


Economische ordening





KARTELS VORMEN een pijnlijke herinnering aan de onvolmaaktheid van een
markteconomie. De onderhandse bundeling van economische macht druist
immers in tegen de gedachte van volledige concurrentie. In veel
markteconomieeuml;n zijn ongebreidelde machtsconcentraties daarom
verboden, of moeten ze zich onderwerpen aan een kritische beoordeling.
Nederland kende geen strenge anti-kartelwetgeving en in Brussel werd dan
ook smalend gesproken van 'Nederland kartelland'. Deze kwalificatie
behoort binnenkort tot het verleden. De Tweede Kamer behandelt op het
ogenblik de Wet Economische Mededinging (WEM), waardoor wat
kartelvorming betreft niet langer geldt 'ja, mits', maar 'nee, tenzij'.
Op enkele uitzonderingen na zijn kartelafspraken verboden. Het gaat
daarbij niet alleen om grote machtsconcentraties, maar ook om
kleinschalige afspraken van marktverdeling. Een onafhankelijke
kartelautoriteit zal toezicht uitoefenen. Daarmee voorkomt Nederland
veel toekomstige narigheid met Brussel en sluit het zich aan bij andere
Europese landen.  



DE WEM IS een voorbeeld van de veranderende economische ordening in
Nederland. Hierbij is niet alleen sprake van herwaardering van
marktwerking, maar ook van de herziening van de verhouding tussen
overheid en markt. Goede marktwerking vereist een daadkrachtige
overheid. Omgekeerd heeft de overheid voor haar economische beleid
behoefte aan een markteconomie die functioneert. In het debat met de
Tweede Kamer heeft Wijers met kracht van argumenten pogingen tot
afzwakking van de WEM afgewezen. Op eacute;&eacute;n punt heeft hij
evenwel ingebonden. Kleine winkeliers die zijn aangesloten bij een
gezamenlijke inkooporganisatie die verplichte afname tegen vaste prijzen
bedingt, blijven van de kartelwetgeving uitgesloten. Daarmee kan worden
voorkomen dat juist de kleine middenstand zou worden weggeconcurreerd
door het grootwinkelbedrijf, met als ongewenst gevolg dat het omgekeerde
van de beoogde mededinging zou worden bereikt. Het doel is immers
concurrentie, en niet concentratie van economische macht.

Na de versoepeling van de winkelsluitingstijden bereikt Wijers met de
nieuwe mededingingswetgeving een tweede mijlpaal in de liberalisatie van
de Nederlandse economische ordening. Het is gemakkelijk om dit het
resultaat te noemen van de tijdgeest, een uitgestelde inhaalmanoeuvre of
de uitvoering van het paarse regeerakkoord. Een markteconomie vergt
ambitie en Wijers heeft daaraan politiek vorm gegeven.











