


Om het midden





HET KIEZEN KAN straks in november de modale Amerikaan nog moeilijk
vallen. Beide presidentskandidaten presenteren zich dit jaar als zijn
speciale vertegenwoordiger, jongens van de gestampte pot die de strijd
om het bestaan van binnenuit kennen en die weten wat het is om aan het
kortste eind te trekken. Bob Dole, deze week door de Republikeinen
genomineerd, mag rivaal Clinton verwijten zich te hebben omringd met
opportunistische yuppies en egocentrische intellectuelen, als het er op
aankomt kan ook de zittende president zich op een volkse afkomst
beroepen. En dan is er nog die derde, Perot, weliswaar miljonair, maar
ook een man met een groot hart voor de werkende mens. Vier jaar geleden
al verstoorde Perot met zijn aanwezigheid wat traditiegetrouw een
oer-Amerikaans tweegevecht behoort te zijn.



Het drama van 1996 dreigt te worden dat achter al die bekommernis om het
gemene volk het snoeimes van de bezuinigingen voor het electoraat
verborgen wordt gehouden. Clinton heeft de onderkant van de samenleving
de wacht aangezegd. Dole kondigde een belastingverlaging aan. Maar het
feit dat de sociale verworvenheden en de materieuml;le zekerheid van de
gevestigde meerderheid in het geding blijven wil een echte sanering van
de uit de hand gelopen sociale uitgaven een kans krijgen, trachten beide
kandidaten zoveel mogelijk weg te moffelen. Gezien de negatieve reactie
op het Contract with America van Newt Gingrich sinds de kiezer in de
gaten kreeg dat niet alleen de niet-stemmende steuntrekker kind van de
rekening was, mag daarvoor ook wel begrip worden opgebracht. Gingrich
liet zich deze week op de Republikeinse conventie van zijn vriendelijke
kant zien, maar hij is inmiddels een van de minst populaire politici in
Washington.


DE CONVENTIE IN San Diego wordt wel als het vierde startsignaal voor de
campagne van Dole gekarakteriseerd. Begin 1995 toen Dole zich kandidaat
stelde voor het Witte Huis schenen de hoogste obstakels de rivalen
binnen de eigen partij te zullen opwerpen. Na het Democratische
verkiezingsdebacle van 1994 werd de eindstrijd tegen de toen zwaar
aangeslagen Clinton als een kleinigheid beschouwd. Het omgekeerde is
gebeurd. Dole is betrekkelijk eenvoudig aan de nominatie gekomen - die
stond al een paar maanden vast - maar zijn nationale campagne wil maar
niet van de grond komen. Niet na het tweede startschot (zijn vertrek uit
de Senaat), en evenmin na het derde (de annoncering van een fiscale
tegemoetkoming).


Of de gisteren afgesloten conventie Dole zal redden, moet worden
afgewacht. Clinton heeft zich hersteld van zijn tegenslagen en handhaaft
tot dusver een ruime marge in de opiniepeilingen. Dole heeft zijn
kanonnen blijkens zijn aanvaardingstoespraak gericht op het karakter van
de president en zijn omgeving. Het is een kant van Clintons verleden die
ook al in 1992 aan de orde is geweest. De amoureuze aspecten van zijn
curriculum vitae alsmede de slimmigheidjes waarmee hij onder 'Vietnam'
uitkwam zijn de afgelopen vier jaar aangevuld met vragen omtrent de
morele zuiverheid van het presidentieuml;le paar in de tijd dat zij als
gouverneur en first lady van Arkansas in Little Rock hun financieuml;le
zekerheid op langere termijn probeerden veilig te stellen. Volgens
Clinton zelf was er slechts sprake van een onbeholpen investering waarop
hij verlies leed, maar Dole meent hier toch nog een doeltreffend wapen
te kunnen trekken.


ZO DIENT ZICH een campagne aan die veel zal eisen van het geduld van het
electoraat. Het karakter van de man en vrouw in het Witte Huis vermag de
kiezer na Watergate, Iran-contra en de astrologische strapatsen van
Nancy Reagan niet meer op te winden. Zaken waarvan de kiezer wakker ligt
zoals de veiligheid van zijn omgeving, de soliditeit van het eigen
inkomen en van de voorzieningen voor later komen daarentegen slechts in
zeer algemene termen ter sprake, in termen bovendien die het onderscheid
tussen de kandidaten verdoezelen. Dole mag dan eindelijk op de steun
kunnen rekenen van Colin Powell, de zwarte chef-staf die niets op had
met homofielen in de strijdkrachten, de president heeft evenzeer zijn
bekomst van zijn flirts met allerlei voor de gewone Amerikaan
buitenissige minderheden.

Hoezeer de campagne naar het midden van het nationale spectrum neigt
bleek tijdens de Republikeinse conventie. Het partijprogramma werd
weliswaar door de 'pro-life'-activisten van christelijk rechts
geschreven, het podium was voor de gematigde aanhang van een kandidaat
die toegaf het programma niet te hebben gelezen. Maar midden of niet, na
1996 zal het door Gingrich begonnen sloopwerk aan de door Roosevelt en
Johnson gebouwde verzorgingsstaat worden voortgezet. De kiezer zal zich
pas naderhand realiseren wat dat voor hem persoonlijk betekent. Van de
kandidaten zal hij het in ieder geval niet te horen krijgen.











