


Holland Festival





DE KEUZE VAN het bestuur van het Holland Festival voor Ivo van Hove als
nieuwe directeur geeft aanleiding tot vreugde en hoop. Vreugde omdat met
de aanstelling van deze getalenteerde toneelregisseur eindelijk, na
barre jaren waarin toneel en dans steeds verder buiten het
festival-programma werden gedreven, de rol van het theater weer wordt
erkend als substantieel element van dat Festival. 

Van Hove toonde
bovendien met zijn regies aan meer dan doorsnee belangstelling te
koesteren voor de macht van de muziek. Vreugde ook omdat Van Hove de
afgelopen jaren nadrukkelijk bewees te beschikken over het charisma dat
zo'n directeurschap vergt: telkens opnieuw zweepte hij uiteenlopende
medewerkers van zijn gezelschap op tot prestaties waar ze zelf niet van
hadden kunnen dromen. En altijd bleven ze hem een warm hart toedragen,
wat hij ook met en dankzij hen uithaalde. Hoop mag gekoesterd worden
omdat Van Hove in zijn regies nooit een gemakkelijke weg heeft bewandeld
maar steeds avontuur en weerbarstigheid heeft gezocht. Als hij op
eenzelfde manier inhoud geeft aan het Holland Festival zal de aanstaande
jubileum-editie niet een platform zijn voor de verwachte zelfvoldane
terugblik, maar het begin van nieuw elan.

En nieuw elan is hoogst noodzakelijk voor het Holland Festival. Het
afgelopen jaar werden er waarschuwingen uitgedeeld die het niet naast
zich neer kan leggen: de kaartverkoop stokte, de aandacht van het
professionele publiek verslapte, de subsidie werd niet uitgebreid, zelfs
niet toen staatssecretaris Nuis zestien miljoen gulden extra te verdelen
kreeg. En in de Amsterdamse gemeenteraad gingen stemmen op om het
Holland Festival maar op te heffen ten gunste van nieuwe initiatieven.

HET IS AAN Van Hove om nu zo provocerend mogelijk te bewijzen dat het
Holland Festival onmisbaar is voor de inspiratie en de ontwikkeling van
de Nederlandse podiumkunsten. Aan hem is het ook om het Festival weer
onmisbaar te maken voor een al te veronachtzaamd publiek - dat er in het
verleden gretig blijk van gaf aan de hand van het Holland Festival
kennis te willen maken met grootheden als Pina Bausch of William
Forsythe. Aan Van Hove is het voorts om de aandacht van het Holland
Festival te verruimen. De 'nieuwe media' werden naar voren geschoven
door modieuze stemmen. Maar terwijl het nog altijd vaag blijft wat die
nieuwe media nu precies behelzen, wordt het wel steeds duidelijker dat
die meer tot het gebied van de beeldende kunst behoren dan tot de
podiumkunsten.

Waar het Holland Festival al decennia op bijna lachwekkende wijze
tekortschiet, is de filmkunst. Van Hove heeft belangstelling voor de
zeggingskracht van de cinema, dat is gebleken uit zijn regies. Moge hij
die belangstelling spoedig vertalen naar het Holland Festival, dat
versteld zal staan van de veerkracht die de film te bieden heeft, ruim
honderd jaar een tak van de podiumkunsten die zijn invloed op alle
andere kunsten heeft laten gelden. 

IVO VAN HOVE wordt nadrukkelijk de
artistiek leider van het Holland Festival en zal over een ruim team van
invloedrijke medewerkers beschikken. De zakelijke kant zal hij overlaten
aan anderen, omdat hij tijd wil reserveren om regisseur-directeur te
blijven bij Het Zuidelijk Toneel. Dat is te begrijpen maar draagt het
risico in zich dat hij door tijdnood beide posten onvoldoende aandacht
zal kunnen geven. Slaagt hij er echter in deze functies te combineren,
dan zijn niet alleen felicitaties aan hem voor zijn aanstelling op hun
plaats, maar ook voor de kunstwereld egrave;n voor het podium-minnend
publiek. Want dan zal geprofiteerd kunnen worden van een
festivaldirecteur die alert blijft op wat het betekent om daadwerkelijk
in de weer te zijn met de podiumkunsten. Evenzeer zal genoten kunnen
worden van het werk van een theatermaker die dankzij zijn uiteenlopende
ervaringen als directeur van het Holland Festival des te
geiuml;nspireerder zijn voorstellingen zal maken.











