


Nog een jaar





NOG EEN JAAR en Nederland kan weer naar de stembus. De exacte
verkiezingsdatum staat weliswaar nog in de Tweede Kamer ter discussie,
maar een spectaculaire verschuiving is niet te verwachten. De
standpunten bewegen zich zeer overzichtelijk tussen een week achteruit
en twee weken vooruit. Dat de Kamer zo in de weer is met de datum is
overigens tekenend voor de huidige politieke situatie. Blijkbaar houdt
niemand nog serieus rekening met een voortijdig einde van het 'paarse'
kabinet en leggen alle partijen zich er bij neer dat de coalitie van
PvdA, VVD en D66 ongeschonden de eindstreep haalt. Dit in tegenstelling
tot de atmosfeer tijdens de vorige kabinetsperiode, toen de crisis bij
wijze van spreken elke week om de hoek lag.


Het is niet meer permanent plezier tussen de ministers van het
kabinet-Kok - nu men op elkaar is ingespeeld vallen ook ieders
hebbelijkheden op - maar van vermoeidheidsverschijnselen is nog geen
sprake. De niet eens zo heel lang geleden voor onmogelijk gehouden
coalitie weet zich - flink geholpen door de economische wind in de rug -
 nog steeds goed te handhaven. Dat geldt zowel voor het interne
politieke verkeer als de uitstraling naar buiten. De contacten met de
maatschappelijke actoren verlopen onverminderd soepel. Het poldermodel
was het buitenland al opgevallen. Paars is het volgende exportprodukt,
als tenminste op The Economist mag worden afgegaan. Onlangs
stelde dit weekblad de politieke samenwerking in het kabinet-Kok tussen
sociaal-democraten en liberalen ten voorbeeld.

TOCH HEEFT AL dat succes een keerzijde voor de partijen die zich over
een jaar aan de kiezer presenteren. De heersende politieke windstilte
maakt het gevoel van urgentie van de komende verkiezingen - anders dan
dat ze wettelijk zijn voorgeschreven - niet bijster groot. Om dat gevoel
toch op te wekken dreigen de belanghebbende politici zich over te geven
aan de nodige schijngevechten. Zo onstaat er de paradoxale situatie dat
in een tijd die wordt gekenmerkt door een brede consensus, louter ten
behoeve van het broodnodige profiel diverse kunstmatige tegenstellingen
worden geschapen. Aangezien het regeerprogramma van het huidige kabinet
nagenoeg is afgewerkt hebben partijen bovendien alle tijd om zich
daaraan over te geven. Maar bij de kiezer heeft dit een averechts
effect. Deze wordt slechts overvallen door geeuwen. Leerzaam kunnen wat
dit betreft de recente ervaringen in Groot-Brittannieuml; zijn.
Naarmate de campagne voortschreed en de toon hoger werd, haakten er meer
kiezers af. De Britse televisie-journaals werden zelden zo slecht
bekeken als tijdens de laatste weken van de verkiezingscampagne.
Eenzelfde tendens doet zich momenteel in Frankrijk voor. Al deze
signalen wijzen erop dat de campagne beter maar zo kort mogelijk kan
worden gehouden. Maar een dergelijke vaststelling verhoudt zich moeilijk
tot het overlevingsinstinct van de politicus.

HOEWEL ER NOG twaalf maanden zijn te gaan, lijken de contouren van de
komende verkiezingsstrijd al geruime tijd vast te liggen. Zonder dat
daarvoor staatsrechtelijke hervormingen zijn ingevoerd, tekent zich een
tweestrijd om het premierschap af. Het wordt Kok versus Bolkestein.
Waarbij het woord versus met de nodige argwaan moet worden bekeken, want
beiden maken immers deel uit van de redelijk harmonische coalitie.
Verder is er nog de wetenschap dat het na de strijd Kok oacute;f
Bolkestein in een volgende coalitie waarschijnlijk weer Kok eacute;n
Bolkestein wordt.

Als de verkiezingen inderdaad uitmonden in een duel Kok-Bolkestein
kunnen de slachtoffers ook alvast worden genoteerd: het CDA en D66. De
peilingen bevestigen dit. Terwijl PvdA en VVD in hun nek-aan-nekrace
gestaag zetels winnen, zakt zowel het CDA als D66 weg. De grote handicap
van het CDA is dat oppositievoeren tegen het kabinetsbeleid voor deze
partij een welhaast onmogelijke opgave is. De onophoudelijke roep om een
aansprekende leider die de partij bijna direct na het aantreden van het
paarse kabinet heeft achtervolgd, is hiervan een uiting. Een goede
acteur moest klaarblijkelijk het gebrek aan tekst compenseren. D66
betaalt in feite de prijs van het slagen van paars. Zonder de Democraten
zouden PvdA en VVD niet bij elkaar zijn gebracht, maar nu het huwelijk
standhoudt, is de koppelaarster overbodig geworden. Met een strijd
tussen Kok en Bolkestein om wie de grootste wordt krijgt de kiezer
eindelijk de altijd door D66 gevraagde sleutel voor de macht in handen.
Maar de kiezer weet tegelijk dat wanneer dit de afweging is, een stem op
D66 er in feite niet toe doet.

ALLES WIJST   op een voorspelbare en saaie campagne die dreigt te worden
gedomineerd door 'pratende hoofden' in plaats van door standpunten. Maar
met nog een jaar tot aan de verkiezingen hebben de partijen volop de
gelegenheid om dit weinig opwekkende verwachtingspatroon bij te stellen.
Het dient te gaan om programma's waarin heldere keuzes zijn gemaakt. De
maatvoering is voor een fase later. Nu de ideologie op de achtergrond is
geraakt hoeft deze niet te worden vervangen door imagologie. Wie de
kiezer serieus wenst te nemen, voert ook een serieuze campagne.










