


Verwarring in de zorg





DE EIGEN BIJDRAGE voor ziekenfondsverzekerden die na langdurig politiek
geharrewar op 1 januari van dit jaar van kracht is geworden, loopt na
een kwartaal al vast in de loopgraven van de Nederlandse
gezondheidszorg. De ziekenfondsen, onderdeel van Zorgverzekeraars
Nederland, brengen onder leiding van VVD-senator Wiegel zwaar geschut in
stelling om de eigen bijdrage onderuit te halen. Volgens deze
belangengroep is de regeling ingewikkeld, onbegrijpelijk, een
administratieve last, vol tegenstrijdigheden, privacygevoelig en
onuitvoerbaar. Zij beantwoordt niet aan het doel de uitgaven voor de
gezondheidszorg af te remmen door de verzekerden een gevoel van
kostenbewustzijn bij te brengen.


Arme minister Borst van Volksgezondheid (D66). Naarmate de
kabinetsperiode vordert blijken steeds meer onderdelen van haar beleid
te leiden tot bestuurlijke puinhopen. De problemen bij de thuiszorg, de
wachtlijsten voor de gehandicapten en de chronische tekorten op de
begroting stapelen zich op. Het is zo langzamerhand de vraag hoe lang de
minister nog de druk uit de Tweede Kamer kan weerstaan.

DE PROBLEMEN met de eigen bijdrage zijn een rechtstreeks gevolg van de
eigenwijsheid van de Kamer en van de toegeeflijkheid van Borst. In het
regeerakkoord was vastgelegd dat er een eigen risico voor
ziekenfondsverzekerden zou worden ingevoerd. Dat was betrekkelijk
eenvoudig te doen, ook administratief. Maar vorig jaar bij de
Kamerbehandeling overtroefden de coalitiepartijen PvdA (Oudkerk) en D66
(Van Boxtel) elkaar met voorstellen om de financieuml;le gevolgen voor
bepaalde groepen ziekenfondspatieuml;nten te verzachten. Het resultaat
van deze politieke basiszorg is een handboek van veertig pagina's met
regels, vrijstellingen en uitzonderingen voor de eigen bijdrage. Nu de
eerste kwartaalnota's aan de ziekenfondsverzekerden de deur uit zijn,
lopen de Zorgverzekeraars, overigens ook uit welbegrepen eigenbelang,
hiertegen te hoop.

De oorspronkelijke bedoeling van het eigen risico was een verschuiving
van de financieuml;le verantwoordelijkheid voor de gezondheidszorg van
de collectiviteit naar de individuele verzekerden. Maar daar zijn zoveel
inkomenspolitieke overwegingen bovenop gestapeld, dat de regeling
administratief alleen maar ondoorzichtiger is geworden en er allerlei
oneigenlijke financieuml;le prikkels voor calculerend gedrag zijn
ingeslopen.

INKOMENSPOLITIEK moet niet worden gevoerd door algemeen bedoelde
maatregelen te doorkruisen. Beleid moet eenduidig zijn in zijn doel,
opzet en uitwerking. In de gezondheidszorg is deze stelregel nog lang
niet doorgedrongen. Daar houdt men vast aan pleisters plakken. De
gevolgen van die behandeling zijn zorgwekkend. 










