Uniek Internet
WAT IS HET KARAKTER van Internet - het netwerk der netwerken met zijn
bulletin boards, praatgroepen en World Wide Web? Deze
vraag staat centraal in een uitspraak van het federale Hooggerechtshof
van de Verenigde Staten over de zogeheten Communications Decency Act.
Het Hooggerechtshof deed vorige week zijn uitspraak, waarnaar
wereldwijd werd uitgezien. Voor zijn adepten is Internet synoniem met
een nieuwe elektronische ruimte, ook bekend als cyberspace, die
zich volledig onttrekt aan de gebruikelijke beperkingen van
overheidscontrole, censuur en regulering. Elektronisch gezien is daar
veel voor te zeggen, maar dat betekent niet dat elementaire aardse
normen opeens hun betekenis verliezen. Het vraagstuk spitst zich in de
praktijk toe op de positie van de bemiddelaars die de verbinding
verzorgen tussen Internet en zijn miljoenen gebruikers. Eenmaal 'binnen'
kunnen de gebruikers zich op allerlei manier verstoppen in het
elektronische doolhof. Ze kunnen doorgaans niet heen om de provider,
de aanbieder die hun toegang tot het net verschaft. Die
providers vormen een gereed aanknopingspunt voor
(overheids)controle op het berichtenverkeer, al protesteren zij zelf dat
dit alleen al wegens zijn omvang eigenlijk niet valt bij te houden.
Geconfronteerd met dit vraagstuk zijn juristen koortsachtig op zoek
gegegaan naar vertrouwde precedenten. Voor de een is de provider
niet meer dan de PTT, die slechts de verbinding verzorgt zonder
vragen te stellen. Anderen zien er daarentegen meer een omroep in, die
wel degelijk aanspreekbaar is voor de meningsuitingen die onder zijn
hoede de wereld ingaan. Of moeten we eerder denken aan de kioskhouder,
van wie niet kan worden verwacht dat hij de inhoud van zijn koopwaar
gedetailleerd napluist?
DE UITKOMST van deze juridische discussie is van doorslaggevend belang
voor de vrijheid van Internet. Het antwoord van het Amerikaanse
Hooggerechtshof komt er op neer dat Internet zich onttrekt aan de
vertrouwde analogieeuml;n. Het is werkelijk een nieuw medium: ,,a
law unto itself'', zoals het Hof het al eens eerder had uitgedrukt.
Bij de beoordeling van Internet dient rekening te worden gehouden met de
omstandigheid dat het een hogere gebruiksintensiteit heeft ontwikkeld
dan enig ander massamedium tot nu toe. Iedereen die beschikt over een
computer, een modem en een telefoonlijn, kan surfen op Internet.
Vorig jaar nam het Amerikaanse Congres de Communication Decency Act
aan in reactie op klachten van ouders over het gemak waarmee
kinderen op Internet onder meer pornografie kunnen oproepen. Deze wet
verbood in brede termen minderjarigen toegang te verschaffen tot
,,onbetamelijk'' materiaal. In zijn uitspraak vond het Hooggerechtshof
deze omschrijving veel te vaag. Het verbod heet slechts kinderen te
beschermen, maar valt niet te realiseren zonder ook de toegang van
volwassenen te blokkeren tot materiaal dat serieuze opvoedende of
artistieke waarde kan hebben. Zelfs de catalogus van de Library of
Congress loopt gevaar. Het komt er op neer ,,dat men een huis in
brand steekt om een varken te roosteren'', zei een van de raadsheren.
Brede controle verdraagt zich niet met het ,,unieke'' karakter van het
Internet.
Dit betekent niet dat de elektronische snelweg is gevrijwaard van iedere
regulering. Het Hof wijst met nadruk op minder ingrijpende
alternatieven, met name software die ouders helpt bepaalde
gebieden van Internet voor hun kinderen af te schermen. Bovendien blijft
iedere deelnemer aan Internet aansprakelijk voor het strafrecht indien
hij kan worden betrapt. De eerste
cybercops zijn al in actie gekomen om onverlaten op te sporen.
IN EUROPA wordt vooral belang gehecht aan zelfregulering door de
toegangverschaffers. Zo heeft de branche van de providers in
Nederland al zelf een meldpunt kinderporno ingericht. Daardoor schuift
men het lastige vraagstuk van de Internet-aansprakelijkheid overigens
alleen maar op. Volgens de Grondwet wordt de vrijheid van meningsuiting
slechts beperkt door ,,een ieders verantwoordelijkheid voor de wet''.
Het is niet zonder bedenkingen deze wettelijke verantwoordelijkheid in
feite uit te besteden aan particuliere dienstenaanbieders.
Lees ook In 
stilte groeien de wetten (NRC Handelsblad, 1 juli 1997)
