Kabila's Congo
MET DE KRIJGERS  van Kabila is dit weekeinde een groot vraagteken
Kinshasa binnengemarcheerd. Niet zozeer de ideologische bagage die de
nieuwe leider meebrengt is interessant. Het gaat er vooral om of Kabila
de mankracht heeft en weet te mobiliseren om dit reusachtige, sterk
verwaarloosde land weer op de been te helpen. Onder de gegeven
omstandigheden behoeft uitstel van verkiezingen niet op een
ondemocratische instelling van het nieuwe bewind te duiden. De eis dat
eerst de wederopbouw ter hand wordt genomen klinkt realistisch, evenals
de gedachte dat aan de mentaliteit van de Congolezen het nodige
herstelwerk moet worden verricht. Tientallen jaren mobutisme hebben alle
beloftes van de destijds jonge onafhankelijkheid tenietgedaan en alle
hoop steeds weer kapotgemaakt. Een paar generaties zijn opgegroeid in
een hieuml;rarchisch alles en allen omvattend systeem van roof en
uitbuiting.
De afgematte rebellensoldaten die van zaterdag af Kinshasa van het
verslagen regeringsleger overnamen, zijn vreemdelingen in de hoofdstad.
Afkomstig uit een verre plattelandsstreek met een eigen taal en een aan
de stad vijandige cultuur roepen zij herinneringen op aan de jeugdige
revolutionairen van de Rode Khmer na de verovering van Cambodja's
hoofdstad Phnom Penh. Maar daar houdt de vergelijking op. De mannen van
Kabila zijn als bevrijders binnengehaald en zij hebben kennelijk de
opdracht meegekregen om zich ook als zodanig te gedragen. Voor zover
bekend is de overdracht, op uitzonderingen na, geweldloos verlopen.
EEN VAN DE  eerste formele daden van het nieuwe bewind betrof de
naamsverandering van het land. Zaiuml;re, bedacht door Mobutu, heet van
nu af aan de Democratische Republiek Congo. Een naam waarmee de prille
geschiedenis van het land wordt geeuml;erbiedigd en ogenschijnlijk de
internationale gemeenschap, die aandringt op democratisering, wordt
bediend. Kabila, nog niet zo lang geleden een obscure krijgsheer in het
zuidoosten van een gedesintegreerd Zaiuml;re, wordt geacht uit een
achtergrond te komen die de nieuwe leiders heeft voortgebracht van
Mozambique, Ethiopieuml;, Oeganda en Rwanda. De duidelijke sympathie
van de Zuidafrikaanse regering, tot uiting komend in een snelle
erkenning, spoort hiermee. Het gaat om een generatie politici die, na
alle teleurstellingen en tegenslagen van na de dekolonisatie, op zoek
zijn gegaan naar een eigen Afrikaanse aanpak van de vele vraagstukken
die het zwarte continent teisteren.
HET IS  deze omstandigheid die de internationale gemeenschap tot een
zekere terughoudendheid zou moeten bewegen. Zij beschikt immers ten
aanzien van Zaiuml;re/Congo niet over de beste papieren. De wijze
waarop zij zich tientallen jaren lang op grond van opportunistische
overwegingen door Mobutu heeft laten oplichten, spreekt voor zichzelf.
De schimmige rivaliteit die de Verenigde Staten en Frankrijk de
afgelopen maanden over Mobutu's erfenis ten beste hebben gegeven was
verder bepaald geen staaltje van rijpe diplomatie. Internationale
pogingen gedurende Mobutu's laatste weken om de schijn van een formele
machtsoverdracht op te houden waren weinig overtuigend en uiteindelijk
tevergeefs. Eerder lijken die pogingen het 'ancien reacute;gime' te
hebben gesterkt in zijn weigering de werkelijkheid tijdig onder ogen te
zien. Het spektakel van de aan- en afreizende Mobutu en het gejongleer
met allerlei zogenaamde overgangsfiguren bijvoorb5eeld hadden beter
kunnen worden vermeden. Het is nu aan Kabila om een nieuwe koers uit te
zetten.
Zie ook het Dossier 
Zaiuml;re. 
