanitaire ramp in Midden-Afrika. Twee jaar
geleden vonden bij slachtpartijen in Rwanda door Hutu-extremisten onder
Tutsi's en gematigde Hutu's ten minste een half miljoen mensen de dood.
Nu zijn in Rwanda's buurland Zaiuml;re honderdduizenden mensen,
gevluchte Hutu's uit Rwanda en Burundi maar ook Zaiuml;rezen zelf, op
de vlucht geslagen voor de escalerende gevechten tussen Zaiuml;rese
Tutsi-rebellen (door Rwanda gesteund) en het regeringsleger van
Zaiuml;re. De commissaris van de Europese Unie voor humanitaire zaken,
Emma Bonino, waarschuwde gisteren dat het dodental van dit drama
misschien nog hoger zal komen te liggen dan dat in 1994. In
Genegrave;ve heeft inmiddels een spoedvergadering plaatsgehad over het
verlenen van humanitaire hulp aan de vluchtelingen.


De crisis in Oost-Zaiuml;re komt op een moment dat de wereld de
gebeurtenissen in Rwanda en Burundi nauwelijks heeft verwerkt. Nog
steeds verschijnen publikaties die op schrijnende wijze documenteren
hoezeer de internationale gemeenschap in Rwanda is tekortgeschoten.
Informatie uit Rwanda dat Hutu-extremisten moordpartijen beraamden onder
hun tegenstanders, werd door het hoofdkwartier van de Verenigde Naties
terzijde geschoven. De volkerenorganisatie weigerde om in de eerste
dagen van de crisis, toen de moordmachine door snel en effectief
ingrijpen wellicht nog gestopt had kunnen worden, haar militaire
aanwezigheid in Rwanda te vergroten. Ze trok - tot woede van de meeste
Afrikaanse landen - een groot deel van haar contingent terug. Gedurende
de gehele Rwandese crisis was er steeds sprake van paniekingrepen. De
internationale gemeenschap was niet in staat tot een coherent beleid en
reageerde steeds op de laatste van de gebeurtenissen ter plekke.

Ook bij het nieuwe drama in Oost-Zaiuml;re is weer sprake van een
paniekreactie. Op zijn minst een half jaar geleden was het al duidelijk
wat er op komst was. Rwandese Hutu-extremisten in de Zaiuml;rese kampen
voerden toen hun aanvallen op doelen in Rwanda op en zetten Zaiuml;rese
Hutu's er toe aan een klopjacht op Tutsi's te beginnen. Binnen Rwanda
drongen extremistische Tutsi's er toen al op aan de stamgenoten in
Zaiuml;re te hulp te schieten en de Rwandese Hutu's verder Za&iuml;re
in te jagen zodat ze geen bedreiging meer voor Rwanda zouden vormen.
Kordaat optreden van de internationale gemeenschap zou de crisis in de
kiem hebben gesmoord. Men kan daarbij denken aan zware druk op de
Zairese autoriteiten om de extremisten in de kampen te ontwapenen,
grotere aandrang op de vluchtelingen om naar Rwanda terug te keren en
een beroep op de Tutsi-regering in Kigali om niet voor gewelddadige
oplossingen te kiezen.

CONFLICTEN IN AFRIKA zijn vaak al in een vroegtijdig stadium  waar te
nemen aan de hand van objectieve indicatoren: snelle bevolkingsgroei,
druk op het grondgebruik, ineenstorting van de economie en toenemende
etnische tegenstellingen. In het geval van Zaiuml;re komt daar nog het
politieke en bestuurlijke machtsvacuuuml;m bij, waardoor dit land zelf
aan een burgeroorlog ten prooi dreigt te vallen.

Al deze aanwijzingen waren aanwezig in Oost-Zaiuml;re (en in Rwanda),
zelfs voordat de honderdduizenden Rwandese Hutu's in 1994 de grens met
Zaiuml;re overstaken. Vroegtijdige actie van de internationale
gemeenschap had zowel in Rwanda als in Zaiuml;re veel menselijk leed
kunnen voorkomen. Humanitaire hulp is een laatste redmiddel, niet een
beginpunt.











