


Het congres klapt





DE TIJD DAT PvdA-congressen straaljagers kochten, of althans het idee
hadden over die mogelijkheid te beschikken, is al lang voorbij. Het
congres mort niet meer; het congres klapt. PvdA-congressen steunen
tegenwoordig door dik en dun de partijleiding. Wat 'spanning en
sensatie' betreft heeft het tweejaarlijkse samenzijn tussen achterban en
Haagse PvdA-politici dan ook veel van zijn charme verloren. De beruchte
uitspraken van het kader die de partijtop telkens weer in een
onmogelijke positie wisten te manoeuvreren, blijven vandaag de dag
achterwege. In tegenstelling tot het verleden, is het nu de hegrave;le
partij die regeringsverantwoordelijkheid draagt. Het heeft onmiskenbaar
geleid tot een zekere braafheid en volgzaamheid. De vraag is of dat erg
is.


Als vanouds staat de PvdA bekend als de meest politieke der politieke
partijen. De strijdcultuur waaruit de partij is voortgekomen, heeft dat
automatisch met zich meegebracht. Er is binnen de PvdA vaak tot op het
scherp  van de snede over allerhande onderwerpen gediscussieerd. Dat
heeft in het verleden tot vaak heftige conflicten geleid. Temeer daar,
zeker op het lokale vlak, het politieke meningsverschil nogal eens
ontaardde in persoonlijke rancune. De sfeer van het volstrekte geloof in
het eigen gelijk van de verschillende vleugels heeft de PvdA destijds
tot een geheel in zichzelf gekeerde organisatie gemaakt. In de
vrijblijvende atmosfeer van de oppositie ging de onderlinge discussie
door. De partij was vol leven maar ook zonder invloed.


DE REGERINGSDEELNAME van de PvdA aan het derde kabinet Lubbers vormde
het voorlopige sluitstuk van een veranderingsproces dat in de tweede
helft van de jaren tachtig is ingezet. Hoe broos 'het nieuwe denken'
binnen de partij was, bewees kort daarna de WAO-crisis. Tussen de
verwachtingen van de achterban en de realiteit van het besturen bleek
nog een diepe kloof te gapen. De prijs die de PvdA daarvoor bij de
verkiezingen van 1994 heeft betaald was hoog. Dankzij de combinatie van
toeval en geluk - het CDA verloor nograve;g zwaarder - kon PvdA-leider
Kok zich desondanks in de zomer van dat jaar toch minister-president
noemen.

Inmiddels lijkt veel van het verleden vergeten. De PvdA die afgelopen
vrijdag en zaterdag in Den Haag congresseerde, was een partij blakend
van zelfvertrouwen. Niet ten onrechte. De economische wind mee is van
directe invloed op het landsbestuur en dus op minister-president Kok.
Regeren gaat om in de termen van oud PvdA-leider Den Uyl te blijven,
soms nog steeds van 'au', maar er staat tegenover dat er behalve
bezuinigd ook weer gebouwd wordt. Van belang is dat nu ook bij de PvdA
het besef alom aanwezig is dat de 'leuke dingen' voor de mensen eerst
moeten worden verdiend.


MAAR GAAT HET ook werkelijk goed met de PvdA? De peilingen geven
weliswaar een voorzichtige trend omhoog aan, maar dit zijn niet zozeer
stemmen voor de PvdA alswel voor partijleider Kok. Dat de voorkeur voor
partijleider en partij niet synchroon hoeven te lopen heeft de gang van
zaken binnen het CDA bewezen. Toen Lubbers wegviel als leider viel ook
een aanzienlijk deel van de electorale steun weg. De paradox waar de
PvdA mee te maken heeft is dan ook niet uniek. Omwille van de eenheid
moet de partijleider bijna onverkort worden gesteund, maar naarmate die
instelling overheerst bloedt de partij als podium voor het politieke
debat dood. De belangrijkste taak waar de nieuwe partijvoorzitter K.
Adelmund de komende tijd voor staat is verstandig omgaan met dit
dilemma. Haar voorganger Rottenberg, die zijn voorzitterschap wegens
ziekte voortijdig heeft moeten opgeven, kon zich op dit punt meer
veroorloven dan zij. Hij was immers de erkende vertegenwoordiger van de
culturele voorhoede binnen de PvdA. Partijvoorzitter Adelmund, die
tevens Tweede-Kamerlid is, zal vanuit die laatste verantwoordelijkheid
veel omzichtiger moeten opereren.

Rottenberg waarschuwde zijn partij er in zijn afscheidstoespraak voor
niet terug te vallen in de automatismen die een machtsorganisatie altijd
weer bedreigen. De eerste voorwaarde daarvoor is dat de krampachtigheid
in het politieke debat achterwege blijft. Het economisch klimaat, maar
zeker ook het huidige klimaat binnen de PvdA maken het mogelijk dat aan
deze voorwaarde wordt voldaan.











