

Zes maal Kohl





MISSCHIEN MOEST HIJ het wel eerder bekendmaken dan hij van plan was,
maar een geweldige verrassing was het niet, wat Helmut Kohl op zijn
67ste verjaardag, vorige week, te melden had.


Zijn bereidverklaring om
volgend najaar weer, en voor de zesde keer, lijsttrekker van de CDU/CSU
te zijn kan al daaruit worden verklaard dat zijn twee grote resterende
doelstellingen - de ,,onomkeerbare'' integratie van de Bondsrepubliek in
Europa en de ,,interne eenwording'' van het sinds 1990 verenigde
Duitsland - naar zijn smaak nog niet voldoende zijn verwerkelijkt. Er
was trouwens nog een andere randvoorwaarde vervuld voor Kohls besluit:
het door hem onbeminde weekblad Der Spiegel heeft immers voor de
zoveelste keer in vijftien jaar zijn aanstaande val of vertrek voorspeld
en bepleit.

Daarbij kwam dat de langzamerhand nerveus geraakte Duitse
coalitiepartijen zijn onmisbaarheid intussen bijna tot een
geloofsartikel hadden gemaakt. Dat enkele jonge regionale CDU'ers, die
in hun deelstaten genoeg hebben van hun oppositierol, de afgelopen
maanden soms hardop nadachten over een tijd na Kohl, doet daaraan nog
niet zoacute;veel af. Zeker niet wanneer de werking van het Duitse
kiesstelsel in aanmerking wordt genomen, waarin kiezers op regionaal
niveau een tegenwicht voor hun ,,nationale voorkeur'' kunnen geven en
dat ook vaak doen. Zoals de SPD van de kanseliers Brandt en Schmidt
dergelijke regionale correcties op haar langdurige macht in Bonn
meemaakte in de jaren zeventig en de CDU zoiets beleeft in de jaren
negentig. Wie regionale macht wil, en de werking van dit mechanisme
kent, spreekt zodoende haast vanzelf anders over de politiek bevriende
machthebber in Bonn.

De kanselier mag dan doorgaans geen snelle beslisser zijn, een wegloper
voor moeilijkheden is hij niet. Wat heet moeilijkheden, de problemen van
zijn land zijn niet alleen groot, ze zijn voor een belangrijk deel ook
structureel. De grootste economie van Europa moet over een breed front
afslanken, moderniseren en beweeglijker worden om in een globaliserende
wereld in de pas te blijven, terwijl een groot deel van de bevolking de
noodzaak daarvan niet of nauwelijks inziet. Het recente taaie gevecht
over de subsidieuml;ring van de kolenproduktie mag daarvoor als
voorbeeld gelden. De omvang van zulke Duitse problemen geeft het woord
uitdaging de waarde van een understatement. De kanselier ziet die
uitdaging kennelijk nog als te zwaar om haar al volgend jaar over te
laten aan zijn grote vertrouweling en ,,kroonprins'' Wolfgang
Schauml;uble, de principieel conservatievere, aan een rolstoel
gekluisterde fractieleider in de Bondsdag, die intellectueel zijn
meerdere is, maar politiek nog niet.





