Verdachten voorkennis Opties BolsWessanen ontkennen
Door onze redacteur JACO ALBERTS 
ROTTERDAM, 27 AUG. De twee verdachten
die gisterochtend zijn aangehouden in de beursfraude-zaak rond
BolsWessanen ontkennen op de beurs te hebben gehandeld met voorkennis.
Een van de verdachten, een man uit Haarlem, heeft wel toegegeven dat hij
in 1995 opties van het fonds heeft gekocht waarmee hij flink winst
maakte.
Daarbij gaat het volgens zijn advocaat mr. C. Raaijmakers om 165
zogenaamde 'putopties' die de man op 3 juli 1995 op de optiebeurs kocht
om te ,,speculeren '' op een daling van de koers van BolsWessanen. De volgende
dag maakte het bedrijf een 20 procent lagere winstprognose bekend waarop
de koers van het aandeel kelderde. Bezitters van puts profiteerden
daarvan. Volgens Raaijmakers ontkent zijn clieuml;nt dat hij beschikte
over geheime informatie uit het bedrijf, hetgeen zou betekenen dat hij
misbruik maakte van voorkennis. ,,Hij zegt zich enkel te hebben gebaseerd op inf
ormatie die hij verkreeg
via beeldschermen en andere gegevens waar iedereen gebruik van kan
maken'', aldus Raaijmakers. Volgens de advocaat heeft zijn clieuml;nt
geen relatie met BolsWessanen. ,,Hij heeft gewoon een transactie gedaan
die goed is afgelopen, hij heeft gescored.'' Justitie wil de identiteit
van de verdachten niet prijsgeven.
Bij de andere verdachte gaat het om een vrouw, eveneens uit de omgeving
van Haarlem, die volgens haar advocaat mr S. Rosemeijer een ,,zakenlijke
relatie'' met de andere verdachte had. ,,Ik heb haar gisteravond pas
voor het eerst gesproken, en ik moet zelf ook van alles uitzoeken,''
aldus Rosemeijer. Volgens justitie gaat het om optietransacties in de
eerste helft van 1994 en de eerste helft van 1995.
De man uit Haarlem handelde vaker op de optiebeurs maar bevond zich op
de bewuste derde juli in het gezelschap van anderen die ook puts
kochten, zegt Raaijmakers. In totaal werden er die dag 3600 van
dergelijke opties verhandeld, veel meer dan gebruikelijk.
De zaak rond BolsWessanen kwam aan het rollen toen de optiebeurs in
september 1995 aangifte deed van een vermoeden van misbruik van
voorkennis. Intussen liepen er volgens ingewijden op het Damrak tevens
meerdere onderzoeken naar handel in BolsWessanen door de effectenbeurs.
Dat onderzoek werd echter ernstig bemoeilijkt door de houding van de ABN
Amro die weigerde beurstoezichthouder STE inzicht te verschaffen over
geldrekeningen van clieuml;nten waarvan vermoed werd dat ze beursfraude
pleegden. De STE kon zo niet achterhalen of ingewijden bij BolsWessanen
wellicht via stromannen op de beurs handelden. In december bepaalde het
College voor het bedrijfsleven dat de STE slechts gedeeltelijk
geldrekeningen van banken mocht inzien.
