


Denkpauze





IS DE BURGER beter gediend met centrale supermarkten voor zijn
justitieuml;le boodschappen of verdienen buurtwinkels juist de
voorkeur? Deze vraag beheerst nu al weer een aantal jaren de discussie
over de reorganisatie van de rechterlijke macht. Klantenonderzoek
ontbreekt. Dat is geen beletsel gebleken voor het plan de 61
kantongerechten in Nederland te doen opgaan in de 19
arrondissementsrechtbanken. Deze zijn in een eerdere fase reeds
uitgebreid met afdelingen bestuursrechtspraak voor geschillen tussen
burger en overheid.


De kantonrechters hebben zich met hand en tand verzet tegen integratie
en ook het parlement blijft twijfelen aan de hanteerbaarheid van het
supermarktmodel. Maar minister Sorgdrager (Justitie) bleef vasthouden
aan opheffing van de kantonrechtspraak. Nu heeft zij dan toch een
denkpauze ingelast. Voorlopig wordt volstaan met een betere samenwerking
tussen rechtbank en kantongerechtorganisatie terwijl een adviescommissie
zich buigt over een aantal knelpunten in het beheer van de rechtspraak.
Belangrijk is vooral het politieke signaal dat Sorgdrager afgeeft. Een
justitieuml;le supermarkt, hoe komt men erbij? Het is zeker niet haar
wens de beslechting van geschillen te concentreren in grote gebouwen, in
omvangrijke gerechten of in een sterk geuuml;niformeerde wijze van
afdoening. Integendeel, zegt de minister, er wordt juist aan gewerkt het
recht dichter bij de burger te brengen.



DIT LAATSTE is een verwijzing naar haar initiatief om officieren van
justitie kantoor te laten houden in probleemwijken. Dat kan bijvoorbeeld
het bereiken van slachtoffers van criminaliteit ten goede komen. Maar er
zijn toch ook met reden vraagtekens gezet bij de wenselijkheid schaarse
magistraten in te zetten als een veredelde wijkagent. Sorgdrager wil nu
dit project een nieuwe en positievere dimensie geven door politie- en
kinderrechters uit te nodigen op locatie te functioneren.
Buurtrechtbanken, daar kan een officier van justitie weacute;l wat mee.
Het zou natuurlijk dwaas zijn om vervolgens een goedfunctionerende,
laagdrempelige voorziening als de kantongerechten op te heffen.

Aan de andere kant blijkt dat sommige gespecialiseerde vormen van
eerstelijnsrechtspraak niet zijn gebaat bij een fijnmazige verkaveling.
De behandeling van vreemdelingenzaken is al gebundeld bij een paar
rechtbanken. Volgens Sorgdrager ligt concentratie van de zogeheten
'megazaken' op het gebied van de georganiseerde criminaliteit voor de
hand. Het probleem is dat een herverkaveling om praktische redenen geen
bijzondere rechtspleging moet worden met afwijkende spelregels. In elk
geval neemt de minister van Justitie nu de inhoudelijke problemen van de
rechtspraak tot uitgangspunt en niet de reorganisatie als doel op
zichzelf.





HET IS OPPASSEN dat de herziening van de rechterlijke organisatie niet
een molen wordt die automatisch doormaalt, zo erkende Sorgdrager tussen
de regels door ook wel in een recente notitie over de wetgeving bij
grote overheidsprojecten. De laatste jaren is telkens gebleken dat er in
de praktijk voorschotjes worden genomen op de benodigde wetgeving, zodat
de zaak vrijwel niet meer valt terug te draaien als het parlement de
eindbeslissing neemt. Wat moet de medewetgever dan nog? Zo is het gegaan
bij de landelijke elektronische bevolkingsboekhouding (Gemeentelijke
Basis Administratie, GBA) en zo ging het met de nieuwe politiewet. Met
een beroep op de geboden doortastendheid werd ten slotte een
politiebestel met een democratisch gat geaccepteerd waarvan
Rotterdam-Rijnmond in de affaire-Peper/Brinkman nu de rekening krijgt
gepresenteerd. Dit is een goede waarschuwing om bij de voortgaande
herziening van de rechterlijke organisatie de politiek van de voldongen
feiten te vermijden.










