


Een Britse revolutie





ENGELAND BELEEFDE zijn nacht van de gebroken records. Een generatie die
zich geen socialistische regering kon herinneren, stond vanmorgen op met
New Labour van Tony Blair op de drempel van 10 Downingstreet. Vloedgolf
en  grondverschuiving waren de trefwoorden. De grootste overwinning en
de diepste nederlaag sinds mensenheugenis versplinterden reeksen van
Conservatieve bastions, veegden de Tories uit Schotland en Wales en
hielpen Blair, de jongste premier sinds 1812, aan een tientallen jaren
ongekende socialistische meerderheid in het Lagerhuis. Ook de
Liberaal-Democraten deden iets ongewoons: zij verdubbelden ruim hun
zeteltal. Aan achttien jaar ononderbroken Conservatief bewind is een
einde gemaakt.


Natuurlijk is er reden voor enige continentale correctie op de
feestvreugde en de treurnis aan de overzijde van het Kanaal. Labour
verwierf zijn historische machtspositie met 45 procent van de
uitgebrachte stemmen, de Conservatieven behielden met 31 procent een
bruggenhoofd in het electoraat. Maar het Britse kiessysteem begunstigt
nu eenmaal onevenredig de winnaar. En dat is wat telt. Overigens bewezen
tienduizenden progressieve kiezers in traditionele Tory-districten dat
hun stem niet per definitie verloren behoeft te gaan. Nu de swing groot
genoeg was, bepaalden zij het verschil tussen op- en ondergang.

OVERWINNAAR BLAIR zou met enige overdrijving de knapste leerling uit de
klas van Margaret Thatcher kunnen worden genoemd. Hij heeft de doorbraak
die zij in het land begon in de Labour-partij voltooid. New Labour heeft
het socialisme van klassenstrijd, naasting, vakbondsmacht en
gecorrumpeerde verzorgingsstaat onder Blairs leiding ver achter zich
gelaten. De City is er gerust op dat de nieuwe regering geen risico
betekent voor Groot-Brittannieuml;s onder Major verworven robuuste
economische gezondheid. Na de onverwachte nederlaag van 1992 was het de
Britse socialisten duidelijk geworden dat verandering van retoriek niet
voldoende was. Blair ontketende een revolutie en stuurde de bonden de
deur uit. Labour heeft alle reden hem dankbaar te zijn. Zij greep niet
alleen de macht, zij heeft ook weer een toekomst.

Vanaf vandaag is Labour gewoon een moderne middenpartij met een
progressief randje. Naar het voorbeeld van Clinton in Amerika schoof
Blair de achterhaalde dogma's opzij. Het industrieuml;le proletariaat
van weleer - de voedingsbodem van socialisme en vakbondsmacht - is
uiteengevallen. De Britse arbeiders zijn toegetreden tot de
middengroepen of achtergebleven in een gedeiuml;ndustrialiseerde
omgeving zonder perspectief. De zogenoemde tweedeling levert geen
klassen meer op die zich organiseren om de macht over te nemen of te
verdedigen. Het zijn niet de hulpbehoevenden die Blair aanspreekt als
hij zegt zijn beloftes na te zullen komen. Onderwijs, gezondheid,
verkeer en milieu zijn de, overigens met elkaar botsende, thema's die de
nieuwe middengroepen bezig houden en waaraan Blair zijn campagne ophing.

DE TORY'S HEBBEN een ideologisch succes laten verkommeren tot een
strategische nederlaag. Uitzichtloos nationalisme verbrak hun eenheid en
vervreemdde de kiezer. Achttien aaneengesloten jaren van regeringsmacht
maakt in een democratie toch al kwetsbaar, maar moreel verval en
onderlinge karaktermoord schiepen een mijnenveld waaruit zelfs een
onderkoelde politicus als Major zijn partij niet meer kon redden. Ten
onrechte als 'grijs' gedoodverfd toonde de premier nog in het zicht van
het onvermijdelijke zijn vastberadenheid. Niets schept in de politiek
zoveel duidelijkheid als een nederlaag. De praktisch onthoofde
parlementaire partij - zes kopstukken keren niet terug in de
Lagerhuisbanken - kan daar in de komende tijd haar voordeel mee doen.

OP HET CONTINENT wordt Blair verwelkomd als een politicus die een
einde zal maken aan de verlamming waaraan Europa als gevolg van Britse
obstructie is gaan lijden. Met zijn reusachtige overwinning die stoelt
op een totaal vernieuwd mandaat beschikt Blair inderdaad over de
mogelijkheid om het Verenigd Koninkrijk wat Europa betreft een nieuwe
koers te laten varen. Dat betekent niet dat hij alle bedenkels,
ontworpen langs de Frans-Duitse as, onmiddellijk tot de zijne zal maken.
Britse nuchterheid en Brits pragmatisme zijn hem niet vreemd. Dat
behoeft geen verlies te zijn. Europa heeft een meespelende Britse
partner nodig, niet een meegaande.










