


Jeltsin en Lebed





Boris Jeltsin had nog geen etmaal nodig. Terwijl de commentatoren op de
televisie nog aan het analyseren waren hoe Jeltsin in de tweede ronde
van de presidentsverkiezingen over twee weken zowel de kiezers van de
Westers georieuml;nteerde hervormer Grigori Javlinski (amper acht
procent) als het electoraat van de 'vuist' generaal Aleksandr Lebed
(vijftien procent) zou kunnen paaien, benoemde Jeltsin de generaal in
een functie die in potentie de tweede plaats in de staatshieuml;rarchie
kan gaan innemen. Het tempo van deze coup suggereert dat de 'deal' met
Lebed al voor de verkiezingen in de week is gelegd, hetgeen keurig past
in de Russische traditie die meer waarde hecht aan de politieke intriges
in het Kremlin dan aan de verkiezingen daarbuiten.


Met deze slag heeft Jeltsin, politiek gesproken, een vette vis
binnengehaald. Hij heeft het Russische electoraat duidelijk gemaakt dat
hij, na bijna vijf jaar experimenteren, nu toch weer de weg naar
centraal gezag wil inslaan zonder dat dit hoeft te leiden tot een
terugkeer naar het bureaucratisch-communisme dat zijn tegenstrever
Gennadi Zjoeganov representeert. Aan de democraten van iemand als
Javlinksi wil hij kennelijk geen boodschap meer hebben. Hij heeft zich
bovendien verzekerd van de steun van een militair die in het leger
populair is omdat hij tegenslagen niet pleegt weg te praten maar gewend
is ze weg te blazen.

Als secretaris van de nationale Veiligheidsraad en speciaal adviseur van
de president mag Lebed de komende tijd bewijzen of hij dat in een
politieke omgeving ook kan. Als hij daartoe inderdaad in staat zal
blijken te zijn, zal dat zeker consequenties hebben. Ten eerste voor het
democratische proces in Rusland. Wie korte metten wil maken met
corruptie en chaos komt er niet mee om alleen maar de binnenlandse
strijdkrachten de straat op te sturen teneinde de metrostations en de
wisselkantoren te bewaken. Die moet door alle lagen van het bestuurlijke
apparaat heen, vaak ook met voorbijgaan aan de wet.

Ten tweede zal het gevolgen hebben voor de staatkundige trend in
Rusland. De anarchie in het land laat zich namelijk niet meer alleen
vanuit het Kremlin bestrijden. Onder auspicieuml;n van president
Jeltsin is er de afgelopen jaren een cruciaal decentralisatieproces op
gang gekomen. De 88 regio's, de zogenoemde 'subjecten van de federatie',
zijn steeds onafhankelijker geworden van het centrum. Jeltsin had
daarvoor weliswaar vooral politieke redenen - hij kon niet meer
waarmaken dat telegrammen of decreten uit Moskou nog soelaas boden en
had bovendien de steun nodig van de lokale bestuurlijke elites - maar de
realiteit in de regio is inmiddels veel minder banaal. Sterker, de
meeste gouverneurs hebben hun eigen koninkrijkjes opgebouwd. De
keerzijde daarvan is dat Lebed harde maatregelen moet nemen, eerst in
het nationale leger en de binnenlandse strijdkrachten en vervolgens via
deze gewapende macht in de civiele wereld van Rusland.

De benoeming van Lebed is dan ook in alle opzichten een muis met een
lange staart. Vooralsnog valt te hopen dat de tweede ronde van de
presidentsverkiezingen over twee weken in dezelfde democratische sfeer
zal verlopen als de eerste ronde afgelopen zondag.