KOHL ZAL in 1998 een kwart eeuw partijvoorzitter en veertien jaar
kanselier zijn. Hij heeft het kanseliersrecord van Konrad Adenauer al
gebroken en zou, als hij, na '83, '87, '90 en '94, nog eacute;&eacute;n
keer wint zelfs in het jaar 2001 het record van Bismarck kunnen breken
en als enige zowel in het Rijnland (Bonn) als in ,,Pruisen''(Berlijn)
hebben geregeerd. Om de gedachten nog nader te bepalen: in 1976 was hij
voor de eerste keer nationaal lijsttrekker, toen als een jonge
vernieuwer, die liefst 48,6 procent van de stemmen haalde (een score
waarvoor hij volgend jaar graag zou tekenen) maar toch oppositieleider
moest worden tegen een coalitie van SPD en FDP onder Helmut Schmidt.
Maar sinds Kohl eind '82 ten koste van Schmidt aan de macht kwam heeft
hij al zijn SPD-uitdagers (Vogel, Rau, Lafontaine, Scharping)
achtereenvolgens meer of minder overtuigend geklopt en tevens - in
1989/'90 - zijn naam als eenheidskanselier gevestigd. Daarmee heeft hij
alvast eacute;&eacute;n mooi hoofdstuk in het Duitse geschiedenisboek
op zijn naam gebracht, wat van de oorspronkelijk emotionele
Pfauml;lzer een wat bezonkener mens heeft gemaakt. Meer nog: hij
is als het ware al zijn eigen aartsvader geworden. Waarbij de vraag mag
worden gesteld of die onmiskenbare kwaliteit hem oacute;&oacute;k
kwalificeert om leiding te geven aan de grote vernieuwingsslag die
Duitsland nodig heeft. Een vraag is ook hoe het toch mogelijk is dat
iemand die zijn land na dertien jaar kanselierschap zo in economische
moeilijkheden weet toch nog steeds de grootste kanshebber voor zijn
eigen opvolging is.





HET ANTWOORD   op die laatste vraag geeft de SPD, een partij die het
door de voortdurende personele gevechten in haar top en een gemis aan
overtuigende alternatieven Kohl c.s. nu al jaren niet al te moeilijk
heeft gemaakt. Uit de generatie van Willy Brandts zogenoemde
kleinkinderen, die nu zelf de leeftijd van grootvaders hebben bereikt,
moet volgend jaar de SPD-uitdager komen. Als kanshebbers gelden
partijvoorzitter Oskar Lafontaine, premier van Saarland, en - meer nog -
 Gerhard Schrouml;der, premier van Nedersaksen. De eerste is, ondanks
een reeks nare hele en halve schandaaltjes in zijn biografie, de
favoriet van de partijkaders. De tweede geldt als een Macher, die
goed staat aangeschreven bij de vakbeweging eacute;n het bedrijfsleven
en die het bovendien in opiniepeilingen het best doet tegen Kohl. En
die, nog iets, soms - zij het nu nog tentatief - spreekt over uitstel
van de Europese muntunie als middel om de recordwerkloosheid niet verder
te laten oplopen.

Over het vermoedelijk komende duel tussen Kohl en Schrouml;der valt nu
al iets opmerkelijks te melden. Namelijk dat zij beiden in de eerste
maanden van 1998 voor een vuurproef komen te staan waarvan de uitkomst
hun uiteindelijke kansen ingrijpend kan beiuml;nvloeden. Want zoals
Kohl nog maar moet afwachten of, en hoe, Duitsland zich volgend voorjaar
kwalificeert voor de muntunie is het een vraag voor Schrouml;der (en
voor de SPD) of zijn uiterst kleine meerderheid in Nedersaksen over een
jaar in regionale verkiezingen daar zal worden bevestigd.





HIER WORDT  een tableau denkbaar dat straks ook voor de Europese buren
heel interessant kan worden. Gesteld eens dat Duitsland alleen dankzij
een soepele hantering van de toetredingseisen wordt toegelaten tot de
Economische en Monetaire Unie en de twijfels van de Duitse bevolking
worden vergroot inzake de hardheid van de euro in vergelijking tot de
D-mark. Gesteld ook eens dat Schrouml;der vervolgens in zijn thuisstaat
Nedersaksen zijn meerderheid verliest en, als compensatie, voor zijn
mars naar Bonn dan naar meer kritisch materiaal gaat zoeken in het
,,euro-dossier'' en de economische tegenwind daarmee in verband brengt.
Dan gebeurt precies wat de Europaan Kohl zo graag zou hebben vermeden.
Namelijk dat de volgende Bondsdagverkiezingen vooral over
eacute;&eacute;n vraag gaan: bent u voor of tegen dat ,,Europa'' van de
euro, waarin die Kohl en de zijnen Duitsland zo graag onherroepelijk
geiuml;ntegreerd zouden willen zien?  







