


Het lot van de student





,,DE BESTE van de klas'' is een kwalificatie die in de Nederlandse
traditie niet alom tot applaus leidt. Er is dan ook ongemakkelijk
gereageerd op het voorstel van de commissie-Drenth om de (gewogen)
loting voor studierichtingen met beperkte capaciteit bij te buigen.
Schoolresultaten dienen voortaan sterker mee te tellen voor de toegang
tot de universiteit. Aspirant-studenten moeten het lot meer in eigen
hand kunnen nemen, vindt de commissie, al blijft randvoorwaarde dat
niemand die voor het eindexamen VWO slaagt bij voorbaat kansloos is.


Het advies behelst een afgewogen oordeel. Toch lopen de eerste reacties
op het voorstel sterk uiteen. De eacute;&eacute;n is beducht voor
tunnelzicht (de dictatuur van eindexamengemiddelden) ten koste van
individuele groeimogelijkheden. De ander vindt dat er nog te veel ruimte
blijft voor het blinde lot uit de hoge hoed. Dit herinnert eraan dat de
selectie voor schaarse studieplaatsen een duivels dilemma oplevert. Niet
alleen schoolse resultaten maar ook inspanning en motivatie - en
omgevingsfactoren - spelen een rol. En dan nog blijft het afwachten of
een succesvol afgeronde academische studie leidt tot optimale vervulling
van een functie in de samenleving. Alle ingredieuml;nten voor een
authentieke scholenstrijd zijn kortom aanwezig.

 


BIJ ZOVEEL VARIABELEN wekt het weinig verwondering dat nu al weer
twintig jaar lang is gekozen voor het systeem van (gewogen) loting voor
de toegang tot de universiteit. Maar deze keuze heeft van meet af aan in
het teken gestaan van de minst slechte oplossing. De precaire godsvrede
is vorig jaar in elk geval verbroken toen de Erasmus-universiteit zich
niet wilde neerleggen bij het uitloten van een gymnasiaste uit Maassluis
met cum laude eindexamenresultaten plus gebleken motivatie voor
de studie geneeskunde.

Deze episode mag slechts een incident zijn, maar zij legde weacute;l de
starheid van het systeem van (gewogen) loting bloot. De kern van de
problemen is, zoals de commissie opmerkt, niet de loting maar de numerus
fixus. Daar kan geen commissie veel aan veranderen. Dat maakt het
overigens niet meer bevredigend wanneer individuele prestaties op de
middelbare school worden afgestraft door de wetten van de
kansberekening. Het gemiddeld eindexamencijfer is wel degelijk een
relevante indicatie voor studieresultaten, concludeert de
commissie-Drenth uit een bij het rapport gevoegd onderzoek. Dit verband
zwakt echter af in de loop van de studie. Deze clausulering vormt een
nuttige waarschuwing tegen blindstaren op eindexamencijfers. Voor het
VWO zelf vormt het risico van een cijferrace een reeuml;le zorg.

 


NA MAASSLUIS moet het ene uiterste niet door het andere worden
vervangen. Als de langdurige scholenstrijd eacute;&eacute;n ding leert,
dan is dat dat het gaat om een gewogen gemiddelde. Over de precieze maat
waarop de commissie-Drenth de latten wil leggen, is dan ook nog zeker
discussie mogelijk. Maar niet over het beginsel dat zij
abiturieuml;nten directer wil aanspreken.











