


Succes van een fiasco





ZELDEN HEEFT HET gemeentebestuur in Amsterdam zo weinig allure
uitgestraald als nu. Het hoofdstedelijke college van wethouders lijkt
niet meer te bestaan uit brutale politici maar slechts uit
gepolitiseerde ambtenaren en een enkele politieke hobbyist. Wie het
stadhuis betreedt, krijgt heimwee naar een ouderwetse krachtpatser als
Jan Schaefer die, conform zijn adagium 'politiek, jongen, dat is
voldongen feiten scheppen', de betonmolens liet draaien voordat de rest
van de stad het doorhad.


Ook een man als Han Lammers roept tegenwoordig nostalgische gevoelens
op. Ongeveer een kwart eeuw geleden was hij de wethouder die het eerste
metrolijntje in Amsterdam doordrukte. Het verzet daartegen was groot,
met name in het oostelijke deel van de binnenstad dat sinds de oorlog
aan zijn lot was overgelaten en alleen nog goed leek als buurt voor
brede asfaltwegen. De politieke strijd om de zogeheten Oostlijn speelde
zich op alle niveaus af. Er werd gediscussieerd alsof ieders leven ervan
afhing. Uiteindelijk moest de ME er zelfs aan te pas komen. De
tegenstanders van de metro verloren. Althans ogenschijnlijk. Zonder de
inzet van de doordouwers in het antimetrofront zou er boven de buis nu
een snelweg hebben gelegen en niet een van de fraaiste wijken van de
stad. Maar als Lammers op zijn beurt niet zou hebben doorgeduwd, zou een
wijk als de Bijlmermeer nu een soort stedelijke Sahel zijn geweest.

Die ervaring zou de volgende bestuurlijke generaties tot inzicht hebben
moeten brengen. Maar nee, het voornemen van het huidige stadsbestuur om
een tweede metrolijn aan te leggen, werd 25 jaar na dato aan nagenoeg
dezelfde discussie onderworpen. Zij het dat de politie deze keer niet de
straat op hoefde maar de burger: voor een referendum.

Daar nu had die burger geen zin in. De opkomst gisteren sprak dan ook
boekdelen. Niet meer dan 22 procent van de kiezers nam de moeite om zich
uit te spreken over de aanleg van tien kilometer metro. Amper
tachtigduizend mensen stemden tegen. Dat hadden er twee keer zoveel
moeten zijn om het project te blokkeren.

DE UITSLAG is bemoedigend. Ten eerste omdat Amsterdam, dat, ondanks het
sneven van de stadsprovincie een paar jaar geleden, veel groter is dan
zijn gemeentegrenzen suggereren en daarom alles op alles moet zetten om
een breed eacute;n fijnmazig openbaar vervoer te ontwikkelen. Om
eacute;&eacute;n voorbeeld te noemen. Zonder Schiphol, de grootste
particuliere stad van Nederland, zou Amsterdam helemaal een groot
pretpark voor funshoppers en bachelorsparty's zijn. Een metro kan voor
de regio, waar de bedrijvigheid veel groter is dan in de stad, dan ook
een serieuze aanvulling zijn op trein, tram, bus en fiets.

Ten tweede omdat het fiasco van het referendum het politieke bestuur kan
dwingen om een voorbeeld te nemen aan Lammers en Schaefer, dat wil
zeggen zelf weer de verantwoordelijkheid te dragen voor het beleid en
deze niet af te wentelen op het tussentijdse oordeel van de burger. Want
er liggen, ook nu de nieuwe metrolijn in Amsterdam kan worden aangelegd,
nog veel problemen voor het oprapen. De wijze waarop het Gemeentelijk
Vervoerbedrijf de laatste jaren functioneert is alleen al een
testimonium paupertatis van de betrokken wethouders.

Zelfs het laten functioneren van zoiets simpels als een
tourniquettesysteem in de duistere metrostations is in de hoofdstad
kennelijk al te veel gevraagd. In feite hebben de burgers van Amsterdam
gisteren, door te zwijgen, duidelijk gesproken. En wel aldus: college
van b en w, zorg voor goed openbaar vervoer, over een jaar zullen we bij
de reguliere raadsverkiezingen ons oordeel wel vellen.










