


De slag om de kiezer......de strijd om IJburg





AMSTERDAM MAG weer naar de stembus. Dit keer om zich uit te spreken over
de vraag of in het IJmeer de wijk IJburg mag worden gebouwd. Maar hoewel
dit stadsuitbreidingsplan het eigenlijke onderwerp van het referendum
is, gaat het aanstaande woensdag in zekere zin ook over het instrument
van de volksraadpleging zelf. Deze 'ultieme' vorm van democratie, enkele
jaren geleden in enkele gemeenten door lokale bestuurders aan het volk
geschonken, blijkt zich in de praktijk telkens tegen diezelfde
bestuurders te keren.


Dat is op zichzelf geen opzienbarende constatering. De ervaring met
referenda in het buitenland is dat deze over het algemeen conserverend
werken. Bestuurders zweren graag bij nieuw beleid, sterker nog, het is
bijna hun levenswater; de kiezers die geraadpleegd worden houden zich
daarentegen liever aan de zekerheid van het bestaande. Op voor de
bestuurders pijnlijke wijze heeft zich dat gemanifesteerd in Amsterdam
en Rotterdam toen in referenda de vorming van stadsprovincies werd
afgewezen.

Dat Amsterdam in een voor de stad belangrijke aangelegenheid niet
opnieuw een 'blauwtje' wil lopen, bewijst de manier waarop thans
campagne wordt gevoerd voor IJburg. Het gemeentebestuur heeft haast geen
middel onbeproefd gelaten om de Amsterdammers er toe te bewegen
aanstaande woensdag voor de nieuwe wijk IJburg te stemmen. Daartegenover
staat de eveneens geoliede machine van de tegenstanders, onder
aanvoering van de Vereniging Natuurmonumenten. Door de massieve campagne
van beide kanten is in elk geval eacute;&eacute;n van de doelstellingen
van een referendum bereikt: er wordt volop over het onderwerp
gediscussieerd.

MAAR HIERMEE IS dan ook alles gezegd. Waar het antwoord louter voor of
tegen kan luiden, valt de nuance in de discussie al snel weg. Dat is de
afgelopen weken in de kwestie IJburg dan ook volop gebeurd. Het was het
verhaal van de tegenstanders die spraken over een yuppenwijk die het
begin was van een totale aantasting van uniek natuurgebied tegenover de
argumentatie van de voorstanders die stelden dat IJburg kan worden
beschouwd als milieubevorderende oplossing van de woningnood. Een
dergelijke digitalisering van de discussie is eigen aan het referendum.
Het heeft ook minder te maken met de organisaties (en het geld) die er
achter de voor- of tegenstanders zitten. Wat dat betreft is het ook
zinloos om de discussie zodanig te reguleren dat organisaties er minder
hun stempel op kunnen zetten. Het lobbywezen is geprofessionaliseerd.
Dat gold reeds voor de commercieuml;le sector, maar inmiddels hebben
ideeuml;le instellingen zich in dezelfde richting ontwikkeld.

Het kernprobleem blijft het middel van het referendum zegrave;lf dat de
'one-issuedemocratie' bevordert. Dit in tegenstelling tot de
vertegenwoordigende democratie die wordt geacht een integrale
belangenafweging te maken. Het referendum is een inbreuk op dit
principe. Wie voor een volksraadpleging kiest moet niet verbaasd zijn
dat belanghebbenden alle middelen zullen aangrijpen om de meningsvorming
te beiuml;nvloeden. Des temeer reden om over het instrument referendum
als zodanig kritisch na te denken.

VAN DE DIJK AF gezien - bij het schilderachtige IJsselmeerplaatsje
Durgerdam - is IJburg ongetwijfeld een ramp. Wegrave;g uitzicht.
Uitzicht is een kostbaar goed in Nederland, zeker in de buurt van
Amsterdam. Maar vanuit de stad gezien is er eigenlijk geen alternatief.
De term 'woningnood' in de hoofdstad is omstreden, maar druk op de
woningmarkt valt moeilijk te loochenen. Verdichting van de stad, het
volbouwen van lege ruimten - zoals de tegenstanders van IJburg
propageren - biedt niet werkelijk uitkomst. Het stedelijk gebied van
Amsterdam heeft eerder behoefte aan meacute;&eacute;r dan aan minder
groene longen.

De aanleg van IJburg past in het historische patroon van een stad die
zich altijd in wisselwerking met het water heeft ontwikkeld. Het begon
met de Dam die Amsterdam zijn naam gaf, en liep van de oostelijke
eilanden Kattenburg en Wittenburg en de Watergraafsmeer tot een
stadsdeel met de niet mis te verstane naam Zeeburg. Ecologisch bezien
levert iedere verdere uitbreiding telkens opnieuw een lastige afweging
op. Zeker in het geval van het IJmeer. De vervuilde Diemerzeedijk (die
in het kader van het IJburgproject overigens wordt aangepakt) zou anders
doen vermoeden, maar het IJmeer vormt een ecologische slagader tussen
Gooi- en Vechtstreek en het Noordhollandse Waterland.

Slagaders dienen behoedzaam te worden benaderd. Maar daar spannen de
planners zich nu (eindelijk) juist voor in, getuige de aandacht voor
spontane rietgebieden of het creeuml;ren van condities tegen
gemotoriseerde watersport. Bouwen in de randgemeenten of Almere brengt
nieuwe verkeerscongestie. Waarom is er dan toch wantrouwen in de stad
tegen het IJburgproject? Voor een belangrijk deel valt deze te schrijven
op het conto van de Amsterdamse bestuurdersgrootspraak die ook deze
onderneming begeleidt. Het mag zijn dat Natuurmonumenten de hyperbool
ook niet schuwt, maar bestuurlijke 'oversell' roept zijn eigen twijfels
op. 

IJBURG IS GEEN panacee voor alle grootstedelijke kwalen. Het is een
serieuze poging om op een beperkt gebied een nieuw verbond tussen stad
en water tot stand te brengen als het minste kwaad. Dat is al moeilijk
genoeg en zal nog heel wat waakzaamheid van de voorstemmers vergen. De
bestuurlijke verkooptechniek geeft alleen maar voedsel aan de vrees dat
met IJburg het hek van de dam is, dat nu andere delen van het kwetsbare
IJsselmeer aan de beurt komen voor indamming.

Het hek moet niet van de dam. Dat is ook niet het plan van IJburg. En
daar gaat het referendum niet over.










