


Multinationals......en Nederland





DE NEDERLANDSE ONDERNEMERS lijken ontketend, de pensioenfondsen zijn
bekeerd. De bestuurders van de grootste ondernemingen, van ABN Amro en
Aegon tot Vendex International en Wolters Kluwer, storten hun bedrijven
in een adembenemend transformatieproces. De meeste kiezen voor
groeiversnelling door buitenlandse miljardenovernames, maar Vendex
krimpt juist door het concern in twee aparte bedrijven te splitsen
(detailhandel en diensten). Het buitenlandse expansiebeleid van de
managers, dat sinds twee jaar in een steeds hogere versnelling lijkt te
komen, is verweven met een stille revolutie in de Nederlandse
pensioenwereld. De pensioenfondsen, die samen zo'n 600 miljard vermogen
beheren voor de financiering van de oudedagsvoorziening van de
Nederlandse bevolking, hebben hun angst voor aandelenbeleggingen
eindelijk laten varen. 'Nederland renteniersland' wordt wat
ondernemender. Aangespoord door de superieure rendementen die beleggers
op langere termijn op investeringen in aandelen kunnen halen, maken de
pensioenbeheerders en masse de draai naar steeds grotere
aandelenportefeuilles. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank blijkt dat
pensioenfondsen en verzekeraars in de twaalf maanden tot september 1996
voor een bedrag van bijna 22 miljard gulden aandelen hebben gekocht,
waarvan meer dan 60 procent aandelen van Nederlandse bedrijven. Geen
wonder dat de koersstijgingen op de Amsterdamse effectenbeurs
internationaal de beste zijn.


DE COMBINATIE VAN beschikbaar kapitaal en ontketend ondernemerschap
wijzigt op dit moment de structuur van de Nederlandse economie. Een
nieuwe categorie grote multinationale ondernemingen nestelt zich aan de
top, naast vertrouwde namen als Shell, Unilever en Philips. De
nieuwelingen zijn representanten van de veranderingen in de economie:
een beperkte industrieuml;le basis, maar sterke posities in media
(Wolters Kluwer, Elsevier), diensten (ABN Amro, Aegon, Amev Fortis, ING,
KPN) en voeding (Nutricia). Sinds ABN Amro en ING twee jaar geleden
streden om (delen van) de failliete Britse elitebank Barings, en ook
Nederland besefte dat het financieuml;le grootmachten binnen zijn
grenzen heeft, nemen de buitenlandse overnames in omvang toe. De jacht
op groei culmineerde vorige week in een bod ter waarde van 6,2 miljard
gulden van Aegon op een Amerikaanse verzekeraar. De wil tot
schaalvergroting door overnames lijkt in tegenspraak met het
krimp-scenario van Vendex. Toch zijn het twee kanten van dezelfde munt.
Groei en rendementsverbetering in helder omlijnde activiteiten gaan
gelijk op met splitsing van een te breed werkend conglomeraat, dat zijn
werkmaatschappijen zelfstandig een beter groeiperspectief kan bieden. De
aanjagers van deze omwenteling, de grote internationale beleggers, staan
te juichen en belonen de strategieen met forse koerswinsten. De
beleggers waarderen het dat hun eisen om toenemende transparantie van
bedrijfsvoering en meer rendement serieus worden genomen. Hun
keuzemogelijkheden om hun kapitaal te investeren zijn legio. Wie hen
negeert, riskeert afsluiting van nieuwe kapitaalbronnen. De volgende
stap die de Nederlandse managers moeten zetten is de beleggers ook meer
zeggenschap geven over essentiele beleidsbeslissingen.

DE NIEUWE ECONOMIE van grootscheepse overnames in het buitenland mag vruchten
afwerpen voor ondernemingen, managers en beleggers - de vraag rijst wat
zij betekent voor Standort Nederland. Hoe Nederlands bijvoorbeeld
zullen de multinationals zijn en (willen) blijven? Hoe lang duurt het
nog voordat de voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro of KPN 
een Brit is die gezien de spreiding van de activiteiten het hoofdkantoor
naar Muuml;nchen verplaatst? Het is de resonantie van de vraag die een
kleine twintig jaar geleden al in de Verenigde Staten werd gesteld: hoe
Amerikaans blijven de Amerikaanse multinationals? En het is een echo van
een andere vraag: hoe bedreigend zijn buitenlandse overnames binnen de
eigen grenzen?

In de jaren zestig werd die laatste vraag indringend gesteld in
Frankrijk ten aanzien van Amerikaanse investeringen in Europa (Le
deacute;fi Americain) en in de jaren tachtig in Amerika ten
aanzien van Japanse overnames van Amerikaanse bedrijven. Het antwoord is
dat de internationale vervlechting van de bedrijvigheid lokaal onwelkome
distorsies met zich heeft gebracht maar dat sterke en dynamische
economieeuml;n er sterker en dynamischer van zijn geworden. De expansie
van de nieuwe multinationals versterkt de positie van de Nederlandse
economie, stimuleert toeleveranciers, bevordert het onderwijs en opent
nieuwe grensoverschrijdende perspectieven voor zowel toetredende
werknemers als zelfstandigen.

Blijft over de marge voor zelfstandig overheidsbeleid. Het woord van Den
Uyl in gedachten, schijnt die marge steeds smaller te worden - als
gevolg van europeanisering en globalisering van de markt. Het is de
vraag of de schijn hier niet bedriegt. De jongste ervaring leert dat de
overheid voldoende handelingsbekwaam is gebleven - althans in Nederland.











