


Terrorist en toerist





OOK HET TERRORISME kent een lange en een korte golf. De lange golf van
de tegenwoordige terreur is begonnen als uitloper van de
jongerenopstanden uit de jaren zestig in de Eerste Wereld en is toen al
snel overgeslagen naar allerhande desperado's uit de Derde Wereld. De
'Zwarte september' van 1970 vormde met een aantal vliegtuigkapingen die
in de Jordaanse woestijn eindigden een eerste hoogtepunt. De operatie
kwam voort uit Palestijnse frustraties die weer het gevolg waren van de
verloren oorlog tegen Israel van 1967. De Duitse RAF, de Italiaanse Rode
brigades, de IRA, gijzelingen in Libanon, aanslagen op schepen,
vliegtuigen, vliegvelden, spoorwegstations, ambassades, warenhuizen,
dancings en restaurants, het zijn allemaal verschijnselen geweest
waarmee de burger heeft leren leven. Maar van gewenning is geen sprake.
Iedere terreurdaad leidt opnieuw tot afgrijzen en rouw en tot beloftes
van autoriteiten er een eind aan te maken.


De gevoeligheid van de samenleving voor terreur produceert de zuurstof
waarop  de terrorist leeft, de man en vrouw die, gedreven naar een
zogenaamd hoger doel, de gewone menselijke normen en waarden opzij heeft
gezet. De moderne infrastructuur is uiterst kwetsbaar. Dat verschaft
gelegenheid te over om toe te slaan. Het ene seizoen is geschikter dan
het andere. De Baskische terreurgroep ETA, die zegt te strijden voor de
onafhankelijkheid van Spaans Baskenland, heeft er een gewoonte van
gemaakt de zomerse stranden van vermaak in een hel van dood en verderf
te veranderen. De gevolgen van de aanslagen van het afgelopen weekeinde
mogen naar verhouding meevallen, de intentie van de daders om te
vernietigen was er niet minder om.

HET TERRORISME komt voort uit een mengsel van hypermoralisme, paranoia
en machtswellust. De terrorist voelt zich uitverkoren om het kwaad in de
wereld te bestrijden. Het kwaad is voor hem overal aanwezig en kan
alleen door hem worden uitgeroeid. Ten slotte verschaft hem de daad zelf
een gevoel van macht die in geen verhouding staat tot zijn feitelijke
status in de samenleving. Wel teert hij op begrip en zelfs bewondering
uit zijn omgeving, voorzover deze zijn frustraties en zijn toekomstbeeld
deelt. Bestrijding is moeilijk, niet alleen omdat het terrorisme vanuit
een anonieme cellenstructuur opereert, maar ook omdat het zich, naar
Mao's metafoor, als een vis in het water van de volksaanbidding beweegt.
Vandaar dat autoriteiten nogal eens, en doorgaans tevergeefs, de
oplossing willen zoeken in het scheiden van vis en water.

Zeker de ETA heeft aanvankelijk gepoogd indruk te maken met
moordaanslagen op voor de beweerde onderdrukking van Baskenland
verantwoordelijk geachte autoriteiten. Met de democratisering van Spanje
na de ondergang van het fascistische regime herleefde korte tijd de hoop
dat aan de ETA-terreur een einde kon worden gemaakt. Het heeft niet zo
mogen zijn. Een hardnekkige kern heeft de politiek van aanslagen
voortgezet en, niet onlogisch, zijn doel verlegd. Een democratisch
bestuur rust op orde en welvaart. In Spanje komt die welvaart voor een
belangrijk deel voort uit het internationale toerisme. Niet langer is de
autoriteit het mikpunt van de ETA, nu zijn het de vakantiegangers aan de
Spaanse kusten. Als zij kunnen worden afgeschrikt, maakt dat meer indruk
op de regering in Madrid dan het omleggen van een of andere autoriteit.
Althans, dat moet de tactische overweging van de Baskische terroristen
zijn.

ZOALS DE IRA een bom in Londen meer effect is gaan toedichten dan een
vermoorde protestant in Ulster, zo heeft de ETA, zo hebben de
fundamentalisten in Egypte en Algerije en terreurgroepen in Turkije de
toerist ontdekt als makkelijk doelwit. Maar op zijn beurt laat die
toerist zich meer en meer leiden door een fatalistische vorm van
kansberekening die hem er toe brengt het er maar op te wagen. Is het te
fantastisch om een patstelling te voorspellen tussen toerisme en
terrorisme? Het is zeker iets waarop de betrokken autoriteiten in hun
chronische machteloosheid lijken te hopen.












