


De Boeing-affaire





EN TOEN WAREN ER nog maar twee grote civiele vliegtuigbouwers in de
wereld. Nu de Europese Commissie in beginsel heeft ingestemd met de
voorgenomen fusie van Boeing en McDonnell Douglas, staat niets de
creatie van een Amerikaanse vliegtuigmoloch meer in de weg. De enige
tegenspeler op de wereldmarkt voor grote passagiersvliegtuigen is
Airbus, het Europese consortium van samenwerkende Britse, Duitse, Franse
en Spaanse vliegtuigfabrikanten.


Even dreigde het lelijk mis te gaan. Op grond van Europese regelgeving
was de Commissie gemachtigd een oordeel uit te spreken over de
voorgenomen fusie tussen de twee Amerikaanse vliegtuigbouwers. Ook al
ging het Boeing vooral om de militaire en ruimtevaart-expertise van
McDonnell Douglas, de Europese Unie zag een monopolist ontstaan die niet
alleen aan de Europese luchtvaartmaatschappijen zijn wil zou opleggen,
maar ook een directe bedreiging voor Airbus zou vormen. Niet voor niets
waren vooral Frankrijk en Duitsland achter de schermen actief om tegen
de fusie te lobbyen. Het was een strijd om het behoud van een van de
weinige succesvolle Europese industriepolitieke projecten.

De harde opstelling van de Europese Commissie heeft op het laatste
moment een concessie van de kant van Boeing opgeleverd. Daarmee werden
een in potentie kwaadaardig handelsconflict eacute;n een ongewenste
politieke crisis tussen de EU  en de Verenigde Staten voorkomen.

Eurocommissaris Van Miert heeft aangetoond dat de Europese Unie niet
bang is om het machtsspel in de wereldhandel mee te spelen en het op te
nemen tegen de enig overgebleven supermacht als er vitale
industrieuml;le belangen op het spel staan. Het Amerikaanse verwijt dat
de Europese Unie zich schuldig maakt aan 'extraterritoriale bemoeienis'
(zoals volgens de  EU  het geval is met de anti-Cubawetgeving van de
Verenigde Staten) snijdt geen hout. Ook al gaat het om twee Amerikaanse
bedrijven, de voorgenomen fusie van McDonnell en Boeing heeft
rechtstreekse gevolgen voor de Europese vliegtuigindustrie. Een
wereldwijd marktaandeel van zeventig procent, een combinatie van
militaire en civiele vliegtuigbouw, een ferme greep op de markt van
onderdelen en technische kennis en, het grootste Europese struikelblok,
een exclusief leveringscontract voor twintig jaar met drie Amerikaanse
luchtvaartmaatschappijen - daartegen moest de Europese Unie wel bezwaar
aantekenen.





,,EEN VITALE SLAG'' is gewonnen, zei Van Miert gisteren opgetogen nadat
Boeing een voornamelijk cosmetische concessie had gedaan door de
exclusieve leveringscontracten te laten vervallen. De Amerikaanse
vliegtuigbouwer verwacht ongetwijfeld dat de betrokken
luchtvaartmaatschappijen toch wel trouwe clieuml;nten zullen blijven.
Boeing weet zich bovendien op de wereldmarkt gesteund door het gewicht
van de Amerikaanse handelsdiplomatie.

In de vliegtuigbouw is verregaande industrieuml;le concentratie
onvermijdelijk. De bedrijfstak vergt reusachtige investeringen, terwijl
het aantal klanten beperkt is, zeker nu de defensie-orders afnemen.
Anderzijds blijven vliegtuigbouwers aangewezen op een groot aantal
gespecialiseerde toeleveranciers. Maar het is een oligopolistische
markt.

De Amerikaanse militaire en civiele vliegtuigindustrie is veel verder
gevorderd met herstructureringen dan die in Europa. Na een serie van
fusies en overnames heeft de Amerikaanse defensie-industrie zich
geconsolideerd in drie ondernemingen. De concentratie in de grote
civiele vliegtuigbouw is voltooid.

In Europa is de sanering van de defensie-industrie nog steeds niet van
de grond gekomen. Airbus worstelt met een verouderd juridisch kader
(Airbus heeft de Franse juridische vorm van een Groupement d'Intert
Economique), met staatsdeelname (van het Franse Aeacute;rospatiale) en
met versnipperde productiefaciliteiten. Onderdelen van Airbus worden her
en der in Europa geproduceerd, om nationale belangen tevreden te
stellen, en in Toulouse geassembleerd. Airbus zelf is nauwelijks meer
dan een administratiekantoor dat de winsten - en vooral de verliezen -
doorberekent naar de deelnemende partners. Pogingen van de
geprivatiseerde Duitse en Britse partners om Airbus om te vormen tot een
zelfstandige commercieuml;le onderneming schieten niet op.





DE EUROPESE UNIE heeft de prestigeslag over de fusie van Boeing en
McDonnell Douglas op puntjes gewonnen, maar daarmee is de zaak niet af.
Het is de allerhoogste tijd dat de Europese landen hun nationale
prestigeprojecten op het gebied van de vliegtuigbouw en
defensie-industrieeuml;n terzijde schuiven. Airbus moet worden
omgevormd tot een levensvatbare onderneming. Want alleen dan kunnen de 
EU- landen aanspraak blijven maken op een zelfscheppende
luchtvaartindustrie die als concurrent van de Amerikaanse gigant
bestaansrecht behoudt.










