


Volgende patieuml;nt





MINISTER BORST (Volksgezondheid) heeft de Economische controledienst
afgestuurd op ziekenhuizen die met verzekeraars in zee gaan om een
zogeheten 'bedrijvenpoli' op te zetten. Dat is een extra polikliniek ten
behoeve van werknemers van verzekerde bedrijven om de bestaande
wachtlijsten in de gezondheidszorg te omzeilen. Minister Borst vreest
een tweedeling in de gezondheidszorg die in strijd is met het
discriminatieverbod van artikel 1 van de grondwet.



De grondwetsbepaling zegt dat gelijke gevallen op gelijke wijze dienen
te worden behandeld. Dat een patieuml;nt (of zijn bedrijf) een buidel
met geld meebrengt mag dan aardig zijn voor het ziekenhuis in deze
tijden van budgetbeperking, maar behoort volgens de minister geen rol te
spelen. Slechts medische criteria mogen de doorslag geven. Er zijn toch
al geluiden dat voetballers en andere bekende Nederlanders voorrang
krijgen bij de dokter. Borst gaf in mei van dit jaar wel toe dat zoiets
nooit helemaal zal zijn te vermijden. Maar een bedrijvenpoli is voor
haar ,,onrechtmatig en onrechtvaardig'', zo liet zij enkele maanden
geleden al weten.


HET VOORKOMEN van een tweedeling in de gezondheidszorg is een legitieme
zorg van de minister. Maar dat is nog geen reden zo abrupt een
onmiskenbare verlichting van het wachtlijstenprobleem als de
bedrijvenpoli af te kappen. Een categorisch verbod is pas
gerechtvaardigd wanneer behandeling van een patieuml;nt/werknemer ten
koste gaat van een patieuml;nt zonder werkgever achter zich. De
bedrijvenpoli wordt echter uitdrukkelijk opgezet als een vorm van
benutting van de restcapaciteit van ziekenhuizen, de ruimte die (naast
de continu beschikbare noodhulp) overblijft buiten de kantooruren. De
zorgverlening blijft bovendien beperkt tot de polikliniek, de lopende
zaken dus. De meer intensievere verrichtingen blijven vallen onder het
reguliere verdeelmechanisme.


Minister Borst erkent zelf dat er in de zorgsector ,,veel wachtenden''
zijn. Het kabinet heeft de bedrijvenpoli's zelf in de hand gewerkt met
zijn nieuwe Ziektewet. Deze beoogt nu net de werkgever directer te
confronteren met de kosten van ziekteverzuim. Dat is tegelijk een extra
prikkel iets te doen aan de wachtlijsten. Ziekenhuizen en verzekeraars
worden, als gevolg van de voortdurende aandrang de kosten van de
gezondheidszorg te beheersen, bovendien gestimuleerd wat meer eigen
marktgericht initiatief te ontplooien. De bedrijvenpoli ligt op het
kruispunt van deze twee beleidslijnen.

Het categorische ,,nee'' dat Borst nu uitspreekt steekt vreemd af tegen
eerdere verklaringen. In maart van dit jaar zei ze afspraken voor extra
zorg bovenop het volume van de bestaande budgettaire ruimte niet op
voorhand te willen veroordelen. Dit ,,ligt net iets anders'' dan het
achterstellen van mensen zonder baan op de wachtlijsten, heette het toen
nog. Ten aanzien van priveacute;-klinieken - waar het probleem van de
tweedeling toch ook een rol speelt - neemt de overheid terughoudendheid
in acht. Waarom dan wel de Economische controledienst afgestuurd op de
bedrijvenpoli?

ER MOETEN natuurlijk duidelijke grenzen worden gesteld aan deze speciale
spreekuren. Ze mogen, ook financieel, niet de overhand krijgen bij de
instellingen. En ze moeten worden gecombineerd met een duchtige aanpak
van het voortdurende euvel van de wachtlijsten. Met name de
informatievoorziening is voor verbetering vatbaar, tussen bepaalde
centra onderling en tussen de instellingen en de eerste lijn en de
verzekeraars. Er wordt nu dan ook - beter laat dan nooit - gewerkt aan
een databank die inzicht moet geven in de wachttijden door het hele land
voor een bepaalde behandeling of diagnose.


Maar openheid heeft haar grenzen. Al was het alleen omdat de medische
selectiecriteria waaraan Borst zoveel gewicht hecht niet zo makkelijk
zijn te scheiden van psycho-sociale aspecten. Daaronder valt ook een
aspect als het (hebben van) werk. Het was dan ook helemaal niet zo
vreemd dat de bewindsvrouw in mei nog zei zich te willen beraden op
,,een tijdelijke oplossing voor de wachtende patieuml;nt waarbij
mogelijk niet uitsluitend medische criteria een rol spelen''. Dat
verklaarde zij in het volle besef van artikel 1 van de grondwet. De
bedrijvenpoli moet dan ook kunnen.











