


Zonsondergang





DE LAATSTE RESTEN   van het Britse wereldrijk, de zogeheten
,,afhankelijke gebieden'', omvatten volgens een befaamd geworden
omschrijving in een officieuml;le gids ,,ruim zes miljoen inwoners van
wie er zes miljoen in Hongkong wonen''. Wanneer de kroonkolonie om
middernacht overgaat naar de Volksrepubliek China valt de status van
belangrijkste Brits overzees gebiedsdeel toe aan de Bermuda's (68.000
zielen). Het is echter niet de nostalgie van het Britse empire die de
aandacht opeist bij de overdracht van Hongkong, maar de omstandigheid
dat, tegen de trend van de jongste geschiedenis in, een relatief vrije
en zeer welvarende samenleving vrijwillig onder communistische
heerschappij wordt gebracht.


Het is een overdracht zonder geweld en onder erkenning van het
bijzondere karakter van de bruisende metropool die is ontstaan op ,,een
kaal eiland met nauwelijks een huis erop'', zoals de typering van lord
Palmerston uit 1841 luidde en waaraan ter gelegenheid van het strijken
van de Union Jack graag wordt gerefereerd. Daar werd iets groots
verricht. Volgens de jongste opiniepeilingen was drieeuml;nzeventig
procent van de respondenten tevreden met het Britse bewind. ,,Niet
slecht voor een koloniale zonsondergang'', zoals de vertrekkende
gouverneur Chris Patten noteert.

Het afscheid is er niet minder onvermijdelijk om. De ,,ongelijke
verdragen'' waarbij China de zogeheten Nieuwe Gebieden in 1898 voor 99
jaar overdroeg aan Groot-Brittannieuml;, hebben altijd als een
schandvlek gegolden in Peking, wie daar ook in de afgelopen turbulente
eeuw heeft geregeerd. Een werkelijk alternatief voor teruggave had
Groot-Brittannieuml; dan ook niet. Het kon hoogstens recht doen gelden
op het gecedeerde eilandje van klein-Hongkong, maar dat is
onverdedigbaar en bovendien volstrekt afhankelijk van de gehuurde
gebieden waarvoor de pacht vanzelf afliep.

ONAFHANKELIJKHEID   voor de stadstaat had natuurlijk meer recht gedaan
aan de gegroeide situatie. Alleen al op elementaire gronden van
soevereiniteit was dit onbespreekbaar voor China. Zo bezien heeft de
toenmalige premier Thatcher bij de teruggave-overeenkomst van 1984 nog
een mooie formule in de wacht gesleept: ,,eacute;&eacute;n land, twee
systemen''. Peking garandeert voor vijftig jaar het eigen karakter van
Hongkong. De geloofwaardigheid van deze belofte is echter onder druk
komen te staan door het neerslaan van het studentenprotest op het Plein
van de Hemelse Vrede in 1989. Deze episode heeft de autoritaire reflexen
in China versterkt en tegelijk een proces van bewustwording in Hongkong
losgemaakt. Dit werd opgepakt door gouverneur Patten, die de electorale
basis van het bestuur in de kroonkolonie op de valreep verruimde.

De krampachtige reactie van Peking - dat morgen meteen zijn eigen
niet-gekozen schaduwraad voor Hongkong installeert - draagt niet bij tot
het vertrouwen in de kracht van de gemaakte afspraken. Zeker nu de
nieuwe Chinese gouverneur akkoord is gegaan met wetgeving tegen
,,subversieve'' acties die bange herinneringen oproept aan het nu net
afgesloten koloniale verleden.

Of is het toch vooral de schuld van Patten, die de aftocht van het
koloniale bewind nog even wilde voorzien van enkele goedkope
glimlichtjes? Uit deze stelling - met enige graagte verdedigd door
voormalige mandarijnen van mevrouw Thatcher - spreekt toch een
onderschatting van het belang van democratische vrijheden voor de
economische ontwikkeling. Patten reageerde voor een groot deel slechts
op de wensen van een in toenemende mate beter-opgeleide, welvarende en bereisde 
bevolking. Hij heeft deze
gemeenschap in elk geval een paar ijkpunten meegegeven.

SOMMIGEN   vergelijken de overdracht van Hongkong zelfs met het Paard
van Troje: eenmaal binnen de Chinese grenzen zal vanuit dit
kapitalistische bolwerk de boodschap van de vrijheid zich tot het
centrum van de macht verspreiden. Dat is natuurlijk precies waarvoor
Peking zo op zijn hoede is. Voorlopig is er geen enkele reden voor
grootspraak.










