


Geweld op Cyprus





TAKSIM (DELING) of Enosis (aansluiting) waren de slogans waaronder
Turken en Grieken elkaar destijds op Cyprus bestreden. Met de Turkse
invasie van 1974 is de deling van het eiland de facto werkelijkheid
geworden en de aansluiting bij Griekenland een onmogelijkheid. Nu gaat
het erom of een zelfstandig Cyprisch lidmaatschap van de Europese Unie
(EU) zich feitelijk noodgedwongen tot het Griekse deel zal moeten
beperken of dat alsnog over Cyprus als geheel met Turkije een vergelijk
kan worden gevonden.


De slepende kwestie-Cyprus staat voor het failliet van twee
internationaal aangehangen axioma's. De eerste was dat de Turken op een
goed moment zouden bijdraaien dankzij de internationale afkeuring die
hun militaire uitstapje van 1974 ten deel was gevallen. De tweede was
dat de fysieke scheiding van beide volksgroepen, een gevolg van de
gebeurtenissen van 1974, definitief een einde had gemaakt aan onderlinge
geweldpleging. De incidenten van afgelopen week waarbij twee
Grieks-Cyprioten het leven lieten in de zogenoemde groene
(scheidings)zone, tonen aan dat garanties hier niet kunnen worden
gegeven. Na alle vergeefse diplomatie in dienst van een levensvatbare
vrede had de Griekse jeugd besloten dat het vraagstuk van het gedeelde
eiland maar weer eens hoog op de internationale agenda moest worden
geplaatst. Zij betaalde een prijs,  maar zij heeft haar doel bereikt.

 




RECENTE Grieks-Cyprische demonstraties voor het ongedaan maken van de
scheiding en de gewelddadige gevolgen daarvan hebben een oplossing voor
de problemen van het eiland intussen niet dichterbij gebracht. De
zomerpauze die onder auspicieuml;n van de NAVO was bereikt in de
Turks-Griekse twist over eilanden in de Egeiuml;sche zee is er ernstig
door verstoord. De Europese Unie kan nu niet langer heen om de zware
implicaties van een Cyprisch lidmaatschap. Het uitgangspunt dat
kandidaatleden hun potentieel gewelddadige problemen moeten hebben
opgelost alvorens er van toetreding sprake kan zijn, dreigt een moeilijk
te nemen obstakel te worden. Maar zou de EU in dit geval vasthouden aan
haar eigen vuistregel dan zou het slachtoffer worden gestraft. Hoezeer
ook reserves kunnen bestaan ten opzichte van de jongste Griekse
provocaties, zij kunnen niet uitwissen dat de tegenwoordige Griekse
positie ten aanzien van de kwestie-Cyprus de steun van de internationale
gemeenschap heeft.

De vraag is hoe de Turken tot andere gedachten kunnen worden gebracht.
Met de aanvaarding van een douane-unie met Turkije eerder dit jaar heeft
de EU een belangrijke troef uit handen gegeven. Op andere gronden was
daar wel wat voor te zeggen - de toegezegde onderhandelingstermijn was
grotelijks overschreden - maar het feit blijft dat er, zolang Turkije
zelf geen kans maakt op het lidmaatschap, voor Europa nauwelijks
middelen overblijven om pressie uit te oefenen. De vrijage die de
fundamentalistische Turkse premier Erbakan met Iran is begonnen, heeft
zijn reputatie met name in Washington geen goed gedaan, maar tegelijk
heeft hij hiermee zijn 'nuisance value' tegenover het Westen vergroot.

 




NA AFLOOP van de Koude Oorlog heeft Cyprus korte tijd gefigureerd op de
lijst van slepende, maar nu voor een snelle oplossing in aanmerking
komende conflicten. Onder meer stonden Cambodja, Angola en Mozambique op
die lijst. Ten aanzien van Cyprus heeft de internationale diplomatie
gefaald. Moe gestreden heeft zij het hoofd in de schoot gelegd in de
hoop dat bij opname in de Europese Unie partijen alsnog met elkaar
zouden kunnen worden verzoend. De kans daarop lijkt nu kleiner dan ooit.











