Aandeelhouder moet meer te zeggen krijgen
Door onze financieuml;le redactie 
DEN HAAG, 29 OKT. Nederlandse
bedrijven moeten hun aandeelhouders veel grotere invloed geven dan tot
nu toe gebruikelijk is. De zeggenschap van beleggers op onder meer de
strategie van de onderneming moet bij de aandeelhoudersvergaderingen in
1998 'diepgaand' worden besproken.
Dat stelt de Commissie-Peters in een vanochtend gepresenteerd rapport
over de vraag hoe het toezicht op het bestuur van ondernemingen moet
worden versterkt. Een wettelijke regeling voor beschermingsconstructies
tegen vijandige overnamen tegen de zin van de directie is volgens de
commissie niet noodzakelijk.  ,,Wetgeving leidt ertoe dat partijen zich
ingraven. Het maakt de discussie, die in alle vrijheid moet worden
gevoerd, erg ingewikkeld zonder dat vooruitgang wordt geboekt'', aldus
voorzitter J. Peters bij de presentatie van het rapport.In de commissie,
die is ingesteld door de Amsterdamse effectenbeurs, zitten
vertegenwoordigers van Nederlandse beleggers en bedrijfsleven.
Aanleiding voor een rapport over dit onderwerp is de toenemende
internationalisering van de Nederlandse economie. Daardoor zijn steeds
meer aandelen in handen van buitenlandse beleggers. Amerikaanse en
Britse aandeelhouders zijn gewend aan meer zeggenschap.
Peters, voormalig topman van verzekeraar Aegon, over de commissie: ,,We
waren het er snel over eens dat de invloed van de aandeelhouders groter
dient te worden.'' De commissie doet veertig aanbevelingen aan directies
en commissarissen en wil dat bedrijven in het vervolg in hun jaarverslag
aangeven hoe zij die aanbevelingen hebben uitgevoerd en - als zij
daarvan afwijken - waarom dat is gebeurd.
De effectenbeurs wil nog niet inhoudelijk reageren op de aanbevelingen
en eerst 'het maatschappelijk debat afwachten'. Het rapport klinkt
directeur P. de Vries van de Vereniging voor Effentenbezitters (VEB)
,,als muziek in de oren''.  De Vries vraagt zich wel af waarom de
beleggersinvloed niet volgend jaar al op de agenda kan komen van de
aandeelhoudersvergaderingen.
Tot nu toe is de zeggenschap van aandeelhouders door wettelijke en
andere maatregelen beknot. In veel grote bedrijven ligt de feitelijke
macht bij commissarissen en directie, niet bij aandeelhouders. De
commissie stelt geen nieuwe wetgeving voor om deze machtsposities af te
breken, maar wil uit de bestaande regels de maximale invloed van
beleggers putten, zo blijkt uit het veertig pagina's tellende rapport.
De commissie pleit voor een vitale rol van de aandeelhoudersvergadering.
,,Die vergadering is het natuurlijke forum waarop de directie
verantwoording aflegt over het beleid'', zegt Peters, ,,de belegger moet
onder meer duidelijke invloed hebben op de samenstelling van de
agenda''. Op dit moment heeft een aandeelhoudersvergadering nauwelijks
invloed, mede doordat grote beleggers, zoals pensioenfondsen en
verzekeringsmaatschappijen zich daar niet laten zien.
Op die vergadering moet in 1998 ook een discussie plaatshebben tussen
beleggers en ondernemingsbestuur over de invloed van aandeelhouders op
onder meer de strategie, majeure wijzigingen in aard en omvang van de
onderneming en het dividendbeleid. De commissie pleit verder voor de
invoering van het stemmen per volmacht door aandeelhouders, zoals in
Amerika het geval is.
De commissie wil stoppen met de praktijk van automatische herbenoeming
van commissarissen na een zittingstermijn van vier jaar, maar stelt geen
limiet aan het aantal malen dat een commissaris mag worden herbenoemd. 
Het benoemen van oud-bestuurders tot commissaris moet worden beperkt tot
eacute;&eacute;n.
 Verder pleit de commissie voor beperking van het aantal commissariaten
per commissaris en voor grotere openheid over het financieuml;le beleid
van het bedrijf. Ook pleit de commissie ervoor dat directeuren ook
aandeelhouders zijn van hun onderneming, hetzij door het bezit van
aandelen, hetzij door optieregelingen om aandelen te kopen.
