


De slag om Tilburg





BURGEMEESTERS KOMEN in veel landen op hun plek terecht na een vaak
heftige verkiezingsstrijd. In Nederland hebben de eerste burgers van de
stad, zeker als het gaat om de grotere gemeenten, slechts te maken met
een verbale strijd waaraan zij zelf part noch deel hebben. Het systeem
van de benoemde burgemeester brengt met zich mee dat er vooral
oacute;ver hen wordt gesproken. Van de kandidaten zelf wordt juist
uiterste terughoudendheid gevraagd. Vertrouwenscommissies en
vertrouwelijkheid zijn sleutelbegrippen als het gaat om
burgmeestersbenoemingen. Althans, volgens de theorie. Want
tegelijkertijd is er de wetmatigheid van de praktijk waarbij de namen
van kandidaten steevast uitlekken en iedereen naar hartelust opvattingen
ventlileert over de betrokken personen.


Tilburg vormt wat dit betreft geen uitzondering. Voor de opvolging van
burgemeester Brokx, die met pensioen gaat, kan het kabinet kiezen uit
FNV-voorzitter Stekelenburg en het Tweede-Kamerlid voor het CDA mevrouw
Van Rooy. Dit hoort dus niet bekend te zijn, maar ook in de Brabantse
industriegemeente heeft men zich gehouden aan de officieuze regels van
het spel.

Geheel in lijn met het uitlekken van de namen is vervolgens de
verontwaardiging van de vertrouwenscommissie. De fractievoorzitters van
PvdA, VVD en D66 in de Tilburgse gemeenteraad hebben deze week aan hun
collega-partijgenoten in de Tweede Kamer geschreven zich de risee van de
stad te voelen. De selectie voor een nieuwe burgemeester is volgens hen
uitgelopen op een onmogelijke procedure.

DAT IS INDERDAAD het enige goede begrip dat kan worden gehanteerd bij
burgemeestersbenoemingen. Het is een onmogelijke procedure, maar wel een
waar bewust voor is gekozen. Aan de ene kant is er vanuit Den Haag bij
het zoeken naar een nieuwe burgemeester de erkenning van de lokale
autonomie; de vertrouwenscommissie is daarvan een uiting. Maar aan de
andere kant is de burgmeester een door de Kroon benoemde figuur,
waardoor Den Haag toch altijd het laatste woord blijft hebben. Waar dat
toe leidt, blijkt keer op keer als een plaats groter dan 100.000
inwoners een nieuwe burgmeester nodig heeft. Ondanks profielschetsen en
vertrouwenscommissies is het altijd weer de hogere macht van de
landelijke politiek die uiteindelijk anders beschikt.

Onder de 'paarse' cultuur is deze vorm van 'regentesk' bestuur niet
veranderd. Een meerderheid van de Tweede Kamer legde zich er vorig jaar
bij neer dat het bestaande benoemingensysteem in hoofdlijnen onveranderd
zou blijven. Er werd weliswaar overeengekomen dat vertrouwenscommissies
uit de gemeenteraad een grotere rol zouden krijgen bij de selectie van
kandidaten, maar het voorstel om gemeenteraden ook het recht van
aanbeveling te geven bleek al een stap te ver.DE BENOEMING van
burgemeesters van de grote steden blijft, net als die van de
commissarissen van de koningin overigens, een verdelingsvraagstuk dat de
landelijke politiek niet uit handen wenst te geven. Dat zadelt
vertrouwenscommissies in gemeenten op met hun 'onmogelijke procedure'.
Hun taak zou al iets minder onmogelijk worden als er, zoals nu door de
Tilburgse fractievoorzitters is gesuggereerd, vanuit Den Haag
aanwijzingen werden gegeven over de politieke kleur waarbinnen de
kandidaat moet worden gezocht. Maar ook dat voorkomt niet dat landelijke
opportuniteit prevaleert boven plaatselijke wens. Er is het systeem van
de gekozen burgemeester en dat van de benoemde burgemeester. De
tussenweg is altijd behelpen en zal daarom ook bijna altijd bij een van
de partijen tot frustraties leiden.










