


De tweede termijn





WILLIAM JEFFERSON CLINTON is vandaag aan zijn tweede ambtstermijn
begonnen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is voor Amerikaanse presidenten
een voldragen tweede ambtstermijn na zelf in verkiezingen tweemaal de
prijs van het Witte Huis te hebben gewonnen een uitzondering. Alleen
Eisenhower en Reagan slaagden er in tweemaal te worden gekozen en hun
tweede termijn ook te voltooien. En alleen Reagan was zo succesvol dat
hij zonder veel moeite door een partijgenoot kon worden opgevolgd en zo
een derde termijn voor de Republikeinen veiligstelde. Het is geen geheim
dat het duo Clinton-Gore die krachtproef wil herhalen. Als Clinton
slaagt komt in 2000 het Witte Huis binnen bereik van vice-president Al
Gore.


Op vier terreinen zal over Clintons beleid en Gore's politieke toekomst
worden beslist. Het eerste is, zoals kandidaat Clinton zich in 1992 heel
goed realiseerde, de economie. De Amerikaanse economie is gezond en
sterk, de doemprofeten staan met de mond vol tanden. De klacht dat het
met de Amerikaanse droom gedaan is, wordt nauwelijks meer gehoord. De
vermindering van de belasting van de markt door de overheid heeft ook in
de VS positieve resultaten opgeleverd.

HET TWEEDE TERREIN is dat van de verworven rechten. Clinton heeft zich
opgeworpen als verdediger van de rechten van de werkende vrouw, zonodig
ten koste van categorieeuml;n waarnaar van oudsher de overheidsaandacht
uitging: ouderen, etnische minderheden en in het algemeen achterblijvers
in wat in Amerika rauwelijks de 'rat race' wordt genoemd. Die opstelling
heeft hem geholpen de jongste verkiezingen te winnen. Hillary Clinton,
hoewel enigszins naar de achtergrond gedrongen, blijft een dragende
pilaar onder dit presidentschap.

Het derde terrein is de 'karakterkwestie'. In de verkiezingen heeft die
nauwelijks een rol gespeeld. Maar de president blijkt kwetsbaar te zijn
voor de zaak die Paula Jones wegens beweerde ongewenste intimiteiten
tijdens Clintons gouverneurschap van Arkansas tegen hem aanhangig heeft
gemaakt. Amerika's vrouwenbeweging heeft zich niet door Jones laten
activeren. Eerder de slepende rechtsgang dan de verontwaardiging van het
publiek bedreigt de president.

Het vierde terrein is dat van de internationale betrekkingen. Met zijn
benoeming van Madeleine Albright tot minister van Buitenlandse Zaken
wekt de president de indruk een activistische politiek te willen voeren.
Maar de contouren zijn slechts zeer ten dele duidelijk. Met Europa
zullen de banden worden versterkt. Het concept van een nieuwe NAVO en
een nieuwe Atlantische samenwerking, waarin ook Rusland een rol speelt,
ruimt voor het oude continent, zeker gedurende Clintons vijfde
presidentsjaar, een voorname plaats in.

IN HET VERRE OOSTEN is de Amerikaanse aanpak veel minder scherp omlijnd.
Na aanvankelijk de rechten van de mens prioriteit te hebben gegeven,
zijn de VS gezwenkt naar een pragmatische koers waarin de economische
belangen voorop staan. De persoonlijke geschiedenis van Albright wijst
in de richting van terugkeer naar een meer ethisch beleid, maar
waarschijnlijk is buiten Europa het tij daarvoor verlopen.

Clinton moet het doen zonder krachtige gesprekspartners met wie zaken
zijn te doen. Dat is een handicap. China verkeert in een chronische
leiderschapscrisis, in Rusland is een machtsvacuuuml;m ontstaan, de
Japanse regering worstelt met stagnatie, Europa is een verdeeld huis.
Voor een president die zelf nog op zoek is naar de juiste vorm, zijn dit
verwarrende omstandigheden.











