Midden in het midden
HET CDA IS ER weer, sterker nog, het CDA gaat er weer voor. Met dit  
imitatiejargon van deze tijd heeft de partij het afgelopen weekeinde de  
discussie afgerond over het rapport "Nieuwe wegen, vaste waarden'. Een 
rapport  
dat was bedoeld als principieuml;le bezinning op wat het CDA de komende 
vijftien  jaar wil. Een wat platvloerser en minder hardop uitgesproken 
overweging was  dat de christen-democraten na hun verkiezingsechec van 
twee jaar
geleden en de  daaropvolgende verscheurende discussie over de schuldvraag 
behoefte hadden aan  afleiding. Een debat over de koers op lange termijn 
is in 
de politiek dan een  beproefde methode.
 Nu het rapport is vastgesteld, kan worden geconstateerd dat de inhoud 
niet 
het  eerste probleem is binnen het CDA. Met een veelzeggende "Albanese 
meerderheid'  _ niemand stemde tegen _ aanvaardde het CDA het rapport dat 
werd 
opgesteld  onder leiding van oud-Europees Commissaris Andriessen. De 
plaats van 
de partij  in het politieke krachtenveld, midden in het grote midden, is 
hiermee
herbevestigd. 
 
Kenmerkend was de discussie over het minimumloon, het enige onderwerp 
waarover  
het CDA echt verdeeld was. Het aanvankelijke voorstel om dit af te 
schaffen is  
in de definitieve tekst niet terug te vinden. De partij vond zich op het  
compromis dat werkgevers en werknemers de mogelijkheid moeten krijgen  
afspraken
te maken over banen die betaald worden onder het minimumloon. Het  
wettelijk 
minimumloon als zodanig blijft bestaan. Kortom, een vorm van  
gedoogbeleid 
waarmee het CDA als regeringspartij vroeger wel raad wist maar  waarmee 
het 
tegenwoordig bij veel onderwerpen zoveel moeite heeft. 
 
WANT ALS ER al sprake is van veranderd denken bij het CDA dan moet dit 
vooral  
in het klimaat van waarden en normen worden gezocht. Op dit terrein kiest 
het  
CDA met Nieuwe wegen voor een uitgesproken en tevens strenge overheid. 
In  
zekere zin ontwikkelt zich hierdoor de oude scheidslijn van begin deze 
eeuw  
tussen de normatieve christen-democraten aan de ene kant en de 
"libertairen'  
aan de andere kant. Dat wil zeggen: op papier. Een consequent doortrekken 
van  
deze gedachtengang in het dagelijks politiek handelen zou voor het CDA 
pas  
werkelijk een breuk met het verleden betekenen. De kracht van de partij 
is  
immers de inhoudelijke souplesse geweest, waardoor men zich altijd van 
een  
maatschappelijke centrumpositie en daaraan gekoppeld een plaats in het 
bestuur  
verzekerd wist. Bovendien is het de vraag of het CDA werkelijk eensgezind 
is  
als het gaat om het in praktische voorstellen vertalen van het 
,,waardenvolle  
overheidsbeleid''. De brede volkspartij die het CDA wil zijn, kan zich 
nu  
eenmaal in tegenstelling tot de kleine christelijke partijen niet al te 
veel  
strengheid in de leer veroorloven. 
 
DE BESCHOUWENDE fase is nu voor het CDA achter de rug. Met de 
verkiezingen die  
geleidelijk in zicht komen, breekt voor de partij een belangrijke periode 
aan.  
Duidelijk zal moeten worden of de klap die de kiezer in 1994 uitdeelde,  
eenmalig is geweest of niet. Vergeleken met de gouden jaren van Lubbers  
blijven
de peilingen voor het CDA pijnlijk uitvallen. 
 
Ook het CDA dient rekening te houden met een slinkend vast electoraat en 
een  
steeds groter vlottend bestand. Het betekent dat de persoon van de  
partijleider
een zeer belangrijke rol speelt. Uitgerekend op dit punt verkeert  het 
CDA, in 
tegenstelling tot de PvdA en de VVD, met een aanzienlijk probleem.  
Heerma is 
weliswaar fractievoorzitter, maar of hij over twee jaar ook  lijsttrekker 
zal 
zijn, is allerminst zeker. De persoon van de lijsttrekker  blijft de 
partij 
zodoende _ het bleek afgelopen zaterdag openlijk _  bezighouden en 
daarmee ook 
de buitenwacht. Onduidelijkheid over de leiding  gaat ten koste van de 
kracht 
van een partij. Hoe langer die onduidelijkheid  blijft bestaan, hoe 
manifester 
het probleem wordt. Het CDA "gaacute;&aacute;t ervoor'.  Maar met wie?
Alleen dit hoofdredactionele commentaar verwoordt de mening van de 
krant
