


De koper-affaire





Een speculatieschandaal heeft voor de derde keer in ruim een jaar tijd
de internationale markten verbluft. Na Nick Leeson (Barings Bank,
verlies 1,3 miljard dollar) en Toshihide Iguchi (Daiwa Bank, 1,1 miljard
dollar) is het nu raak met Yasuo Hamanaka (Sumitomo Corp., 1,8 miljard
dollar). Ging het bij Barings om optie-contracten in Singapore en bij
Daiwa om obligaties in New York, het Sumitomo-verlies werd veroorzaakt
door de termijnhandel in koper op de Londense Metaalbeurs.

Markten -
zowel de financieuml;le markten van opties en obligaties als de
grondstoffenmarkten - worden gekenmerkt door prijsschommelingen en er
zijn steeds verfijnder manieren om van die prijsverschillen gebruik te
maken. Maar als een handelaar de risicoprofielen niet in de gaten houdt
en langdurig verkeerde posities inneemt, dan lopen verliezen in de
geiuml;ntegreerde, elektronische markten onherstelbaar uit de hand. Bij
de drie speculatieschandalen doen zich gemeenschappelijke kenmerken
voor. De scheiding tussen de handel en de administratieve afwikkeling
ontbrak, de controle van de verantwoordelijken bij de drie banken op hun
handelaar schoot tekort, het toezicht van de officieuml;le instanties
op de betreffende markten liet te wensen over. Dat kort achter elkaar
bij twee Japanse banken schandalen aan het licht zijn gekomen, geeft
veel te denken over het toezicht in Japan. In het geval van Barings werd
de Bank of England verrast, bij de koperspeculatie van Sumitomo op de
London Metal Exchange (LME). Dit laatste is des te opmerkelijker omdat
de LME in het verleden al een aantal keren op mogelijke
onregelmatigheden was gewezen. Pas op aandrang van de Amerikaanse
toezichthouders op de grondstoffenmarkten, de Commodity Futures Trading
Commission, kwam de fraude van Sumitomo deze maand aan het licht. De
sumitomo-handelaar Hamanaka had de bijnaam 'mr. five percent' omdat hij
in zijn eentje jarenlang vijf procent van de kopermarkt beheerste. Zowel
bij Daiwa als bij Sumitomo is de fraude vermoedelijk vergemakkelijkt
door de Japanse bedrijfscultuur, waarin vertrouwen in een gewaardeerde
medewerker een grotere rol speelt dan een deugdelijk controlesysteem.
Misbruik van vertrouwen (en de hebzucht van superieuren die hoge
eindejaarsbonussen verwachtten) vormde overigens eveneens de opmaat naar
de val van Barings.


In Japan was in de jaren van de speculatieve luchtbel-economie een
mentaliteit ontstaan waarin geld nauwelijks meer betekenis had. De
absurditeit van de moderne handel is dat geld geen enkele fysieke
betekenis meer heeft. Futures, opties, obligaties, grondstoffen, koper
worden verhandeld als elektronische bliepjes op een beeldscherm. Mr.
Hamanaka stuurde de koperhandel in Londen en New York bijvoorbeeld
vanuit zijn kantoor in Tokio. Maar aan het einde van de dag komt nog
altijd de afrekening.

Speculatieve schandalen zijn van alle tijden. De risico's worden groter
naarmate de wereldwijde integratie van markten verder voortgaat en de
computerprogramma's ingewikkelder worden. Financieuml;le transacties
zijn omvangrijker, zitten gecompliceerder in elkaar en zijn moeilijker
te controleren. Leeson, Iguchi en Hamanaka zijn individuele excessen,
maar er doen zich op de financieuml;le of grondstoffenmarkten geregeld
pijnlijke verliezen voor die, omdat ze kleiner zijn, intern opgevangen
kunnen worden. De enige manier om grote verliezen zoveel mogelijk te
voorkomen bestaat uit een sluitend controlesysteem en rigoreuze
afbakening van de risico's die handelaren mogen nemen. Daarnaast moeten
de toezichthouders ingrijpen zodra zich onregelmatigheden voordoen en in
laatste instantie dienen de centrale banken paniek te voorkomen door het
ordelijke verloop van de markten te garanderen.

Gekte, paniek en crashes zullen niet verdwijnen. Ze vormen een onderdeel
van de werking van markten en het uiteindelijke instrument voor
marktdiscipline. Maar argeloze rekeninghouders mogen niet de dupe
worden. Daarvoor zorg te dragen is de onmisbare taak van de
toezichthouders.









